Verkiezingseconomie

Zo lijkt het toch nog oogsttijd te worden voor het kabinet-Balkenende II. Gisteren bleek dat de Nederlandse economie, met een kwartaalgroei van 1 procent, in volle vaart het jaar 2006 in is gegaan. Zo'n groei van kwartaal op kwartaal is zeer gunstig. In de Verenigde Staten, waar bij rapportage van een kwartaalgroei wordt gedaan alsof die groei zich vier kwartalen zou hebben voorgedaan, zou het nieuws van gisteren zijn gerapporteerd als een economische groei van 4,1 procent. Een dergelijk tempo is moeilijk vol te houden, maar dat het steeds beter gaat met de economie is nu wel duidelijk. Uitgelekte nieuwe prognoses van het Centraal Planbureau wijzen dan ook op een gunstige toekomst. Voor het lopende jaar 2006 is de prognose verhoogd van 2,5 procent naar 2,75 procent. Voor het verkiezingsjaar 2007 ligt zelfs een groei van 3 procent in het verschiet. De werkloosheid zal, volgens de nog vertrouwelijke cijfers van het CPB, in totaal dalen met 120.000.

Met nog drie weken te gaan voor de gemeenteraadsverkiezingen is dit goed nieuws voor het kabinet. Mocht de conjunctuur zich inderdaad aan de voorspelling van het CPB houden, dan kunnen ook de parlementsverkiezingen van mei volgend jaar met meer vertrouwen tegemoet worden gezien dan de huidige opiniepeilingen suggereren.

Toch is enige terughoudendheid op z'n plaats. Economische prognoses zijn voorspellingen die niet noodzakelijkerwijs uit hoeven te komen. De wereldeconomie, waarvan Nederland sterk afhankelijk is, is een wispelturige omgeving. Dat bijvoorbeeld de economische groei in Duitsland gisteren juist sterk bleek tegen te vallen, kan een eenmalig statistisch effect zijn, maar het wijst wel op de risico's die blijven bestaan.

Binnenlands is de consument de sleutelfiguur. De opleving aan het eind van vorig jaar werd gedragen door de consumptieve bestedingen, die eindelijk aantrekken. Maar deze opleving van de uitgaven is nog steeds fragiel. Het blijft de vraag hoe mensen dit jaar de ingrijpende veranderingen van hun loonstrookje zullen ervaren, en of de calculaties vooraf over de individuele financiële gevolgen van het nieuwe zorgstelsel kloppen.

Dat alles kan zorgen voor een gangbare reflex in Den Haag: zorg om de koopkracht van de burger, en de neiging daar zo snel mogelijk iets aan te doen. Dat leidde twee maanden geleden al tot een aanvaring tussen minister Zalm van Financiën (VVD) en de CDA-fractieleider Verhagen, over 35 euro compensatie voor huishoudens als gevolg van de hogere energierekening.

Volgens de CPB-prognoses zal de koopkracht dit jaar iets minder toenemen dan gedacht: 1 procent in plaats van 1,25 procent. Het is dan ook wachten op een hernieuwd pleidooi om de burger mee te laten delen in de zich versnellende welvaartsgroei. Dat is begrijpelijk, maar prematuur. Dat het financieringstekort dit jaar zal uitkomen op 1,2 procent van het bruto binnenlands product en in 2007 op 0,7, is een hele prestatie. Maar het mag niet wederom, zoals onder het tweede Paarse kabinet, worden aangegrepen voor extra uitgaven. De verleiding daartoe wordt groot, zeker nu de verkiezingen zichtbaar worden aan de horizon. Terughoudendheid op dit vlak zou zowel de regeringspartijen als de oppositie sieren. De beer is nog niet geschoten.