Openen van grenzen verdubbelt toestroom van Oost-Europeanen

Ongeveer twee keer zoveel Oost-Europese werknemers zullen naar Nederland komen, als per 1 mei 2006 de Nederlandse grenzen voor hen opengaan.

Dat staat in een rapport van onderzoeksbureau Ecorys dat staatssecretaris Van Hoof gisteren naar de Kamer stuurde.

Eind volgende maand zal het kabinet zijn standpunt bekendmaken over het al dan niet openstellen van de grenzen voor Oost-Europese werknemers. Nederland moet voor 1 mei 2006 aan Brussel laten weten of het de bestaande beperkingen wil handhaven of niet.

Onder de bestaande overgangsregeling kwamen in 2005 zo'n 30.000 Oost-Europese werknemers naar Nederland. Zonder de beperkingen zal dit volgens de onderzoekers volgend jaar oplopen tot 53.000 tot 63.000.

De onderzoekers verwachten dat het toelaten van Oost-Europese werknemers op korte termijn zal leiden tot een lichte daling van de lonen in Nederland. Een 'substantiële' verdringing van Nederlandse werknemers illen de onderzoekers 'niet uitsluiten'. Op de langere termijn nemen deze effecten weer af.

De onderzoekers verwachten dat het toelaten van Oost-Europese werknemers positieve effecten kan hebben op de Nederlandse economie en de financiële gevolgen van de vergrijzing kan verzachten. Dit gaat alleen op als de Oost-Europese werknemers, net als nu, weinig gebruik blijven maken van de sociale zekerheid.

De omvang van illegale arbeid zal waarschijnlijk niet afnemen. De onderzoekers schrijven dat behoefte aan goedkope, illegale arbeid zal blijven bestaan, bijvoorbeeld uit kandidaat-lidstaten Roemenië en Bulgarije.

De gemiddelde Poolse werknemer die nu in Nederland werkzaam is jong, middelbaar of hoogopgeleid en gemotiveerd om hard te werken. In Polen was hij vaak niet langdurig werkloos. Hij is overgekwalificeerd voor het werk dat hij doet, maar verdient hier meer dan hij in Polen met zijn oude beroep zou kunnen verdienen.