Wanneer gaat u eigenlijk dood?

Een kans-op-sterven-test, die antwoord probeert te geven op de vraag: hoe lang leef ik nog? Vier Amerikaanse onderzoekers maakten zo'n test.

Geen week gaat voorbij of een dames-, mannen- of ander weekblad trekt lezers met een zelftest. Hoe gelukkig bent u? Hoe verliefd? Hoe verlegen? Leeft u gezond? Beweegt u genoeg? Wat is uw slaagkans in de liefde? Hoe staat het met uw relatie?

Aan al die testen heb je weinig als je niet weet hoe lang je nog leeft. Onderzoekers uit San Francisco gebruikten de gegevens van bijna 20.000 mensen om hun kans-op-sterven-test te maken. Vul de test in en ontdek je kans over vier jaar nog te leven.

De test is ontwikkeld voor 50-plussers. Want pas boven die leeftijd begint het grote sterven dat het einde van iedere generatie inluidt.

De dooddoener van deze test is dat vooral de leeftijd de kans op dood voorspelt. Maar dat verschaft het moderne leven wel een zekere mate van rechtvaardigheid. Een eeuw geleden stierf één op de zeven kinderen in Nederland nog voor de vijfde verjaardag aan een infectieziekte.

Dat lot trof vooral de armen, maar de rijken ontkwamen niet. Die tijd van vroege massale randomsterfte is voorbij.

Tegenwoordig is de dood voor het vijftigste levensjaar vaak een kwestie van domme pech (samen in de bus met een zelfmoordpalestijn), van gevaarlijk leven (brommerscheuren), van een aangeboren ziekte of van verkeren in een riskant milieu (moord en doodslag).

De wet van de grote getallen, waar deze test op is gebaseerd, toont haar kracht alleen aan mensen van boven de zestig. Wie in de westerse wereld voor zijn zestigste een merkbare kans op de dood binnen vier jaar heeft, moet welhaast een invalide magere rokende man met een chronische longziekte zijn.

Mager? Verhoogt mager zijn de kans op de dood?

Het is erger - althans zo lijkt het: de Amerikaanse computeranalyse waar deze test op is gebaseerd, rekende voor dat dik beter tegen de dood is dan mager of zelfs een normaal gewicht.

Dat is de vertekende werkelijkheid, want allerlei ziekten die een dik mens makkelijk krijgt - diabetes, kanker, slechte gewrichten - verhogen de kans op de dood binnen vier jaar fors. En uiteindelijk vermageren die zieke mensen vaak in de jaren voor ze sterven. Vandaar dat mager de kans op overleven verlaagt.

De Amerikanen zochten niet naar voordehandliggende zaken die dood versnellen, maar naar een zo klein mogelijke set factoren die toch een zo goed mogelijke voorspelling geeft. Van de veertig onderzochte factoren bleven er uiteindelijk twaalf over.

De Amerikanen publiceerden hun snelle test in het gezaghebbende medisch-wetenschappelijke tijdschrift de Journal of the American Medical Association van woensdag 15 februari. Niet om het testje in alle kranten te zetten, maar - schrijven Lee, Lindquist, Segal en Covinsky - omdat medici steeds meer rekening houden met levenskansen.

Kankerscreening kun je bijvoorbeeld kosteneffectiever maken door alleen mensen te screenen die een goede kans hebben om langer dan vijf jaar te leven.

En politici en beleidsmakers die de kwaliteit van verpleegtehuizen of ziektekostenverzekeraars willen vergelijken, en daarvoor het aantal overledenen per tehuis of verzekeraar vergelijken, moeten natuurlijk wel vooraf weten wat de sterftekans van de bewoners of verzekerden is. Anders vergelijken ze geen verpleeghuiskwaliteiten maar appels met peren.

De uitslag van deze test zegt vooral iets als hij wordt toegepast bij groepen mensen. Voor ieder individu binnen de groep is er nog zoveel variatie dat een 42 procent kans om binnen vier jaar te sterven eigenlijk niet veel zegt.

Dus het is de vraag of het wel zo zinvol is om deze kans-op-leven-test in te vullen. Hetzelfde geldt voor al die testjes waarmee tijdschriften kopers trekken.