Rokerige kroeg bestaat nog lang

De Tweede Kamer hield gisteren een hoorzitting over de verscherpte regels tegen roken in Nederland. Wat zijn de effecten van een totaal rookverbod in de horeca? 'Ik zou dat een zwaktebod van de overheid vinden.'

De samenloop van omstandigheden was opmerkelijk. Op dezelfde dag dat de Britten het nieuws moesten incasseren dat volgend jaar zelfs in de pubs niet meer gerookt mag worden, liet de Tweede Kamer zich informeren over de gevolgen van de aangescherpte Nederlandse regelgeving om het roken aan te pakken.

Kamerlid Max Hermans (LPF) had gisteren tabakproducenten- en verkopers evenals een aantal onderzoekers uitgenodigd voor een hoorzitting over de evaluatie van de vier jaar geleden gewijzigde Tabakswet. Als gevolg van die wet hebben onder andere alle werknemers in Nederland sinds 1 januari 2004 recht op een rookvrije werkplek. Begin vorig jaar is de wet geëvalueerd en is bekeken hoe de regelgeving in de praktijk uitpakt.

De antirooklobby was gisteren niet welkom bij het overleg. Behangen met protestpamfletten bevolkten de tegenstanders van tabak daarom de publieke tribune. 'We zijn heel erg boos dat we niet mee mogen praten', liet een gepikeerde voorzitter van Clean Air Nederland, Willem van den Oetelaar, weten. Hij verwees naar Groot-Brittannië: 'Door het Britse rookverbod wil daar 15 procent van de rokers stoppen met roken. Dat zal ook voor Nederland opgaan.'

Hoewel ook werknemers in de horeca recht hebben op een rookvrije werkplek, is voor deze gelegenheden in Nederland een uitzondering gemaakt. Om de overlast voor niet-rokers in de horeca te beperken, wordt in Nederland al enkele jaren gekeken naar de mogelijkheden van speciale ventilatiesystemen. Probleem daarbij, zo bleek uit een eerder onderzoek van TNO en het Rijksinstituut voor Volkgezondheid en Milieu (RIVM), dat goede ventilatie veel te kostbaar is voor cafés en restaurants. Gisteren maakt TNO-onderzoeker Wil de Gids de resultaten bekend van een nieuw onderzoek (in opdracht van de tabaksindustrie), waaruit zou blijken dat met goede, niet al te dure ventilatie de aanwezigheid van rook in horecagelegenheden met 80 tot 90 procent kan worden verminderd. 'De installatiekosten zijn twee tot drie keer lager dan gedacht', aldus de TNO'er. Hij zei een algemeen rookverbod zoals nu in Engeland wordt ingevoerd, een 'zwaktebod van de overheid' te vinden.

Juist omdat goede ventilatie geen reële optie leek, wilde Hoogervorst ook in Nederland in bars en restaurants uiteindelijk een totaal rookverbod invoeren. Onder druk van de Kamer is dit voornemen afgezwakt tot een verplichting voor horecagelegenheden om de hoeveelheid rook in hun etablissementen te verminderen. Daardoor hoeven ze rokers ook op de langere termijn niet te weren.

Onderzoeker Frank van Zutphen van het economisch adviesbureau Ecorys presenteerde gisteren de resultaten van zijn onderzoek naar de financiële gevolgen van een rookverbod voor de horeca. Ook zijn onderzoek was in opdracht van de tabaksindustrie. De vraag was of mensen minder vaak naar de kroeg of uit eten gaan als er niet gerookt mag worden. Het bleek dat de omzet van cafés daalt met 3 procent, terwijl die van restaurants juist stijgt met 2 à 3 procent. Het verschil komt door de heftiger reactie van cafégangers op een rookverbod en door het feit dat er meer rokers naar cafés dan naar restaurants gaan. In Nederland rookt een kleine 30 procent van de bevolking. Als dit percentage onder de 20 komt, dan heeft een rookverbod volgens Van Zutphen geen invloed meer op de omzet van de horeca. Het doel van het ministerie van Volksgezondheid is dat in 2019 nog maar 13 procent van de Nederlanders rookt.

De Ecorys-onderzoeker stelde gisteren dat horecaondernemingen hun investeringen in ventilatie er in vijftien jaar uit hebben. Hij vindt dat horecaondernemers de keus moeten krijgen om een rookverbod in te stellen of te ventileren. 'De uitkomsten van mijn onderzoek waren hetzelfde geweest als ik had gewerkt in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid.'

De aangescherpte Tabakswet is begin 2005 door de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) geëvalueerd. Deze organisatie is ook verantwoordelijk voor de handhaving van de wet. Tijdens het gesprek tussen de Kamerleden en de ondernemers fulmineerde de tabaksindustrie tegen deze dubbelrol van de VWA. 'De evaluatie is niet koosjer verlopen', zei Willem Jan Roelofs van de Stichting Sigaretten Industrie. Tankstation-ondernemer Martin van Tol hekelde de controles en boetes van de controleurs van de Tabakswet. Een sigarendoosje op een toonbank geldt al als verboden reclame. 'De boetes slaan echt nergens op', aldus Van Tol.

De aanwezige vertegenwoordigers van tabakshandelaren, supermarkten en tankstations willen dat jongeren onder de zestien jaar strafbaar zijn als ze sigaretten kopen. Nu wordt in deze gevallen alleen de verkoper beboet (tot 4500 euro). De tabaksindustrie bepleitte gisteren een verhoging van de leeftijdsgrens tot achttien jaar, maar daar wil de detailhandel niets van weten.

Na afloop van de hoorzitting zei LPF-Kamerlid Hermans dat hij een nieuwe evaluatie van de Tabakswet wil. 'De minister zal hierover verantwoording af moeten leggen. Deze evaluatie moet van tafel. Het huiswerk moet worden overgedaan.' Hermans is tegen een totaal rookverbod en wil mensen zoveel mogelijk gezuiverde lucht aanbieden.

Als het aan de anti-rokersgroepering Clean Air Nederland ligt, gaat een totaal rookverbod morgen al in. Voorzitter Van den Oetelaar verwees na afloop van de bijeenkomst naar ervaringen in andere Europese landen: 'In Ierland is het rookverbod een groot succes. De omzet in de restaurants is er gestegen. In Italië was er een jaar lang een rookverbod. Negentig procent van de Italianen was daar heel tevreden over. België krijgt in 2007 een rookverbod in alle restaurants. Ruim 80 procent van de bevolking wil rookvrije ruimtes. Niet roken wordt gewoon de norm.'