“Alleen een gek luistert niet naar Homerus'

Het mythische personage Helena van Troje is nooit onderwerp geweest van serieuze studie. Tot Bettany Hughes verscheen. De biografie van de Britse BBC- historica is nu vertaald. “Ik keek naar een Hittitische kleitablet en dacht: dit is het verhaal van Helena.'

Als er één vrouw mythisch is, en dus onbestaanbaar, is het wel Helena van Troje. De vrouw om wie duizenden mannen sneuvelden, om wie een stad verwoest werd, die zo mooi was dat de door haar bedrogen echtgenoot toen hij dan eindelijk weer tegenover haar stond na al die jaren oorlog, klaar om haar te doden, zijn zwaard liet zakken en haar maar weer meenam naar huis, waar ze mooi bleef tot Odysseus het paar bezocht en die daarna in de schemer verdween - over de oudere Helena hoor je nooit zo veel.

Helena is zo mooi dat een afbeelding van haar eigenlijk nergens op kan slaan - Gustave Moreau schilderde haar met een leegte op de plaats van het gezicht, 19de-eeuwse schilders stelden zich op hun schilderijen voor hoe de 5de-eeuwse Griekse meesterschilder Zeuxis een afbeelding van haar wilde maken en daartoe de mooiste meisjes uit de stad liet komen; ze schilderen Zeuxis en de meisjes, maar het doek waarop Helena zou moeten verschijnen blijft leeg.

Ze is onvoorstelbaar. Het is misschien daarom, dat nooit iemand heeft gezocht naar de historische Helena. Al heeft het sowieso weinig zin om naar personages uit verhalen te gaan zoeken, we gaan ook niet proberen de botten van Oblomov op te graven. Maar we bezoeken wel de heidevelden waar Jane Eyre over ronddwaalde, sommigen speuren naar foto's van mensen die “model hebben gestaan' voor personages, reizen Madame Bovary achterna en talloze mannen hebben de boot genomen om zich in de sporen van Odysseus te begeven. Maar Helena - nooit.

Sparta

Tot Bettany Hughes verscheen, een jonge Britse Oxford-historica die zich heeft gespecialiseerd in de geschiedenis van Sparta, waarover ze ook een heel goed bekeken BBC-serie maakte. Zij vroeg zich af: als er een Helena geweest zou zijn, hoe zouden we ons haar dan moeten voorstellen? Hoe leefde een aristocrate in de late bronstijd, wat weten we van zulke vrouwen af, wat kan er kloppen aan de beschrijvingen van Homerus, hoe is de herinnering aan Helena in latere tijden bewaard?

Twintig jaar lang hield ze, zoals ze zelf zegt “een oogje open voor Helena' bij al haar studies en reizen. En toen schreef ze een boek: Helen of Troy. Goddess, Princess, Whore , dat nu vertaald is als De schone Helena. De biografie van Helena van Troje, de vrouw voor wie duizend schepen uitvoeren. Dat boek heeft als uitgangspunt het verhaal van Homerus, maar gebruikt ook andere verhalen over het leven van Helena.

Dat is voor een historicus een ongebruikelijk uitgangspunt, mythische personages en geschiedenis verdragen elkaar niet goed. Hughes weet echter de verleiding om verhaal en werkelijkheid te verweven uitstekend te weerstaan, terwijl ze toch aannemelijk maakt dat een vrouw als Helena in de bronstijd heel goed geleefd zou kunnen hebben.

Het is een slimme opzet voor een boek. Zou ze gewoon geschreven hebben over “vrouwen in de late bronstijd in Griekenland en Voor-Azië' dan zou haar verhaal een stuk droger zijn geworden. Nu begrijpt iedereen meteen waarom je nieuwsgierig zou kunnen zijn naar die vrouwen. Want Helena, de mooiste vrouw ooit, was één van hen.

Bettany Hughes zelf, tijdens een bezoek aan Amsterdam, zegt: ,,Homerus schreef de bijzonderste, aangrijpendste, meest tragische verhalen die bestaan. Ik zou wel gek geweest zijn als ik zijn Ilias niet als leidraad had genomen.''

De bronstijd in Griekenland, dat betekent: de Minoïsche en, ten tijde van die beroemde Trojaanse oorlog vooral de Mykeense cultuur (in de Nederlandse vertaling steeds nogal irritant “Mycenisch' genoemd). Uit die tijd, we spreken over de 13de en 12de eeuw voor het begin van onze jaartelling, zijn nauwelijks geschreven bronnen uit het Griekse gebied bewaard gebleven. Niet meer dan de lineair B-tabletten die voornamelijk inventarissen en voorraadlijsten bevatten. Er zijn wel archeologische resten, in overvloed. De paleizen van Mykene, Pulos, Tiryns, Knossos en Akrotiri zijn voor een deel nog steeds te zien, en bij de opgravingen is een schat aan spullen tevoorschijn gekomen.

Het merkwaardige is dat juist in Sparta, de plaats waar Helena en haar man Menelaos de heersers waren, géén bronstijd-citadel is gevonden, alleen maar een klein bouwwerk, veel kleiner dan de andere paleizen, maar weer wel bezaaid met voorwerpen uit de Mykeense tijd. Het is mogelijk dat het paleis door aardbevingen is verwoest, zelfs dat de halve heuvel waarop het gestaan heeft is afgebrokkeld en weggegleden. Hughes schrijft over de “aardbevingsstormen' die Klein-Azië en Griekenland teisterden en die grote verwoestingen aanrichtten onder mensen en gebouwen.

Wél is er in Sparta in latere eeuwen een levendige Helena-cultus ontstaan - ze werd er vereerd als een godin, had een eigen heiligdom, was de beschermster van jonge maagden, wat een interessante en duidelijke rol is voor een vrouw die zelf, volgens de mythen, op 12-jarige leeftijd was verkracht door de held Theseus.

Priesteressen

In de late bronstijd hadden vrouwen, zo schrijft Hughes, wel degelijk invloed. Ze waren veelal priesteressen, wat je kunt zien op talloze afbeeldingen. Hughes: ,,De archeologische bewijsstukken voor het belang van vrouwen in de oudheid zijn overweldigend. Er zijn verpletterend veel vrouwenbeeldjes, medaillons en schilderingen waarop vrouwen staan, negen van de tien keer als priesteressen. En je kunt dan niet zeggen dat ze zich “alleen maar' met het religieuze bezighielden - in die tijd was het goddelijke overal, het doordrong álles, het zin geven stond centraal. Onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat we daar vaak te patroniserend over gedaan hebben. Vrouwen konden land bezitten, ze kregen ook geschenken en slaven en dergelijke. Het is niet meer dan rechtvaardig dat we daar nu over schrijven.''

Hoe invloedrijk vrouwen waren, blijkt ook uit de geschreven bronnen die er wél zijn: de kleitabletten van de Hittiten. Troje lag aan de rand van het grote Hittitische rijk, dat een belangrijk deel van het huidige Turkije besloeg. In de Ilias wordt steeds gesproken over “de gouden paleizen van het oosten' en ook in andere verhalen wordt het leven in het oosten als uiterst rijk, verfijnd en luxueus voorgesteld (en dus vaak als “verwijfd' - Paris, de Trojaanse prins die Helena ontvoerde, is geen echte kerel). Op Hittitische kleitabletten zijn brieven bewaard gebleven, verdragen, redenen tot oorlog ook - bijvoorbeeld de reden dat een Hittitische prinses die uitgehuwelijkt was overspel pleegde.

Met die kleitablet is het voor Hughes begonnen: “Ik herinner me dat ik naar die tablet keek en dacht: dit is het verhaal van Helena. Het speelde ook nog in dezelfde tijd, zo ongeveer 1260 voor Christus.“

Op de Hittitische kleitabletten wordt ook duidelijk dat koninginnen veel macht hadden, soms hadden ze zelfs een eigen zegel, spraken recht, onderhielden het contact met bevriende staatshoofden. Helena begaf zich in een min of meer Hittitische wereld toen ze met Paris meereisde naar Troje.

Hughes: “Wij staan altijd in Griekenland en kijken van daaruit naar Troje en Turkije. Maar we zouden eens aan de andere kant moeten gaan staan - Griekenland lag aan de buitenrand van grote rijken, het was helemaal niet het centrum van de beschaafde wereld.“

Maar intussen was Griekenland wel een beschaafde wereld. Op het vulkaaneiland Santorini bleek, zo ontdekte men in de jaren zestig van de vorige eeuw, in de vulkanische as en gesteenten een enorm paleizencomplex bewaard te zijn gebleven, compleet met inventaris, schitterende fresco's, fijnzinnige voorwerpen. Op die fresco's, en ook op die uit Mykene, zie je hoe een Helena uit de bronstijd eruit zou hebben kunnen zien: met een prachtig ingewikkeld kapsel, sieraden om polsen, nek en vingers, oorbellen van goud, lange rokken met daarboven een nauw lijfje dat de borsten niet echt bedekte - het zijn vrouwen van een onvergelijkbare schoonheid en elegantie. En dáár dan de allermooiste van, Helena.

Hughes vult veel details uit het bronstijdleven in, ze schrijft over de medicinale verzorging, over hoe kinderen behandeld werden, over de oorlogsvoering (ze heeft zelfs in Hittitische strijdwagens gereden), over de kleding, het eten, de make-up, de religie. Alles om een mogelijke Helena in te vullen of uit te sparen, net hoe je het wilt zien. “Helena is een historische mogelijkheid“, zegt Hughes. ,,Het verhaal van de Ilias is historisch grotendeels correct, wat verwonderlijk is als je bedenkt dat het na de bronstijd geschreven is, in de ijzertijd. Dat pleit voor een lange mondelinge voorgeschiedenis. Er staan helmen in beschreven die in de ijzertijd allang niet meer gebruikt werden, maar die precies zoals Homerus ze beschrijft zijn teruggevonden.“

Het enige waar Homerus misschien geen gelijk in had was de Trojaanse oorlog zelf. Volgens Hughes is die er niet geweest. “Er moet een reeks kleinere conflicten hebben plaatsgevonden, maar een zó grote oorlog werd toen niet gevoerd, dat was onmogelijk. Maar dat er slag is geleverd is wel zeker, er zijn Mykeense wapenuitrustingen gevonden bij Troje. Ach, als je Homerus helemaal zou moeten bewijzen zou je gek worden. Maar dat hoeft gelukkig niet.“

Bettany Hughes: De schone Helena. De biografie van Helena van Troje, de vrouw voor wie duizend schepen uitvoeren. Vert. Dons Reerink. Uitg. Mouria, prijs euro 27,50.