Oor verraadt dieven en inbrekers

Forensische ooridentificatie werkt zo goed dat een dief zelfs zijn tweelingbroer de schuld niet meer kan geven. Rechercheurs mogen oorafdrukken als bewijs gebruiken, maar een landelijke databank van oorafdrukken komt er nog niet.

Een inbreker die behoedzaam sluipt en even aan het raam luistert: het lijkt een beeld uit de tijd dat de politieman nog veldwachter heette. Maar de praktijk is anders, want een rechercheur vindt met de poederkwast niet alleen afdrukken van vingers, maar ook van oren.

Het identificeren van die oorafdrukken is mogelijk, zegt de Leidse onderzoeker Lynn Meijerman. Gisteren promoveerde ze, binnen een Europees project waarin een computerprogramma is ontwikkeld dat inbrekeroren vergelijkt.

De methode werkt zo goed dat een dief zelfs zijn tweelingbroer niet meer de schuld kan geven. Het programma zoekt gelijke afdrukken bijeen, en berekent de kans dat een oor van een verdachte is, en niet van iemand anders. Dat is in het forensische werk niet vanzelfsprekend: over vingerafdrukken worden nog altijd met honderd procent zekerheid uitspraken gedaan. Meijerman: 'Dat kan logischerwijs helemaal niet.'

Meijerman was ooit insectenkundige. Maar sinds ze bij de anatomie-afdeling van hoogleraar George Maat in dienst is, vergelijkt ze geen vlinders maar minutieuze kenmerken van oren: bultjes, dikke of dunne groeven, binnen- en buitenranden, oorgaatjes en haren. Vettige afdrukken ervan blijven achter op vensterglas en andere gladde oppervlakken. Sinds het project FearID (Forensic Ear Identification) in 2002 begon, heeft Meijerman voor haar onderzoek de oorafdrukken van enkele honderden Nederlanders bekeken en gedigitaliseerd. Collega's uit Italië en het Verenigd Koninkrijk deden hetzelfde voor hun landgenoten, zodat er nu van 1350 proefpersonen oren in een databestand staan.

Het idee om oren te gebruiken in forensisch onderzoek komt van een Zwitserse politieman, die in 1970 een verdachte op basis van zijn oorafdrukken beschuldigde. Sindsdien zijn ze regelmatig gebruikt in rechtszaken, met wisselend succes. Meijerman, die in Nederland nu een van de twee experts is die oorafdrukken kan beoordelen, heeft zo wel eens aangetoond dat dezelfde dief diverse inbraken had gepleegd. Maar twee jaar geleden werd er in Groot-Brittannië nog een man vrijgesproken nadat hij in eerste instantie op basis van zijn oren was veroordeeld voor moord - al lag dat volgens de promovenda aan vervuiling van een monster. Hoe dan ook: 'Vóór FearID was er nooit een wetenschappelijke basis gelegd voor het gebruik van oorafdrukken', aldus Meijerman.

Forensisch experts vragen steeds vaker om wetenschappelijke onderbouwing van bewijs dat in de rechtszaal gebruikt wordt, en het debat erover woedt volop. Het vorig jaar verschenen handboek Het onzekere bewijs gaat helemaal over de manier waarop met de onzekerheid van allerlei soorten bewijs (denk bijvoorbeeld aan geursporen, aan het vergelijken van glassplinters) moet worden omgegaan. 'Het is een revolutie die ontketend is door het DNA-onderzoek, waarin wel met getallen wordt gewerkt', zegt de promovenda.

Het programma dat binnen FearID is ontwikkeld, kan dat in principe ook. Maar het is nog niet af. Pas in het laatste stadium van het onderzoek (waarin oren van een groep tweelingen werden vergeleken) bedacht het onderzoeksinstituut TNO een methode die waarschijnlijkheidscijfers berekent. 'Dat moeten we nu nog gaan toepassen op het bestand van duizenden oorafdrukken.'

In haar promotie-onderzoek vond Meijerman wel veel aanwijzingen dat het mogelijk moet zijn om de oren te onderscheiden. Zo zijn de afdrukken die een luisterende inbreker bij twee klussen maakt, behoorlijk gelijk.

En ook met het feit dat oren in de loop der tijd groter worden (ze groeien het hele mensenleven door, met twee tiende millimeter per jaar), is rekening te houden.

Bijna een jaar geleden eindigde het Europese project. Enkele maanden later besloot de Raad van Hoofdcommissarissen dat de prioriteit bij het forensisch onderzoek nu moet liggen bij DNA-bewijs en vingerafdrukken. Rechercheurs mogen oren bij het onderzoek gebruiken, maar zijn dat niet verplicht.