Wanhopig va-et-vient in het duister

Op de foto die Erwin Olaf met een knipoog naar Rembrandts Staalmeesters maakte, zien de zes choreografen eruit alsof er geen greintje hoop is voor de klassieke dans, zo ernstig blikken ze in de lens. Maar uit de programma's Hollandse School 1 + 2, waarmee Het Nationale Ballet zijn 45-jarig bestaan viert, blijkt hoe springlevend hedendaags ballet kan zijn. Dat geldt in ieder geval voor Hans van Manens Six Piano Pieces. De keuze van de muziek is bij hem al het halve werk. Hij combineert hier enkele fijne pianominiaturen van W. Frederik Bon en Louis Andriessen met fuga's van Bach, en besluit met Janáceks romantische adagio Der Tod.

Dat slot, daar gaat het om. Na een heldere intro door het ensemble, een mild duet door Yumiko Takeshima en Cédric Ygnace en vlotte jazzy dansen door zes koppels, volgt de pas de deux waar het om draait.

Igone de Jongh en Alexander Zhembrovsky zijn elkaar na opkomst voorbijgelopen. Maar drie stappen terug en ze staan oog in oog met elkaar, als geliefden die aan elkaar gewaagd zijn. Op de lyrische noten van pianiste Olga Khoziainova bolt De Jongh zacht haar rug, vouwt elegant haar lange benen uit, draait sierlijk in haar partners armen. Gaandeweg wordt de dans in navolging van de muziek temperamentvoller, de man toont zijn onmacht in een driftige solo en na een wanhopig va-et-vient in het duister vinden de twee elkaar terug in een lichtspot, waarna ze hun strijd met de liefde belonen - en niet berusten in de dood.

Six Piano Pieces sluit stilistisch aan op het werk dat Van Manen recent bij NDT maakte, maar verwijst ook naar werk van ouder datum. De zeggingskracht zit in de pas de deux.

De Jongh en Zhembrovsky vormen een mooi paar. Keso Dekkers gemarmerde kostuums tegen een blauwgrijs belichte achterwand maken deze onvervalste Van Manen compleet.

Hollandse School 2 opent met Rudi van Dantzigs romantische Vier letzte Lieder (1977) - een pronkjuweel uit de schatkamers van het gezelschap - waarin de expressieve Rubinald Pronk als machtige doodsengel imponeert, en heeft als uitsmijter Four Sections waarmee de huidige artistiek directeur Ted Brandsen in 1991 debuteerde als choreograaf. De dans op Reichs The Four Sections verraadt qua idioom Van Manens invloed, maar mist diens kracht. Het ballet is vol beweging maar blijft oppervlakkig, zonder 'minimal dance' te worden. Als uitsmijter werkt het ballet desondanks bij dit programma, dat in zijn geheel aantrekkelijker is dan het eerste.

Dat bevat het nieuwe The Gentle Chapters van David Dawson. Dat Dawson de groep komend seizoen alweer verlaat, valt niet echt te betreuren. Want opnieuw blijkt dat hij louter een epigoon is van William Forsythe, die nu ook nog met diens vaste componist Thom Williams aan de haal gaat. Wel erg mooi is Dawsons toneelbeeld: een ijzig blauwe, steriele ruimte, waarin de dansers in hun klassieke poses bijna ijl worden.

Als contrapunten fungeren Krysztof Pastors muziekballet In Light and Shadow dat swingt op Bach, en het onheilspellende Spiegels bevriezend van Toer Van Schayk op muziek van Micha Hamel. Daarin is opnieuw Rubinald Pronk de blikvanger, in een veel dramatischer rol-interpretatie dan vroeger Clint Farha.

Beide programma's zijn vooral aantrekkelijk vanwege de energieke, vaak sprankelende uitvoering door de relatief jonge, internationaal gevormde dansers die deze groep rijk is.

Het Nationale Ballet met Hollandse School 1. Première: The Gentle Chapters (Dawson) Reprises: Spiegels bevriezend, In Light and Shadow. Hollandse School 2: Première: Six Piano Pieces (Van Manen). Reprises: Vier letzte Lieder, Four Sections. M.m.v. Holland Symfonia. Gezien: 14, 15/2, Muziektheater Amsterdam. Daar beurtelings te zien t/m 5/3. Inl. www.het-ballet.nl