Vogelgriep

'Vogelgriep ook in Nederland.'

Misschien staat die kop al vanavond op de voorpagina's, misschien wordt het volgende week, maar het gaat gebeuren. Alles wat onafwendbaar is, gebeurt - dat is nu juist het onafwendbare van het onafwendbare. Hoe zullen we ermee omgaan? Véél minister Veerman in de media, vrees ik. Het is niet onze spannendste bewindsman, dus we gaan snakken naar een minister die de vogelgriep dramatischer contouren geeft.

Er zal een roep ontstaan om Rita Verdonk. Kan zij haar collega niet assisteren? Zij is gespecialiseerd in externe bedreigingen en ze weet hoe ze korte metten moet maken met vreemde vogels. Sinds het vermoeden bestaat dat het raam van haar werkkamer niet door een terrorist, maar een vogel is beschadigd, is zij alerter dan ooit.

Ik hoor haar al snuiven. Ophokplicht? Oprótplicht! Ze kijkt of die vogels de goede papieren hebben, of ze niet frauderend een of andere grens zijn overgevlogen. Zijn er jonge, nieuwsgierige vogeltjes bij die het ouderlijk nest hebben verlaten en hongerig bij een liefdevolle vogelaar zijn neergestreken? Naar het asiel ermee.

Ik zou haar willen vragen in ieder geval een uitzondering te maken voor de reiger die al jarenlang in mijn buurt zijn kostje bij elkaar scharrelt. Hij moet inmiddels een oude man zijn. Hij? Nou ja, ik kan hem alleen maar als een man zien, een schrale, stijve heer, die het op hoge leeftijd zonder een goed pensioen moet zien te rooien. Hij houdt nog enigszins zijn stand op, maar aan de slijtplekken op zijn verenpak kun je zien dat hij moet schooien.

Om hem heen doen de jonge reigers zich te goed aan die schattige eendenkuikentjes die zo aangrijpend kunnen piepen als de reigersnavel hen doorklieft. Mijn oude reiger heeft deze jacht jarenlang aangevoerd, maar de pezen en vleugels willen niet meer, althans niet meer die geruisloze glijvlucht naar de nietsvermoedende prooi. De laatste jaren werd er in het water een beetje gegniffeld als hij luidruchtig kwam aangefladderd. Daar heb je de oude zak ook weer.

Hij heeft de eer aan zichzelf gehouden en doet sindsdien een beroep op de mens - een wezen dat hij niet écht mag, maar bij wie hij een schuldgevoel vermoedt dat hem kan redden. Vergelijk het maar met de verkoper van de daklozenkrant bij de ingang van de supermarkt.

De oude reiger heeft in mijn buurt een vast adres gevonden. Halverwege de middag strijkt hij neer op het dak van een auto tegenover het huis. Hij gaat onmiddellijk in de reigerhouding staan: bedaard en roerloos - een stoïcijn van veren. Na een poosje daalt hij waardig af en stapt naar het huis. Voorbijgangers kunnen hem passeren, al hoeven ze niet op een groet te rekenen. Hondjes moeten niet te lastig worden, dan beweegt hij even zijn snavel. Het is toeristen toegestaan hem te fotograferen, maar hij poseert niet.

Het wachten is nu op het openschuiven van het raam en het neerploffen van de voedselbrokken. Zijn ze niet thuis? Oké, hij heeft tijd genoeg, hij valt toch niemand lastig?

Ik ben in Nederland bevreesder voor een vogelgrieppaniek dan voor de vogelgriep. Wij zijn een nogal schichtig landje geworden. Een vogelfobie is net iets voor ons.

Voor je het weet mag je geen oude reigers meer voeren.