Dromen over een vlaktaks

Zelfs over onderwerpen waar de meeste mensen nachtmerries van hebben, kun je mooi wegdromen. Bijvoorbeeld over de belastingheffing. Zo is het aangenaam te fantaseren over de vlaktaks (één belastingtarief voor iedereen). Het idee roept al snel warme gevoelens op. Wat een eenvoud moet dat brengen, wat een rust om niet bij elke financiële stap zorgen te hebben over de fiscale consequenties. Gewoon een laag tarief voor alle omstandigheden. Dan wordt geld verdienen weer lucratief. Helaas gaat het om een laboratoriumdiscussie. Leuk voor wetenschappers maar maatschappelijk onhaalbaar en onwenselijk.

De huidige inkomstenbelasting kent een progressief tarief bestaande uit vier schijven. Die van 34,15 procent is de laagste, dan 41,45 en 42 procent en als toptarief 52 procent. De middelste liggen zo dicht bij elkaar dat het feitelijk om drie tarieven gaat. Het progressieve tarief komt voort uit een rechtvaardigheidsgevoel. Maar dat heeft een prijs. Bedrijven kennen het totale inkomen van hun werknemers niet. Daardoor kunnen ze niet altijd het juiste belastingbedrag op het salaris inhouden. Mede daarom moeten veel mensen deze maand een belastingaangifte invullen. Als we maar één belastingtarief zouden kennen, zit de werkgever met zijn inhouding altijd goed. Dat scheelt een hoop rompslomp. Daarnaast betekent het afschaffen van de progressie dat vooral de hogere inkomens netto meer overhouden van extra verdiende euro's. Dat maakt het werken voor extra inkomsten aantrekkelijker. De economie profiteert van die toenemende bedrijvigheid.

De linkse partijen voelen niets voor zo'n denivellerende vlaktaks. Bovendien hechten ze aan het inzetten van belastingmaatregelen als instrument voor inkomenspolitiek. Aan de andere kant vinden CDA, VVD en D66 een vlaktaks een schitterend instrument om de invloed van de overheid op de economie terug te dringen en harder werken aan te moedigen. Verscheidene Oost-Europese landen kennen een inkomstenbelasting naar één tarief. Dat ligt dan tussen 13 en 20 procent. Maar in de Verenigde Staten is een flirt met de vlaktaks op niets uitgelopen en de Duitse kiezer heeft de gedachte bij de laatste verkiezingen weggestemd.

Het dromen is vrijblijvend zolang men de rekenmachine niet hanteert. De kunst is nog niet eens om te berekenen op welk tarief we uitkomen als we aan de ene kant alle aftrekposten schrappen en aan de andere kant het tarief verlagen. Dan ligt de uitkomst op iets minder dan 25 procent. Het probleem is de exercitie zo uit te voeren dat niemand door de invoering van de vlaktaks wordt gedwongen het (tweede) huis te verkopen, de studie af te breken of het zonder gas en licht te stellen. Zulke taferelen leveren televisiebeelden op die desastreus zijn voor een politieke partij. Op verzoek van CDA, VVD en D66 is minister Zalm (Financiën, VVD) aan het rekenen geslagen. Hij is bevooroordeeld, want op voorhand betitelde hij de vlaktaks als een 'interessant idee' en zijn partij heeft het uniforme tarief in het liberaal manifest opgenomen. Zalm komt evenwel tot de volgende conclusie: 'De vlaktaks resulteert voor uitkeringsgerechtigden met een minimumuitkering en voor de hoge inkomens in positieve inkomenseffecten. Voor de overige groepen, bijvoorbeeld voor zelfstandigen, resulteren daarentegen negatieve inkomenseffecten.' De minister noemt de vlaktaks daarom 'weinig realistisch'. Daarmee is eigenlijk het verhaal van de vlaktaks wel verteld. Die bestaat immers per definitie uit één tarief en als dat niet haalbaar blijkt, is het einde oefening. De minister signaleert niettemin mogelijkheden voor een inkomstenbelasting met twee tarieven. Die biedt, aldus Zalm, 'inkomensneutraliteit voor de alleenstaande minimumloner. De inkomenseffecten van dit stelsel met twee tarieven in vergelijking met de effecten van de vlaktaks zijn voor lage en middeninkomens gunstiger c.q. minder ongunstig. Voor de hoge inkomens zijn de inkomenseffecten daarentegen ongunstiger.' Zelfs twee tarieven geven dus grote overgangsproblemen. En waarom is dat nodig? Om de huidige drie tariefniveaus door twee tarieven te vervangen? Het lijkt er eerder op dat de voorstanders van de vlaktaks vooral mikken op andere elementen van een belastingherziening. Bijvoorbeeld het schrappen van de hypotheekrenteaftrek, het invoeren van normale tarieven voor 65-plussers (die betalen nu geen AOW-premie) en het opheffen van fiscale subsidies zoals de giftenaftrek. Zonder zulke maatregelen hoef je niet eens te denken aan een vlaktaks met een laag tarief, en dat is de enig denkbare vorm van een vlaktaks. Als het eigenlijk gaat om het op een verholen wijze ter discussie stellen van dergelijke maatregelen, laten we dan meteen zeggen dat het gaat om een schoonmaakbeurt onder de aftrekposten, inkomensdenivellering en om een bescheidener rol voor de overheid. Daaronder valt dan ook het terugdringen van de invloed van de politiek op de inkomstenbelasting. Het is voor velen een ideaalbeeld dat Tweede-Kamerleden niet langer de belastingheffing compliceren door het invoeren van nieuwe aftrekposten en andere 'fiscale speeltjes'. Maar dergelijke belastingmaatregelen, hoe symbolisch ook, behoren tot de weinige mogelijkheden van politici om op maatschappelijke onrust te reageren. Men kan niet aan de ene kant de volksvertegenwoordigers verwijten dat ze niet luisteren naar wat er leeft in de samenleving en hun aan de andere kant de instrumenten ontnemen om een antwoord te geven op maatschappelijke problemen. Soms zijn belastingmaatregelen de beste manier om maatschappelijke oneffenheden glad te strijken. Zelfs als we een vlaktaks hebben, zal het niet lukken de wetgever op dit punt te disciplineren. Binnen de kortste keren zul je zien dat het uniforme tarief toch wordt aangevuld met al dan niet tijdelijke bijzondere tarieven voor speciale gevallen. Binnen vijf jaar is de ondoorzichtigheid van de inkomstenbelasting weer op het oude niveau. Laat de vlaktaks maar een droom blijven.