Eerste schaatsgoud ooit voor Italianen

Drie Italiaanse hardrijders hebben gisteren de kille ijshal van Turijn tijdelijk in vuur en vlam gezet. Ze wonnen in de Oval Lingotto tot grote vreugde van een paar duizend landgenoten de olympische ploegenachtervolging en daarmee het eerste schaatsgoud ooit voor hun land.

Enrico Fabris, Matteo Anesi en Ippolito Sanfratello waren de gevierde helden in de Oval Lingotto. Ze versloegen de Nederlanders in de halve finale en niet veel later de Canadezen in de finale. Ze zorgden voor de tweede gouden medaille van het gastland bij deze Olympische Winterspelen. Met dank aan Fabris, de Europese allroundkampioen en bronzen medaillewinnaar op de vijf kilometer in Turijn, die zijn zwakkere teamgenoten in beide races overeind hield.

Fabris was ook op de persconferentie de kopman van de Italianen. Hij had geen mededogen met de gevallen Sven Kramer. 'Die was waarschijnlijk moe, want de Nederlanders gingen veel te hard van start en wij waren bezig aan een inhaalrace. Ik denk dat het een spannende finale zou zijn geworden. Eigenlijk was het ook de finale en niet de halve finale', verwees hij naar de vermoeide Canadezen in de eindstrijd.

Fabris, student milieukunde en sinds een paar jaar fulltime met schaatsen bezig, maakte na afloop ook grappen over de winstpremie van het Italiaanse olympisch comité (CONI), dat 130.000 euro beschikbaar heeft gesteld voor de gouden achtervolgingsploeg. 'Daarvan kunnen we maar net de benzine en de tolweg naar huis betalen', sprak de olympisch kampioen die een bescheiden salaris van CONI ontvangt en alleen met de sponsors van dit comité in zee mag.

Na de Spelen gaan de commerciële deuren wijd open voor Fabris en zijn ploeggenoten. Gezien de sterk toegenomen aandacht van de Italiaanse media zitten er voor de kopman vast en zeker een paar lucratieve contracten in. De lange rijder met de rechte rug kan zich komende dinsdag op de 1.500 meter nog meer laten zien. 'Ik maak dan zeker kans op een gouden medaille, zeker nu de druk van de ketel is. Maar de concurrentie is groot', zei Fabris.

Even verderop stond de voorzitter van de internationale schaatsunie (ISU) met de borst vooruit de pers te woord. De Italiaanse sportbestuurder Ottavio Cinquanta had gisteren twee zeges te vieren. Hij was blij met het tweede goud van zijn vaderland - Italië won eerder deze week ook een finale bij het rodelen - en kon ook zichzelf prijzen. Hij is de man die twee jaar geleden hoogstpersoonlijk de ploegenachtervolging op de schaatskalender zette.

'Ik ben vaak uitgelachen, maar geloofde heilig in dit experiment', zei Cinquanta gisteren in de catacomben van de Oval Lingotto. 'Ik heb mijn nek uitgestoken en gelukkig wordt die nu niet omgedraaid.'

Over de opmars van het Italiaanse schaatsen zei de ISU-voorzitter: 'Dit succes is niet alleen belangrijk, dit is zelfs cruciaal voor de toekomst van de sport. Hier kunnen we op voortborduren.'

Cinquanta bevestigde dat de eerste en enige overdekte schaatsbaan van Italië niet dicht gaat na de Spelen. 'De burgemeester van Turijn heeft me beloofd dat onze schaatsers hier 's winters altijd kunnen blijven trainen', ontkende hij de geruchten dat de ijspiste ter waarde van circa zestig miljoen euro plaats moet maken voor een beursterrein. 'Er gaan nu ook in de stad schaatstalenten opstaan', aldus Cinquanta.

Italië telt momenteel veertig actieve hardijders en de nationale schaatsbond heeft nog geen 450 aangesloten leden. Collalbo en Baselga di Piné, twee dorpen in de Dolomieten, zijn de enige (onoverdekte) kunstijsbanen die voldoen aan de internationale normen. Roberto Sighel woonde en trainde in Baselga. De boswachter werd in 1992 wereldkampioen allround; zijn trainer is ook nu nog altijd bondscoach van Italië: Maurizio Marchetto.

De kleine, kalende man met de priemende ogen wordt met recht een kampioenenmaker genoemd. Hij heeft zijn hoop gevestigd op een nieuwe generatie inline-skaters die de overstap naar het schaatsen zou moeten maken. Marchetto is zelf ook ooit als rolschaatser begonnen en stapte later over op het ijs. 'We hebben wel dertigduizend skeeleraars in Italië. Ik hoop dat ze mijn jongens op televisie hebben zien winnen. Want zeg nou zelf: schaatsen is toch veel mooier, alleen moest het eerst nog even ontdekt worden.'