Strijd tegen terreur: Blairs concessies

Nieuwe regels in het Verenigd Koninkrijk voor de bestrijding van terreur gaan minder ver dan de regering wilde. Veel maatregelen moesten worden afgezwakt.

De spelregels gaan veranderen, kondigde de Britse premier Tony Blair strijdlustig aan na de bloedige zelfmoordaanslagen in Londen van juli vorig jaar. Na maanden van touwtrekken tussen de Britse regering en het parlement wordt geleidelijk aan duidelijk hoe de nieuwe regels er uit zien.

Al met al zullen de wijzigingen minder ver gaan dan Blair en zijn regering vorige zomer wilden. De Britten zijn te zeer aan hun vrijheden verknocht om die zonder slag of stoot op te offeren, ook al dient zich een agressieve nieuwe dreiging aan in de vorm van aanslagen door radicale moslims.

Hieronder een overzicht van de stand van zaken nadat de regering gisteren met een verrassend ruime meerderheid de steun van het Lagerhuis wist te verwerven voor een omstreden voorstel om het verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen. Het Hogerhuis blokkeerde dat eerder omdat de Lords vreesden dat de wet de deur open zet voor willekeur. Naar verwachting zullen ze echter in tweede instantie akkoord gaan. De nieuwe bepaling omtrent de verheerlijking van terrorisme maakt het ook makkelijker om op te treden tegen een militante organisatie als Hizb ut-Tahrir.

Een van de belangrijkste wensen van Blair (en de Britse politie) was verder om verdachten van terrorisme voor een periode van maximaal drie maanden te kunnen vasthouden zonder aanklacht. Die strijd verloor Blair in november. Het Lagerhuis was slechts bereid de huidige maximale termijn van 14 dagen op te rekken tot 28 dagen. De regering heeft zich daarbij voorlopig neergelegd.

Een derde punt vormde de invoering van nieuwe bevoegdheden voor de regering om ongewenste buitenlanders die in Groot-Brittannië haat zaaien uit te zetten. Zulke bevoegdheden zijn vastgelegd in nieuwe wetgeving inzake immigratie, asiel en nationaliteit, die naar verwachting rond Pasen van kracht wordt. Deze wet behelst ook een bepaling dat genaturaliseerde Britten die zich inlaten met extremisme hun Britse staatsburgerschap kunnen verliezen.

Niemand is echter tot dusverre uitgewezen. Wel hebben sommigen, onder wie de radicale Syrische geestelijke Omar Bakri Mohammed, vrijwillig de wijk genomen naar het buitenland. De regering werkt nog aan een lijst van ongewenste vreemdelingen.

De regering hoopte verder van een aantal lastige stokebranden af te raken door nieuwe uitleveringsverdragen te sluiten met tien landen in het Midden-Oosten met een dubieuze staat van dienst op het terrein van de mensenrechten. Die landen zouden een fatsoenlijke behandeling van de uitgeleverden moeten garanderen. Pas met drie landen, Jordanië, Libanon en Libië, zijn zulke verdragen gesloten. Met de andere landen, waaronder Algerije, lopen de onderhandelingen nog.

Zolang zulke verdragen er niet zijn, is het krachtens Europees recht uitgesloten dat de Britse regering een van terrorisme verdachte Algerijn kan uitleveren aan Algerije. Dat is van belang omdat de regering inmiddels al enkele jaren een handvol Algerijnen in de gevangenis of onder huisarrest houdt op verdenking van betrokkenheid bij terrorisme. Concrete aanklachten ontbreken echter tegen hen. Ze worden vastgehouden op grond van zogeheten 'control orders'. Pas na heftige debatten stemden de Lords vorig voorjaar in met een verlenging van deze omstreden regels voor een jaar. Gisteren stemde het Lagerhuis in met een verlenging van weer een jaar.

Een gevoelige nederlaag leed de regering eind vorige maand in het Lagerhuis met een wetsvoorstel dat het aanzetten tot religieuze haat strafbaar zou stellen. De regering had gekozen voor een zeer algemene formulering, die het al strafbaar maakte om mensen te bedreigen, te beschimpen of te beledigen. Zowel christelijke als islamitische groeperingen waren hiertegen maar ook een komiek als Rowan Atkinson toonde zich bezorgd. Het Lagerhuis gaf er echter een veel beperktere lading aan door toe te voegen dat er sprake moest zijn van een aantoonbaar opzettelijk en roekeloze bedreiging. Over beschimping en belediging werd niet meer gerept.

Stilzwijgend heeft de regering ook een aantal plannen van afgelopen zomer ingeslikt. Dat geldt bij voorbeeld voor haar wens om de expliciete bevoegdheid te krijgen om moskeeën te kunnen sluiten die een broedplaats voor extremisme vormen. Bij nader inzien werd dat als onnodig grievend voor moslims ervaren, te meer omdat er bij concrete aanwijzingen van onraad al kan worden opgetreden.