Olie met een korreltje zout

Hijs de stormbal: de koopkracht van de burger neemt dit jaar niet toe met 1,25 procent maar met 1,0 procent, zo blijkt uit gelekte prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). Minister Zalm (Financiën, VVD) mag zich schrap zetten. In december wist CDA-fractieleider Verhagen een koopkrachtreparatie van 35 euro per huishouden te bedingen voor dit jaar, ook al op basis van verslechterende koopkrachtprognoses. Het was hem een flinke ruzie met Zalm waard.

Maar hoe hard is die koopkrachtvoorspelling eigenlijk? Afgezien van de lopende discussie over de accuratesse van koopkrachtplaatjes, gaat het eigenlijk over de verwachte kosten van energie voor de burger. En die kosten hangen weer samen met het prijsverloop van olie.

De verwachte terugloop van de koopkracht in 2006 komt vooral doordat het CPB zijn prognose voor de gemiddelde olieprijs in 2006 heeft opgeschroefd. Bij de presentatie van de begroting voor 2006, in september vorig jaar, werd uitgegaan van een olieprijs van 50 dollar per vat voor dit jaar. In december was dat al 55 dollar (vandaar Verhagen), en nu is dat 60 dollar geworden.

Nu zijn dergelijke voorspellingen erg lastig. Elk voorjaar publiceert het CPB het zogenoemde Centraal Economisch Plan (CEP). In het CEP van 1999 werd voor dat jaar een olieprijs van 11,50 dollar voorspeld. Dat werd 17,90 dollar. In 2000 voorzag het CEP een prijs van 24,50 dollar, maar dat werd 28,40. In 2001 zat het CEP precies goed, maar vooral de afgelopen jaren liep de voorspelfout fors op. In 2004 werd uitgegaan van een olieprijs van 29 dollar in dat jaar, maar het werd meer dan 38 dollar. En vorig jaar ging het plan uit van 40 dollar, maar werd het 57 dollar. Al met al bedraagt de gemiddelde voorspelfout in de afgelopen zeven jaar 25 procent.

Dat valt het CPB niet of nauwelijks aan te rekenen, want de olieprijs is nu eenmaal onvoorspelbaar. Er zijn te veel economische, financiële en vooral politieke factoren die erop inwerken. Maar het zou wel een waarschuwing moeten zijn om al te drieste gevolgtrekkingen te maken. De prognose van 60 dollar per vat, die zoals het er nu voor staat in het CEP van 2006 zal prijken, kan nog makkelijk worden ingehaald door de realiteit. Als het gesuggereerde verband tussen de koopkrachtontwikkeling en de olieprijs zou gelden, dan kan alleen al op basis van de onzekerheid van de prognose in de afgelopen zeven jaar de koopkracht dit jaar driekwart procentpunt tegen- of meevallen. Maak daar eens beleid op. Reden te meer om de CPB-prognoses te nemen voor wat ze zijn: een leidraad, in plaats van een feit.

Maarten Schinkel