De Avond van de Grote Boekenquiz

Met welk boek debuteerde Jan Siebelink? Wat was het beroep van Michel Houellebecq? Wie deze vragen kan beantwoorden, zou wel eens de ideale kandidaat voor de Grote Boekenquiz kunnen zijn, die wordt georganiseerd door de NPS-televisie. Op maandag 13 maart is te zien hoe een team van drie lezers het in het Amsterdamse Artis opneemt tegen drie teams van drie schrijvers. In vier quizrondes wordt uitgemaakt welke lezer of schrijver het meeste weet van literatuur en non-fictie. De drie lezers die de vragen van de onderstaande quiz het best beantwoorden, worden uitgenodigd als deelnemers in het lezersteam voor de opnamen van de televisiequiz (zaterdag 11 maart). Wanneer er meer inzenders zijn die alle antwoorden goed hebben, wordt er geloot. De troostprijzen (vijf ) zijn alle romans die de komende maanden worden besproken in de Leesclub van NRC Handelsblad.

1 De roman De zwarte met het witte hart van Arthur Japin vertelt het verhaal van twee zwarte prinsjes die in 1937 naar Nederland kwamen. Waar kwamen zij vandaan?

A. Ghana

B. Java

C. Suriname

D. Zuid-Afrika

2 Hoe heet het pamflet dat Geert Mak schreef naar aanleiding van Ayaan Hirsi Ali's film Submission 1 en de moord op Theo van Gogh?

A. Alles van waarde is weerloos

B. Handelaren in angst

C. Gedoemd tot kwetsbaarheid

D. Alles van waarde is weerbaar

3 Van welke auteur is het volgende citaat: ““Heel af en toe schrijft een vrouw een oeuvre, iets groots, iets gevaarlijks, maar meestal blijft het bij een paar mooie dingetjes. Mannen kunnen niet radicaal genoeg schrijven, dat heet dan “karaktervol' of “lekker agressief'. Maar als een vrouw zich radicaal uit, dan sneert men: “die moest eens een flinke beurt krijgen, daar zou ze van opknappen'.''

A. Harry Mulisch

B. Norman Mailer

C. Anja Meulenbelt

D. Elfriede Jelinek

4 Welke drie latere winnaars van de P.C. Hooftprijs leerden elkaar al tijdens hun studententijd kennen?

A. A. Alberts, A. Koolhaas en Leo Vroman

B. Hugo Brandt Corstius, Gerrit Krol en Sem Dresden

C. Gerard Reve, W.F. Hermans en Hanny Michaelis

D. A.M. Hammacher, S. Vestdijk en L.J. Rogier

5 Wat was het eigenlijke beroep van Michel Houellebecq, voordat hij naam maakte met romans als Elementaire deeltjes en Platform?

A. landbouwkundige

B. astroloog

C. astronoom

D. astrofysicus

6 Welke belangrijke Europeaan speelt een hoofdrol in De graanrepubliek van Frank Westerman?

A. J.W. Beyen

B. Jacques Delors

C. Sicco Mansholt

D. Wim Duisenberg

7 Wie won nooit de Gouden Strop, de prijs voor de beste Nederlandse misdaadroman?

A. Herman Franke

B. Maarten 't Hart

C. Gerben Hellinga

D. Tim Krabbé

8 Welke aan elkaar tegengestelde historische figuren hebben dezelfde biograaf, Jan Meyers?

A. Abraham Kuyper en Pieter Jelles Troelstra

B. Aletta Jacobs en Koningin Wilhelmina

C. Ferdinand Domela Nieuwenhuis en Anton Mussert

D. Eduard Douwes Dekker en Koning Willem III

9 Met welk boek debuteerde Jan Siebelink?

A. De herfst zal schitterend zijn

B. De overkant van de rivier

C. Een lust voor het oog

D. Nachtschade

10 Waldemar Nods, over wie Annejet van der Zijl in 2004 Sonny Boy publiceerde, overleefde het concentratiekamp Neuengamme. Welke andere Neuengamme-gevangene speelt in Sonny Boy een belangwekkende bijrol?

A. Louis de Visser (communistisch politicus)

B. Anton de Kom (Surinaamse schrijver van onder meer Wij slaven van Suriname)

C. Jan Campert (dichter en journalist)

D. Jan van Bork (blokoudste van de barak waar Jan Campert verbleef)

11 De renner van Tim Krabbé draait om een wielerwedstrijd waaraan de verteller deelneemt. Hoeveelste wordt hij?

A. Hij wint, maar hij wordt gediskwalificeerd

B. Hij denkt dat hij heeft gewonnen, maar een ander is hem voorgegaan

C. Hij wordt tweede

D. Hij haalt de finish niet

12 De hoofdpersoon van Arnon Grunbergs De asielzoeker heet Beck. Hoe heet de asielzoeker?

A. Vogel

B. Dronvek (anagram van Verdonk)

C. Raf

D. Hij heeft geen naam

13 Harry Mulisch opent zijn non-fictieboek Bericht aan de Rattenkoning over de geschiedenis van Amsterdam in de periode 1965-1966 met een citaat dat als volgt begint; “Als guerrilla's zijn zij vergelijkbaar met talloze horzels, die van alle kanten op een reus aanvallen om hem ten slotte uit te putten.'

Van wie is dit citaat?

A. Robert Baden Powell

B. Fidel Castro

C. Burgemeester G. van Hall

D. Mao Zedong

14 In Extreem luid & ongelooflijk dichtbij, de tweede roman van Jonathan Safran Foer, spelen twee belangrijke historische gebeurtenissen een belangrijke rol. Welke?

A. de bouw van het Empire State Building (1930) en de gebeurtenissen op 9/11 (2001)

B. de nazi-pogrom in de Oekraïne (1941) en de ineenstorting van de Twin Towers (2001)

C. het bombardement op Dresden (1945) en de aanslag op het WTC in New York (2001)

D. de opstand in het getto van Warschau (1943) en de aanslagen van Elf September (2001)

15 Wie noemde zichzelf “De jonge oppergod der Vlaamse letteren'?

A. Herman Brusselmans

B. Hugo Claus

C. Guido Gezelle

D. Tom Lanoye

16 In Ik heet Karmozijn (1998) van Orhan Pamuk, over een moord op een 10de-eeuwse miniatuurschilder die zich verzet tegen westerse invloeden, wordt het verhaal verteld door 21 ikfiguren. Wie richt in deze roman niet het woord tot de lezer?

A. een moordenaar

B. de duivel

C. een schilderij

D. een muntstuk

17 Van wie is deze uitspraak over de 17de-eeuwse dichter “vadertje' Jacob Cats: “De manier waarop er over zijn verzen werd gevonnist doet mij sterk denken aan het oordeel dat men af en toe over mijn schrijfsels velt.'

A. Conrad Busken Huet

B. Willem Bilderdijk

C. Simon Carmiggelt

D. Marjan Berk

18 Door welke begin twintigste-eeuwse schrijver liet Zadie Smith zich inspireren bij het opzetten van haar roman On Beauty (2005)?

A. E.M. Forster

B. E.M. Hemingway

C. E.M. Cioran

D. A.M. Housman