Noren helpen Rwanda-tribunaal

Noorwegen gaat in naam van het Rwanda-tribunaal een genocideverdachte berechten. Het tribunaal, door de Verenigde Naties opgericht om recht te spreken over de genocide in 1994 waarbij 800.000 Hutu's en Tutsi's de dood vonden, had hierom gevraagd omdat het grote achterstanden heeft.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft het tribunaal opgedragen ervoor te zorgen dat eind 2008 de laatste zaken zijn behandeld en eind 2010 de laatste uitspraken in hoger beroep zijn gedaan. Volgens de hoofdaanklager hebben naast Noorwegen nog drie Europese landen, die evenmin als het tribunaal de doodstraf kennen, verzoeken om assistentie geaccepteerd. Om welke landen het gaat maakte hij niet bekend.

Positief effect volgens de aanklagers is dat er zo 'een breder begrip zal ontstaan over hoe genocide kan ontstaan'. Het proces zou bijdragen aan het 'weerspreken van de stemmen die ontkennen dat er in 1994 een genocide in Rwanda plaatshad of [de moordpartijen] willen wegzetten als een spontane uitbarsting van inter-etnisch geweld', aldus een verklaring van het tribunaal in het Noord-Tanzaniaanse Arusha.

De beklaagde in kwestie, Michel Bagaragaza, kan volgens het Noorse strafrecht niet voor genocide berecht worden. Noorwegen zal waarschijnlijk het begrip medeplichtigheid aan moord gebruiken, waarvoor een maximumstraf van 21 jaar geldt. Bagaragaza zou zijn straf in Noorwegen uitzitten. Het Noorse ministerie van Justitie heeft de voorwaarde gesteld dat de in Scheveningen gedetineerde Bagaragaza na een eventuele veroordeling niet in Noorwegen blijft, noch naar Rwanda wordt teruggestuurd. Gezocht moet worden naar een veilig land buiten Afrika.

Rwanda, dat de genocideverdachten zelf wil berechten, is ontevreden over de afspraak met Noorwegen. Zelf wil het land de doodstraf niet afschaffen. Het tribunaal wil om die reden niet meewerken aan Rwanda's wensen.

Bagaragaza gaf zichzelf in augustus aan. Het voormalige hoofd van de organisatie die de Rwandese thee-industrie beheert zou zijn ondergeschikten opdracht hebben gegeven tot de moord op honderden Tutsi's, die veiligheid hadden gezocht in een kerk nabij een theefabriek in het noordwestelijke Gisenyi. Ook zou hij leider zijn geweest van een militie van de rebellengroep Interahamwe, die moordend door Rwanda trok. Zijn arbeiders moesten volgens de aanklagers de Interahamwe voorzien van brandstof, wapens en munitie. Bagaragaza ontkent schuld.

Sinds het tribunaal in 1997 werd opgericht, heeft het 23 verdachten veroordeeld en er drie vrijgesproken. (Reuters, BBC, AFP)