Werkloosheidscijfer betwist

De werkloosheidscijfers voor allochtonen die het Sociaal en Cultureel Planbureau vorige maand bekend maakte, roepen grote twijfels op bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en wetenschappers van verschillende universiteiten. Zij twijfelen aan de alarmerende conclusies van het SCP, die in de Tweede Kamer tot grote ophef leidden. Volgens het SCP bedroeg de werkloosheid onder allochtone jongeren vorig jaar 40 procent.

Na lezing van het SCP-rapport betwijfelen het CBS en de wetenschappers de juistheid van de conclusies. Volgens het CBS bedroeg de werkloosheid onder allochtonen vorig jaar 26 procent.

'Wij koesteren grote bezwaren tegen de methode van het SCP', zegt hoofdeconoom M. Vergeer van het CBS. Hij vindt dat het SCP verkeerd gebruik heeft gemaakt van de CBS-cijfers die het bij zijn onderzoek heeft betrokken.

Het SCP en CBS rekenen momenteel gezamenlijk hun werkloosheidscijfers over 2005 na. Dit gebeurt mede op verzoek van staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD). Hij heeft de Tweede Kamer duidelijkheid beloofd over de werkloosheidscijfers.

Op 19 januari, twee dagen na de SCP-publicatie, publiceerde het CBS algemene werkloosheidscijfers over 2005. Toen noemde het bureau de berekeningen van het SCP al 'opmerkelijk'. Het CBS krijgt nu bijval van diverse universitaire onderzoekers. 'Het SCP moet zich achter zijn oren krabben', zegt hoogleraar arbeidsmarktbeleid T. Wilthagen van de Universiteit Tilburg. 'Ze hadden zorgvuldiger moeten zijn.'

A. Knoester, emeritus-hoogleraar economisch en financieel beleid, noemt de methode van het SCP 'incorrect'. Hij vindt dat een instituut als het SCP zich niet zo'n 'misser' kan permitteren.

Een van de verklaringen voor de verschillende cijfers is dat het CBS de werkloosheid voor het hele land berekent en het SCP zich beperkt tot de grote steden. De opsteller van het SCP-rapport, J. Dagevos, blijft bij zijn bevindingen. Hij wijst erop dat dat het SCP zich specifiek richt op de minderheden en daardoor een beter beeld geeft van deze groepen.

Andere aanpak:pagina 15