Wie niet wil opvoeden, moet voelen

Vier ministers waren gisteren naar de Kamer geroepen voor een debat over problemen met vervelende jongeren. Kamerleden hadden tal van suggesties om de kwestie op te lossen. Maar alleen een CDA-motie haalde het.

In de wandelgangen was het omgedoopt tot het grote Marokkanendebat - het al enkele weken geleden door Geert Wilders aangevraagde spoeddebat in de Tweede Kamer over de recente incidenten in de Amsterdamse Diamantbuurt, dat gisteren pas werd gehouden.

In de Kamer waren de ministers Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD), Pechtold (Grotestedenbeleid, D66) Verdonk (Integratie, VVD) en Donner (Justitie, CDA) aanwezig om te spreken over geweld, intimidatie en vernieling door vaak jonge Marokkanen en Antillianen in onder meer de Diamantbuurt. De jongeren zouden zich vooral richten tegen joden, homo's en vrouwen.

Er vielen zware woorden, maar uiteindelijk tekende zich alleen een Kamermeerderheid af voor één motie van het CDA. Hierin wordt gepleit voor sancties tegen ouders van overlastgevende jongeren als zij weigeren hulp te aanvaarden bij de opvoeding. De coalitiepartijen VVD en D66 steunden dat voorstel. Minister Donner waarschuwde echter dat zo'n bestraffing juridisch waarschijnlijk niet uitvoerbaar is.

Het Tweede-Kamerlid Sterk (CDA) vroeg om vijf miljoen euro extra voor dertig grote steden om de 'straatterreur' te bestrijden. Dat voorstel ontlokte bij minister Pechtold de uitroep dat bij het CDA de verkiezingen er weer aankomen. Pechtold doelde op de raadsverkiezingen van dinsdag 7 maart. De minister raadde de Kamer deze CDA-motie af. 'Van die vijf miljoen blijft weinig over als je het verdeelt over 30 steden', aldus de bewindsman.

De linkse oppositie liet zich door de naderende verkiezingen niet verleiden een radicaler standpunt in te nemen dan voorheen. Het Kamerlid Kalsbeek (PvdA) benadrukte het belang van preventie van de overlast door vroege behandeling van gedragsstoornissen bij jonge kinderen 'waar we bij lange na niet voldoende behandelcapaciteit voor hebben'. Ook Vos (GroenLinks) legde nadruk op de waarde van preventie en het verbeteren van sociale omstandigheden.

De Groep Wilders diende drie moties in om het - volgens hem etnisch-culturele - conflict in de steden op te lossen. 'Ik moet me inhouden om geen motie van wantrouwen in te dienen', aldus Wilders. Eén van de drie wel ingediende moties betrof het ontnemen van de Nederlandse nationaliteit of het intrekken van de verblijfsvergunning van wie een geweldsmisdrijf pleegt.

De voorstellen van Wilders, die intensief werd gesouffleerd door Bart-Jan Spruyt (voormalig directeur van de conservatieve Edmund Burke Stichting) konden alleen rekenen op steun van de Groep Nawijn. Kamerlid Eerdmans (LPF) meent dat criminele jongeren te veel worden begeleid en opgevangen. 'Ze moeten gestraft worden', aldus Eerdmans. Hij pleit voor opsluiting en heropvoeding in kazernes.

Behalve snellere en strengere straffen drongen de meeste fracties ook aan op een gecombineerde aanpak om de jongeren te begeleiden naar werk en scholing. Ook moet er meer aandacht komen voor de vaak ondermaatse leefomgeving.

De vier ministers gaven aan dat veel voorstellen van de Kamer al mogelijk zijn of worden ontwikkeld. Zo kan bij weigering van opvoedingsondersteuning al uithuisplaatsing volgen. Andere voorgestelde maatregelen waren volgens de ministers juridisch niet haalbaar of onverstandig.

De ministers benadrukten verder dat de overlast vooral wordt veroorzaakt door een kleine groep die gericht moet worden aangepakt, en dat het van belang is om niet alle allochtone jongeren over een kam te scheren. Minister Donner relativeerde de culturele component van het debat: 'Ik ben geboren en opgegroeid aan de rand van de Diamantbuurt. Vroeger werden er daar ook wel ramen ingegooid. Niet door mij overigens.'