Vuile oorlog

De Nederlandse regering heeft over de geheime CIA-vluchten toch meer uit te leggen dan zich aanvankelijk liet aanzien. Uit informatie van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, door deze krant verkregen na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, blijkt dat een groot aantal van de vliegtuigen die mogelijk terreurverdachten vervoerden, in Nederland is geland of het Nederlandse luchtruim heeft aangedaan.

De Tweede Kamer wil terecht opheldering van minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA). Zowel de regeringspartijen als de oppositie willen antwoord op de vraag of er transporten van de Amerikaanse inlichtingendienst via Nederland hebben plaatsgehad. Bot zal daar nu aan moeten tegemoetkomen, iets dat hij eerder naliet. Aanvankelijk was de bewindsman kritisch over de Amerikaanse verklaringen inzake de vermeende gevangenissen en de vluchten met terreurverdachten. Met een uitleg van zijn Amerikaanse collega Condoleezza Rice toonde hij zich eind vorig jaar opeens 'zeer tevreden', maar wat er precies was uitgelegd, bleef onduidelijk.

Zoals dat gaat, leek de rel te gaan liggen na een paar weken van verontwaardigd gesputter en toezeggingen over een onderzoek. Veel vragen, ook gesteld in andere Europese landen, bleven onbeantwoord. In opdracht van de Raad van Europa, die als belangrijkste taak de bescherming van de mensenrechten heeft, doet de Zwitserse parlementariër en advocaat Dick Marty onderzoek naar de geruchten. Zijn voorlopige bevindingen zijn weliswaar alarmerend, maar bevatten nog geen harde bewijzen. Intussen wekken de lidstaten van de Europese Unie, waaronder Nederland, over het algemeen de indruk met de CIA-kwestie in hun maag te zitten. De stilte erover is ongemakkelijk. Opvallend is het gebrek aan eigen onderzoek.

De inlichtingen van het Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat vragen om een toelichting. Het kabinet doet er goed aan dit keer zo helder mogelijk te zijn. De rel is ogenschijnlijk gesust, maar woekert onder de oppervlakte voort. Er komt nog een eindrapportage van onderzoeker Marty, en ook mensenrechtenorganisaties zitten niet stil. Het moet nog maar eens worden gezegd: ook gevangenen hebben rechten. Het gaat niet aan deze met de voeten te treden door illegale praktijken als ontvoering en transport naar geheime plaatsen voor ondervraging of erger: marteling. De Amerikanen ontkennen dat ze zich schuldig maken aan martelen, maar zeggen wel dat ze in de strijd tegen terroristen soms overgaan tot 'buitengewone uitleveringen' (extraordinary renditions). Overigens is strikt genomen geheime opsluiting zonder rechtsbijstand al als een vorm van marteling te beschouwen.

Het verschaffen van duidelijkheid biedt de regering de kans om aan te geven waar een te goeder trouw verleende vriendendienst van de ene staat aan de andere overgaat in de obscure hulp aan een bondgenoot met een mensenrechtenprobleem. De tijd is rijp voor een debat over hoe schone handen te houden in een heimelijke, vuile oorlog; een strijd tegen de terreur, waarvan ooit werd vastgesteld dat die gezamenlijk moest worden gevoerd.