Gebouw met ballen

Een ijzerkristal, 160 miljard keer vergroot, meer kunstwerk dan de Eiffeltoren en toch een gewoon gebouw. Op bedevaart naar het gerestaureerde Atomium in Brussel, “gestolen uit een droom'.

Meer dan ooit schittert het Atomium. Na een verbouwing van bijna twee jaar is het mooiste bouwwerk van België en misschien wel de hele wereld weer klaar voor zijn rol als baken voor België.

Het heeft er lang slecht uitgezien voor het Atomium. Het is vijftig jaar geleden gebouwd voor de wereldtentoonstelling van Brussel in 1958 en zou daarna afgebroken worden. Maar dat laatste is nooit gebeurd. Vanaf het begin wekte de schepping van de Belgische ingenieur André Waterkeyn (1917-2005) te veel ontzag. Het is een constructie van een liftschacht van 102 meter, met vlak boven de grond een eerste bol, halverwege een tweede en aan de top de derde. Daar omheen cirkelen nog eens twee maal drie bollen, elk met een doorsnede van achttien meter. Samen vormen ze de negen atomen van een ijzerkristal, ongeveer 160 miljard keer vergroot.

Zo'n gebouw kun je niet slopen, vonden de Belgen, maar het onderhoud werd steeds problematischer. Jaarlijks kwamen er honderdduizenden bezoekers die sinds de jaren tachtig toch wel het verval van het trotse bouwwerk moesten opmerken. Raampjes lekten en overal waren lelijke schotten geplaatst. De roltrappen rammelden vervaarlijk en het restaurant in de hoogste bol was een verslonsd monument voor de stijl van de jaren vijftig. Het ooit zo glanzende aluminium van de buitenkant verdween achter een grauwe erosie. De cirkels van lampjes rond de bollen waren al jaren eerder gedoofd. Toen ook nog de dekplaten dreigden te los te laten was midden jaren negentig het dieptepunt bereikt.

Flitsende lampjes

Nu staat het er weer, glanzender dan ik het ooit gezien heb. De drie steunarmen houden hun bollen fier omhoog boven de winterse bomen. Lampjes flitsen rond de bollen. Dit is het gebouw dat me als jongen fascineerde en waar ik later menig bedevaart naar maakte. Van alle kanten heb ik het bekeken en gefotografeerd. In de trein naar Parijs moet ik altijd een glimp opvangen en in de binnenstad van Brussel heb ik gezocht naar plaatsen waar je het kan zien. Het is als gestolen uit een droom. Het Atomium is surrealistisch en ook zo echt en zelfs banaal dat het imponeert en vertedert tegelijk. Het is meer kunstwerk dan de Eiffeltoren, imposanter dan het Colosseum en toch ook gewoon een nuttig gebouw met een restaurant, expositieruimtes en sinds de verbouwing vergaderzalen en zelfs een kinderhotel.

Terwijl ik het gebouw nader, neemt het een steeds groter deel van de hemel in beslag. Niet als een massieve vorm, zoals het Empire State Building, maar sierlijk en ingetogen. Hier een bol, daar een bol, elegante buizen daartussen. Je ziet grote stukken hemel, afgekaderd in glanzend strakke vormen. Het heeft een bijna natuurlijke schoonheid. Als ik er onder sta en opkijk, zie mezelf weerspiegeld in de onderste bol.

Dankzij 27,5 miljoen euro en 22 maanden werken is het Atomium weer presentabel. Morgen gaat het open, al is nog niet alles klaar. Naast de hal moet nog een ontvangstruimte komen en de herinrichting van de laan zal pas eind dit jaar af zijn.

De nieuwe roltrap vanuit de entreeruimte voert vlot langs de ronde raampjes waar je stukjes van de grijze hemel ziet. De onderste etage van de eerste bol is ingericht als een expositie over de bouw vanaf maart 1956 en de Expo van 1958. Op de tweede niveau hangen foto's van de renovatie met bouwvakkers die abseilend de nieuwe dekplaten plaatsen. Tussen de etages lopen trappen in de Atomiumkleuren lichtblauw en rood. De ruimtes zelf zijn voornamelijk grijs en laten overal de constructie zien. Architecte Christine Conix heeft de bollen ontdaan van alle latere toevoegingen.

Vanaf de eerste bol gaan buizen naar de drie hogere. Eén is een vergaderruimte geworden, de andere biedt plaats aan wisselende exposities van moderne kunst en de derde is voor kinderen. De Spaans-Nederlandse kunstenaar Alicia Framis richtte daar een slaapzaal voor schoolreisjes in. Aan het bolle plafond hangen aan staaldraden acht rode en groene bollen. Een ronde matras biedt ruimte voor drie of vier slaapzakjes. Framis, die Nederland in 2003 vertegenwoordigde op de Biennale van Venetië, wil met haar slaapkunstwerk het ontzag voor een monument als dit relativeren. “Ik heb hier al eens geslapen. Het Atomium beweegt als een boot. Het voelt alsof je zweeft.“

Vanaf de naastliggende expositiebol gaat een lange trap naar de bol op het volgende niveau. Hol klinken mijn stappen op het roodgeverfde metaal. De buis is dertig meter lang. Halverwege ontdek ik licht hijgend een plasje water. Een beetje duizelig kijk ik omhoog en zie dat een van de patrijspoorten al weer is gaan lekken. Het valt me op dat het schilderwerk slordig is. Er is over de roestbobbels in de oude verf heen gekwast. Het zijn kleine smetjes op de verder grondige renovatie. De trap eindigt in een kamertje in één van de drie geheimzinnige, ongebruikte bollen.

Snelle lift

In de topbol is op 102 meter hoogte een nieuw restaurant gekomen met lounge-ruimte in de nok. Overal heb je uitzicht op Brussel en omgeving. En vandaar met de snelle lift terug naar de begane grond en dan weer lopend omhoog van de ene bol naar de andere. Elke bol heeft een geraamte van twaalf ribben. Daartussen zitten de dwarsbalken waarop de nieuwe platen zijn gemonteerd. Niet van aluminium zoals eerst, maar van roestvrij staal dat beter glanst en minder onderhoud vergt.

Dwalend tussen de bollen voel je desoriëntatie, neigend naar claustrofobie. In het Atomium vergeet je steeds waar je bent. Zulke gevoelens kwamen ook op bij lichtontwerper Ingo Maurer toen hij voor het eerst een kijkje nam. Hij heeft voor het gebouw de verlichting verzorgd. Hij vindt het vooral een constructivistisch kunstwerk. “Het is een beetje poëzie, een beetje Albert Speer, een beetje Versailles en ook een heel klein beetje Las Vegas. Het grijpt je aan, je voelt het zonder nadenken.“

Het Atomium is technisch en vertederend. Je zou je kunnen afvragen of het een mannelijk of een vrouwelijk bouwwerk is. Maurer aarzelt over de keuze. “Soms is het mannelijk, dan weer vrouwelijk, maar het is in ieder geval een gebouw met ballen.“ Framis en Conix twijfelen niet. “Vrouwelijk, het is elegant; wat dacht je met al die bollen.“

Na uren zwerven sta ik weer buiten en kijk om. De zon is even gaan schijnen en weerkaatst fel in verschillende bollen. De lucht is zelfs een beetje blauw geworden, de lichtjes knipperen vol vertrouwen voort.

Het Atomium, Square Atomium, Brussel; ma-zo 10-18 uur; www.atomium.be