EU kaapt ons strafrecht niet

Loert Europa op de ziel van de natie? Gaat Brussel ons strafrecht overnemen? Uitspraken van het Europese Hof hebben onrust gewekt. Frank Kuitenbrouwer schreef dat voortaan 'de EU het nationale strafrechtbeleid kan bepalen. Bij meerderheid van stemmen. Dat belooft nog wat voor gevoelige Nederlandse thema's als softdrugs [...]' (Opiniepagina, 7 februari). Zondag deed deed strafrechtgeleerde Ydo Buruma in Buitenhof daar nog een schepje bovenop.

Eén kwestie wekt de grootste opwinding. Al lang eist Europa van de lidstaten dat zij volgens dezelfde normen het milieu beschermen tegen industriële aantasting.

Nu ontstond in de lidstaten de praktijk om die Europese milieuregels af te dwingen langs bestuurlijke weg. Dit komt nog wel eens neer op onderonsjes tussen ambtenaren en bedrijfsleven. Niet alleen markt en milieu zijn daarvan de dupe, ook staat de rechter en daarmee het publiek buitenspel.

Toen dit werd ontdekt besloten de landen voor ernstige milieumisdrijven het strafrecht te gaan inzetten. Elke lidstaat was het erover eens dat een Europese basisafspraak nodig was. Welke straffen en welke procedures gelden, blijft dan volledig aan de lidstaten.

Omdat er een strafrechtelijk aspect aan zit, maakten de landen die Europese afspraak via de beveiligde weg van het 'kaderbesluit', dat wil zeggen met eenstemmigheid. Dat vond de Europese Commissie overdreven. Die beveiligde weg geldt in het algemeen voor het nemen van Europese strafrechtsbesluiten, waar nationale gevoeligheden mee gemoeid zijn. Maar hier was dat anders omdat de strafrechtskant aan dit besluit te verwaarlozen is naast de grote milieu-en marktbelangen, waar het werkelijk om gaat. Het Hof steunde dit bezwaar van de Commissie. Resultaat: in de toekomst kunnen bij dergelijke besluiten lidstaten worden overstemd en wordt het Europese Parlement er bij betrokken.

Geldt dat nu voortaan voor alle Europese besluiten die via strafrecht worden afgedwongen? Integendeel. Was de strafrechtelijke kant aan het Europese milieubesluit zwaarder geweest, dan was de zware wetsprocedure op haar plaats. Zeker als hier één van die typisch nationale strafrechtelijke gevoeligheden mee gemoeid was, die per land verschillen. Het Hof is niet gek. Zijn vak is het maken van onderscheid. Het milieubesluit raakt geen van die gevoeligheden in enig land en is geen gevaar voor onze strafrechtelijke kroonjuwelen als euthanasie, drugs enz.

Waarom dan dit deskundigenoproer? Men kan vermoeden dat het ontspruit aan de behoudende mix van bureaucraten, deskundigen en populisten die ons al eerder parten speelde. Achter de gloedvolle verhalen over nationale identiteit, recht en cultuur die het zo goed doen bij de mensen, gaan vaak gekwetste monopolies schuil. In dit geval de belangen van juridische of andere vakspecialisten en van Haagse departementen.

Tegen dit misbaar van gevestigde belangen, dat chronische vormen aanneemt, is maar één kruid gewassen. Nederlandse politici moeten leren zich in sprekende taal te uiten over elke afzonderlijke Europese zaak, niet over abstracties. Ze moeten leren instaan voor wat er in en met Europa gebeurt, in plaats van daarover steeds de vermoorde onschuld uit te hangen.

www.nrc.nl/opinie:Artikel Kuitenbrouwer 'Onbescheiden rechters'

W.T. Eijsbouts is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam.