Redder van de plattelandsfondsen

Een lobbyist wil hij zich niet noemen. Hein Cannegieter is vertegenwoordiger van de Oost-Nederlandse provincies in Brussel. 'We doen wel aan lobbyen natuurlijk', haast hij zich te zeggen, 'maar dat is niet alles. We geven ook informatie.'

Al twaalf jaar loopt Cannegieter in Brussel rond. Hij was nauw betrokken bij de oprichting van het Huis der Nederlandse Provinciën, waarin alle Nederlandse vertegenwoordigers van regionale overheden onderdak vinden. Tot begin dit jaar was Cannegieter coördinator van het Huis. Nu is hij weer full time belangenbehartiger van Oost-Nederland. 'Heb ik lekker weer de tijd om dossiers te lezen', zegt Cannegieter. Hij meent het.

'Maar wat is Gelderland in Brussel?' vroeg ook Cannegieter zich in 1993 nog af. Hij behartigde toen de Gelderse belangen in het Duitse Nordrhein Westfalen. Nu zegt Cannegieter: 'In Brussel worden wetten gemaakt die regionale overheden moeten uitvoeren.'

Een roemrucht voorbeeld vormen inmiddels de Europese luchtkwaliteitsregels. Die leidden tot het schrappen van tal van bestemmingsplannen. Heeft Nederland zitten slapen in Brussel, toen deze richtlijn werd besproken? 'We zijn ons onvoldoende bewust geweest van de consequenties', zegt Cannegieter. 'Maar we werken aan een oplossing. De Europese Commissie wil ons graag tegemoetkomen. Europa is niet de boeman, maar mede-oplosser.'

Er zijn ook voorbeelden waarbij lobbyisten als Cannegieter wel tijdig opletten. Dankzij hem en zijn collega's heeft Nederland nog Europese plattelandssubsidies. Toen de Europese Commissie platteland wilde definiëren met een zeer laag aantal inwoners per vierkante kilometer, zorgde hij dat dit werd opgehoogd. Belangrijk, want nu komt het Nederlandse platteland in aanmerking voor geld uit het Europese plattelandsfonds.

Nu is Cannegieter bezig met de Europese subsidies aan regionale gebieden in Nederland. Bij de laatste Europese begrotingsonderhandelingen bedong Minister Zalm (Financiën, VVD) een lagere contributie voor Nederland. De provincies waren tegen een lagere Nederlandse bijdrage. Binnen het kleinere Europese budget is er minder subsidie beschikbaar.

De Europese Commissie wil dat de subsidies naar zogeheten 'achtergebleven' gebieden gaan, zoals Noord-Nederland. Nederland wil het subsidiegeld gebruiken voor economisch sterke gebieden, zoals de Randstad. Vanmiddag zouden ambtenaren van de Nederlandse regering, van de Europese Commissie en van de provincies met elkaar praten. De provincies zijn over de subsidies verdeeld. 'Meestal trekken we samen op, maar bij het verdelen van geld, is het ieder voor zich'. Cannegieter erkent dat dit de invloed van de provincies vermindert.

Waar zouden volgens hem Europese subsidies naar toe moeten gaan? 'Om de concurrentiepositie van Nederland te verbeteren moeten we de sterke gebieden ondersteunen. Om diezelfde reden moeten we ook de achtergebleven regio's geld geven.'

Nederlandse bewindslieden, zoals premier Balkenende en minister Zalm, noemen Europese subsidies vaak 'rondpompen van geld'. Hoe zinnig is het om vanuit Europa regionale overheden te steunen? 'Om de concurrentiepositie van lidstaten gelijk te maken, moet je op Europees niveau regio's versterken. Iedere vorm van belasting is rondpompen van geld. Dan zou Zalm ook de belastingen af moeten schaffen', zegt Cannegieter lachend.