Grcic kiest voor de lichtheid van lege vormen

Het trapje voelt een beetje als een duikplank. Boven zie je op een witte strook papier een optocht van voorwerpen. Ze worden afgeschermd door een haag van theaterlampen op statieven. Konstantin Grcic (München, 1965) bedacht deze opstelling zelf. Hij is een naam in de wereld van design en museum Boijmans Van Beuningen vindt het tijd dat het museumpubliek hem leert kennen.

Te zien valt een greep uit wat hij maakte voor diverse fabrikanten. Van een simpele houten kapstok en een kastje waarvan de planken en de staanders elkaar wankel steunen, via een sierlijk strak stoeltje van open metaal, tot een bijzettafeltje van glad gevouwen plaatwerk.

Grcic houdt van simpel, kiest altijd voor een elegante oplossing en doet in zijn zelfverzekerde esthetiek soms denken aan de geniale lichtheid van Philip Starck. In Rotterdam kun je vanaf het trapje zo'n twintig van zijn ontwerpen zien. Langs de rand staat een bordje als in de dierentuin met de omtrekken en namen van de voorwerpen. Op tv's langs de catwalk draaien filmpjes over zijn werk.

Het lelijkst is de metalen keukentrolley Refolo die Grcic in 1995 ontwierp voor de Italiaanse fabrikant Driade. Foute kleuren, lelijke compositie, stomme draaiwieltjes: knutselwerk. Het sofaatje Odin voor het Duitse Classicon is veel beter gelukt. Het schept voor twee mensen een intieme ruimte en aarzelt charmant tussen comfort en dynamiek. Onderuit zakken zal niet gaan, maar Grcic vindt wellicht dat de mens voort moet. Daarom is zijn barkrukje Miura zo handig. Je stapelt ze moeiteloos en ze laten zich gemakkelijk verplaatsen. Ze scheppen een sfeer van vluchtige gezelligheid, zoals in een vliegveldlounge.

Tussen de deelnemers aan de optocht verbaast Chair One (voor Magis, 2004) al heeft hij dankzij zijn ingenieuze constructie net zo'n luchtige uitstraling als Miura. De zitting is gemaakt uit één plaat aluminium en voorzien van een hoekige perforatie. Het zitdeel zweeft als het ware in de ruimte gedragen door een stevige konische voet van beton die voor een komisch contrast zorgt dat de lichtheid van het geheel benadrukt.

Aan het défilé zie je hoe grillig Grcic' oeuvre zich ontwikkelt. Soms goed, soms minder en soms zwak, maar nooit briljant. Eerdere vormgevers die Boijmans een plaats gaf in het museum, zoals de Franse gebroeders Bouroullec, wisten zich op dat podium veel beter te handhaven. Van Grcic blijft alleen de knappe Chair One hangen en de dromerige meermanspoef Osorom. Bij dat werk komt zijn combinatie van leegheid en constructie heerlijk samen in een kunststof zitmeubel als een groot, plat en vooral eigenwijs snoepje.

Tentoonstelling: Parade, Konstantin Grcic Industrial Design. In museum Boijmans Van Beuningen t/m 19/3. Museumpark 18-20, Rotterdam. Inl. 010-441 9400; www.boijmans.nl