Twistpunt kernenergie

Stap voor stap bereidt het kabinet-Balkenende Nederland voor op een toenemend gebruik van kernenergie en de bouw van nieuwe kerncentrales. Staatssecretaris Van Geel (Milieu, CDA) liet begin vorige maand weten dat de kerncentrale bij Borssele aan de Westerschelde nog 27 jaar zal openblijven. Deze week zei hij voorzichtig dat ons land de bouw van een tweede kerncentrale niet kan uitsluiten. Klimaatdoelstellingen over vermindering van de uitstoot van broeikasgassen zouden daartoe dwingen. Zoals eerder op deze plaats is opgemerkt, dient kernenergie als keuzemogelijkheid nadrukkelijk open te blijven. De discussie erover is te lang gedomineerd door de angst voor een tweede “Tsjernobyl'. Daardoor kwam uiteindelijk op het onderwerp een taboe te rusten. Met de stijgende olie- en gasprijzen en toenemende klimaatproblemen zien steeds meer politici in dat ze kernenergie als serieuze optie niet terzijde kunnen schuiven.

Dat is een goede ontwikkeling. Kernenergie verdient een volwassen debat zonder taboes. De onmisbaarheid van deze wijze van energie-opwekking zal de komende jaren blijken, maar de gedachtevorming over het beleid moet nu in gang worden gezet. Staatssecretaris Van Geel heeft hier met zijn uitlatingen een voorschot op genomen. Als dit kabinet na de verkiezingen van 2007 een vervolg krijgt van ongeveer dezelfde politieke kleur, zal kernenergie waarschijnlijk hoog op de politieke agenda staan. Het zou in ieder geval wenselijk zijn.

Maar wat gebeurt er als de Partij van de Arbeid straks aan de macht komt? Dan zouden de zaken ineens heel anders liggen. De PvdA is tegen de bouw van nieuwe kerncentrales. En tegen kernenergie in het algemeen wegens de problemen met het afval en de veiligheid. De sociaal-democraten zien meer in alternatieve energiebronnen en milieuvriendelijke centrales. Het PvdA-Kamerlid Samsom, van opleiding kernfysicus, verwoordde zijn kritiek zo: het kabinet wil het debat over kernenergie nieuw leven inblazen, terwijl het te weinig gebruikmaakt van de bestaande mogelijkheden. Voor hem is het geen kwestie van én olie en gas én duurzame energie én kernenergie. Hij wijst het laatste ondubbelzinnig af.

Aan duidelijkheid laat dit niets te wensen over. De partij zet haar stempel op de politiek die ze na verkiezingswinst in een toekomstig kabinet wil voeren. En passant proberen de sociaal-democraten op basis van de peilingen de beleidsterreinen van het huidige kabinet te beïnvloeden. Ook dat is legitiem, maar voor kernenergie geldt dat er jaren zitten tussen de (taaie) politieke besluitvorming en de feitelijke oplevering van een kerncentrale. Eén ding is welhaast zeker: over vijftien jaar zal de vraag naar energie alleen maar zijn toegenomen. Bij gelijkblijvende ontwikkelingen staat vast dat kernenergie daaraan tegemoet kan komen, als een van meerdere energiedragers. Het is dan ook onverstandig om een standpunt over zoiets belangrijks als de energievoorziening nu al zo hermetisch dicht te timmeren. Regeren is vooruitzien - en omgekeerd.