Zelfs de wildschilders zijn tam op Art Rotterdam

De meeste kunstwerken op de beurs Art Rotterdam zijn luchtig van toon: lekker geschilderd, mooi gefotografeerd. Zware thema's liggen slecht in de markt.

Net nadat je de entree bent gepasseerd van de Cruise Terminal Rotterdam, waar de zevende editie van kunstbeurs Art Rotterdam wordt gehouden, loop je tegen nóg een ingang aan. Het is het toegangsportaal van een supermarkt, gebouwd door de Belgische kunstenaar Hans op de Beeck. Het is nacht, alles is donker, maar voor de entree zoemen twee speelgoedautomaten, alsof ze hun eigen geheimzinnige leven leiden als iedereen in bed ligt. Galerist Ron Mandos hoopt dat de installatie aangekocht wordt door een Nederlands museum. 'Denk je niet dat het kunstwerk erg mooi zou staan in een van de kabinetten van de Pont in Tilburg?'

Van de zeventig galeries die deelnemen aan Art Rotterdam is Ron Mandos een van de weinige die zijn standruimte aan één kunstenaar ter beschikking heeft gesteld. Ook Torch Gallery koos voor een solopresentatie. In de stand hangt het vol met zelfportretten van Philip Akkerman. Voor wie wilde weten of het leek, zat Akkerman er zelf ook, druk bezig met boeken signeren.

Even verderop passeert een man met een schaap als hoofd. Romp en poten van het dier priemen de lucht in. Het is een absurde performance van kunstenaar Helmut Dick. Hij maakte deel uit van de presentatie van Galerie West, een anderhalf jaar oude Haagse galerie die haar stand zelf leeg laat, op de geprojecteerde tekst 'hohlraum' na, een conceptueel werk van Pim Voorneman. De andere kunstenaars van West worden gepresenteerd op lege stukjes muur of in kale hoekjes van het gebouw.

Veel van de te koop aangeboden kunstwerken passen binnen de klassieke genres van portretten, bloemstillevens en landschappen. Flatlandgallery toont gemanipuleerde foto's van een kind tussen de plompebladeren van Ruud van Empel. Rubicon Gallery uit Dublin heeft beladen bosfoto's van Mark Healy. De landschappen zijn vaak grootstedelijk, zoals het schilderij van een flatgebouw van twee bij twee meter van Tjebbe Beekman in Annet Gelink Galerie.

Maar het blijft allemaal behoorlijk lieflijk en vriendelijk. Zelfs de wildschilderende kunstenaars doen het hier rustig aan. Rachid ben Ali, die associatief en snel schildert, gedraagt zich rustig in een reeks kleine doekjes die Tanya Rumpff van Galerie Tanya Rumpff in de aanbieding doet, speciaal voor de beurs. Ze kosten 1000 euro per stuk. Deze beurs kent overigens weinig echt lage prijzen. Werk in oplage kost al snel een euro of vierduizend, en de vele glossy foto's op groot formaat zijn ook niet goedkoop. Een digitale print in oplage van de Belgische schilder Luc Tuymans kost 3.750 euro, een foto van Erwin Olaf 3.500 euro.

Galerie Zinger, nog maar een paar maanden oud, trekt de aandacht met een enorme blob. Het is een object van Duitse kunstenaar Gereon Krebber, gemaakt van huishoudfolie en gevuld met ballonnen. Het object helt dreigend over, maar bestaat toch uit ongevaarlijke materialen.

Kunst op een beurs moet natuurlijk verkoopbaar zijn, en zware thema's liggen niet zo goed in de markt. Een verwijzing naar mindere tijden tref je aan bij modefotograaf David Lachappelle. Hij gebruikt een ingestort huis als achtergrond voor twee dames met felroze pumps. Het huis is een herinnering aan de vloedgolf die New Orleans in puin legde. Maar Lachapelle is een uitzondering - de meeste kunstwerken hier zjn luchtig van toon en aantrekkelijk om te zien: lekker geschilderd, mooi gefotografeerd. Artkitchen wijkt hiervan af, met een lugubere verzameling opgezette beesten van Afke Golsteijn. Ook eng, maar tegelijkertijd kwetsbaar is het werk van Lin Tianmiao in Canvas International Art: mensenhaar is minutieus aangebracht aan de randen van een groot wit doek. Het is horror zonder bloed en het kunstwerk past daarmee prima binnen de weinig schreeuwerige stands op Art Rotterdam dit jaar.

Art Rotterdam, 16 t/m 20 feb, Cruise Terminal. Inl: www.artrotterdam.com