De filosoof van de gewone taal

Sir Peter Strawson, die op 13 februari op 86-jarige leeftijd overleed, was één van de belangrijkste filosofen van zijn twintigste eeuw.

Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de filosofie van de gewone taal, zoals die in Oxford in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw beoefend werd. Strawson (1919) heeft zich zijn leven lang bezig gehouden met de relatie tussen taal en werkelijkheid. Hij werd in één klap beroemd, toen hij in 1950 het artikel 'On Referring' publiceerde, dat een aanval is op de Bertrand Russells theorie van beschrijvingen.

Deze theorie, die universeel als een model voor de analytische filosofie werd beschouwd, is een toepassing van wiskundige logica op beschrijvende zinnen. De beroemde voorbeeldzin van Russell luidde: 'De huidige koning van Frankrijk is kaal'. Men kan denken dat deze zin niet waar of onwaar kan zijn, omdat er tegenwoordig geen koning van Frankrijk is. Russell meende dat logische analyse laat zien dat dit niet klopt. Volgens hem bestaat de zin uit drie componenten: ten eerste dat er een koning van Frankrijk bestaat, ten tweede dat er maar één koning van Frankrijk bestaat, en ten derde dat die persoon kaal is. Aangezien het eerste conjunct onwaar is, moet de hele zin onwaar zijn.

Volgens Strawson had Russell geen oog voor het verschil tussen grammaticaal correcte voorbeeldzinnen aan de ene kant en het gebruik van die zinnen in de dagelijkse omgangstaal aan de andere. Zinvol gebruik van de zin 'De huidige koning van Frankrijk is kaal' vooronderstelt namelijk dat er een koning van Frankrijk bestaat.

Bestaat die niet, dan is zo'n bewering niet onwaar, maar onzinnig. Men kan er over twisten of Strawsons kritiek op Russell terecht is, maar de onderscheidingen die Strawson introduceerde, behoren inmiddels tot het denkgereedschap van de filosofie.

Toch zou men Strawsons belang voor de filosofie onderschatten, wanneer men hem alleen zou zien als een vertegenwoordiger van de gewone taalfilosofie. De bestudering van omgangstaal stond bij hem ten dienste van een hoger doel, namelijk het beschrijven van het conceptuele raamwerk waarin wij over de werkelijkheid nadenken. Hij noemde dit filosofische onderzoeksproject 'beschrijvende metafysica' dat hij in zijn in 1959 gepubliceerde meesterwerk Individuals beschrijft.

Strawson zag in Kant een voorloper van zijn eigen filosofische positie. In 1966 publiceerde hij een controversiële studie over zijn werk. Hij geeft zijn interpretatie van Kants theorie over de grenzen van de zintuiglijke waarneming en laat zien dat Strawson vindt dat Kant regelmatig de grenzen van zinvol taalgebruik overschrijdt.

Strawson was de belangrijkste en intelligentste filosoof van zijn generatie. Dat blijkt ook uit het feit dat, nu de dagen van de gewone taalfilosoof voorbij zijn, Strawsons werk nog niets aan belang heeft ingeboet. Zijn leerlingen domineren de filosofische discussie en de filosofie slaat een richting in, die hij gewezen heeft.

Strawson was een buitengewoon beminnelijk man, met een grote liefde voor de poëzie; hij kende talloze gedichten uit zijn hoofd. In Oxford ging ook het gerucht dat hij zelf poëzie schreef,

maar die niet wenste te publiceren. Hij vertelde dat hij Skepticism & Naturalism, een van zijn latere werken vooral geschreven had om het boek te besluiten met een citaat van Gibbon: 'Philosophy alone can boast that her gentle hand is able to eradicate from the human mind the latent and deadly principle of fanaticism.'

Strawson was geen fanaticus, maar ontpopte zich in debat wel als een felle tegenstander die feilloos wist waar de bewijslast lag. 'That does not continue me at all.' kon hij dodelijk langzaam uitspreken, met het zelfvertrouwen van een filosoof die al tijdens zijn leven wist dat zijn bijdrage aan de filosofie blijvend zou zijn.

Rectificatie / Gerectificeerd

In de necrologie De filosoof van de gewone taal (16 februari, pagina 10) wordt taalfilosoof Peter Strawson verkeerd geciteerd: 'That does not continue me at all.' Hij zei: 'That doesn't convince me at all.'