Hongerig naar grondstoffen en bondgenoten

Westerse bedrijven als Yahoo, Microsoft of Google buigen in China voor de Chinese censor. Omgekeerd worden Chinese bedrijven in het buitenland door niets gehinderd. Tenminste niet in Afrika. 'Het voelt als solidariteit.'

De markthal in de populairste winkelwijk van Abidjan was nog niet af of de Chinezen stortten zich op het volgende prestigeproject: een parlementsgebouw met 300 ingebouwde hotelkamers. Harde werkers, die Chinezen, verklaarde president Gbagbo van Ivoorkust, die in de clinch ligt met het voormalige moederland Frankrijk en China daarom een geschenk uit de hemel vindt. 'De tijd is aangebroken dat Afrikaanse landen zelf kiezen met welke investeerders ze in zee willen gaan.' Nu, enkele maanden later, begint China deel van het straatbeeld uit te maken. Ga naar het warenhuis Orca en je staat tot je nek in de kitschprullen; ga naar de Fat Bar en je stapt een bordeel vol giechelende Chinese hoeren binnen.

Ivoorkust staat niet alleen. China is bezig aan een onstuitbare opmars op het Afrikaanse continent. Overal, in bijna elk land, vestigen zich Chinese bedrijven. Vaak zijn dat staatsbedrijven, maar niet altijd. Ze kappen tropisch hardhout in Congo, Gabon, Kameroen en Guinee. Ze halen ijzererts uit Liberia, koper uit Zambia, platina uit Zimbabwe. Ze zoeken naar olie in Nigeria, Mauretanië en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Ze zitten in de telecommunicatie, ze doen in wegen. Favoriet zijn investeringen in openbare werken, van bruggen in Ethiopië tot een stadion in Tsjaad. In Congo-Brazzaville wordt een 280 miljoen dollar (233 miljoen euro) kostende stuwdam opgetrokken. Alweer met dank aan China, dat de bouw voor 85 procent financiert.

De handel tussen China en Afrika was vorig jaar goed voor 37 miljard dollar. Dat is drie keer zoveel als in 2000, toen de samenwerking werd ingeluid met een eerste Chinees-Afrikaans handelsforum. Vorige maand werd de relatie nog eens verstevigd. Tijdens een tournee door West-Afrika sloot minister van Buitenlandse Zaken Li Zhaoxing belangrijke deals met vijf landen die stuk voor stuk in China een schoolvoorbeeld van ontwikkeling zien. En passant deelde Li ook nog wat renteloze leningen en studiebeurzen uit. Mali kreeg in 2001 al een miljoenenschuld kwijtgescholden; nu was de beurt aan Senegal, dat een schuld van 18,5 miljoen dollar kon wegschrijven. Afrika en China vullen elkaar goed aan, menen de machthebbers in Peking, die met een soepel diplomatiek offensief Afrikaanse elites voor zich weten te winnen. Meestal begint dat met de bouw van een cultuurtempel of een presidentieel paleis, een gebaar dat in veel landen al de aanzet gaf tot handelsbetrekkingen.

Wat China drijft, is dorst naar olie. De natuurlijke rijkdommen van Afrika zijn voor China van levensbelang. China importeert momenteel een aanzienlijk deel van zijn brandstof uit Afrika. Verwacht wordt dat de vraag naar olie scherp zal blijven stijgen. Daarom verschaft China leningen gebaseerd op de toekomstige olieproductie van een land, iets wat het IMF niet doet. Daarom kocht het Chinese energieconcern CNOOC vorige maand voor 2,3 miljard dollar een 45-procentsaandeel in een consessie voor de kust van Nigeria, de grootste olieproducent van het continent. Daarom ook heeft China meer dan 2 miljard dollar in de Soedanese olie-industrie gepompt. Minstens zo geliefd is olieproducent Angola, dat dankzij Chinese investeerders een facelift ondergaat.

Maar het gaat China om meer dan olie alleen. Het heeft evengoed behoefte aan landbouwproducten als cassave en katoen, en grondstoffen zoals aluminium en koper. 'Olie trekt alle aandacht maar het is onderdeel van een veel bredere vraag naar grondstoffen', zegt analist Olly Owen van het onderzoeksbureau Global Insight. Tegelijkertijd is er ook een politieke reden voor toenadering: China heeft bondgenoten nodig bij het verwezenlijken van zijn internationale ambities. Bondgenoten die bijvoorbeeld tegenwicht helpen bieden aan supermacht Amerika. Volgens de Chinese machthebbers is het nieuwe Afrika-beleid gestoeld op 'gelijkheid en wederzijds vertrouwen op politiek gebied en samenwerking op basis van 'win-win' economische betrekkingen'. Aan samenwerking wordt slechts één voorwaarde gesteld: handelspartners mogen Taiwan niet erkennen.

Intussen zien de rijke landen tandenknarsend toe hoe China terrein wint. Met name uit Amerika, dat met een eigen charmeoffensief toegang probeert te krijgen tot nieuwe olievelden in de Golf van Guinee, komt venijnig commentaar. China steunt schurkenstaten, heeft lak aan corruptie en verpest het milieu, schampert het Amerikaanse Council on Foreign Relations. Want China maakt vrienden met de belofte dat het zich niet bemoeit met binnenlands beleid. Die pragmatische houding stuit op verzet. Uit Zimbabwe zijn vrijwel alle westerse bedrijven vertrokken, maar China voerde de investeringen juist op, ongevoelig voor de repressie die van president Robert Mugabe een internationale outlaw heeft gemaakt. China saboteerde pogingen van de VN-Veiligheidsraad om sancties op te leggen aan Soedan wegens het geweld in Darfoer. 'Het lijden van de meest achtergestelde Afrikanen wordt verergerd doordat Peking, dat zaken doet met hun regeringen, zo onverschillig blijft', stelde de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch vorige maand in een bijtend rapport.

Maar wie kijkt naar een land als Equatoriaal Guinee, waar westerse oliemaatschappijen blind zijn voor de wreedheid van despoot Teodoro Obiang, kan zich afvragen hoe objectief die bezwaren zijn. 'Veel van de Amerikaanse kritiek op de expansie van China is strategisch', zegt analist Owen van Global Insight. 'Er is reden tot zorg omdat de meeste Chinese bedrijven in Afrika staatsbedrijven zijn en er dus een direct verband bestaat tussen overheidsbeleid en investeringen. Maar de investeringen op zich zijn niet per se slecht. China heeft veel geld te besteden en richt zich duidelijk op sectoren waar het westen zijn neus voor ophaalt omdat de winstmarges te klein zijn of omdat ze gewoon niet aantrekkelijk zijn, zoals spoorwegen of transport. Ze zijn bovendien ijzersterk in het aanleggen van technisch eenvoudige infrastructuur. En infrastructuur is in Afrika nu eenmaal een gigantische prioriteit.'

Geen wonder dat Afrika 's werelds grootste ontwikkelingsland met open armen ontvangt. Ook al beginnen sommige landen te merken dat vriendschap met China nadelen heeft. Van de schoenindustrie tot makers van zakdoekjes, van textielfabrikanten tot producenten van ingeblikte tonijn, Afrikaanse bedrijven worden zonder pardon uit de markt gedrukt door de instroom van goedkope consumentengoederen uit China. Toch is Afrika voorlopig overwegend blij dat China zo gul investeert, zo hard aanpakt en zich zo tolerant opstelt. Het voelt als solidariteit, zegt Moubarak Lo, financieel topadviseur in Senegal. 'China was pasgeleden zelf nog arm, het kan daarom een meer menselijke kijk op Afrika hebben. Ik denk dat China oprecht streeft naar een relatie die gunstig is voor beide partijen en die kan concurreren met de ontwikkelingsmodellen van de Wereldbank en het IMF.'