Turkse premier moet cartoons verduren

Een Turkse rechtbank heeft gisteren een schadeclaim van premier Recep Tayyip Erdogan tegen een satirisch blad afgewezen. Spotprenten waarin het hoofd van de conservatieve premier was getekend op de romp van dieren schonden diens rechten niet, zo bepaalde de rechtbank in de hoofdstad Ankara.

De uitspraak vormde een overwinning voor de vrijheid van meningsuiting in Turkije, dat vanuit Europa juist veel kritiek te verduren heeft wegens de inperkingen daarvan. Vandaag begon ook het proces tegen twee hoogleraren die worden beschuldigd van het aanzetten tot haat en het beledigen van de Turkse identiteit in een - door de regering gevraagd - rapport over de rechten van minderheden. In het rapport wordt de regering opgeroepen onder andere de Koerden als minderheid te erkennen. Europese functionarissen en mensenrechtengroepen noemen deze zaak als een voorbeeld van de inbreuken op de vrijheid van meningsuiting.

Op Erdogan is veel Europese kritiek gekomen wegens het vervolgen van spotprenttekenaars. Turkse rechters hebben hem echter al een paar keer in het ongelijk gesteld. In december bepaalde een hof van beroep dat een spotprent waarin Erdogan werd afgeschilderd als paard dat door een van zijn adviseurs werd bereden, niet smadelijk was.

Dit keer eiste Erdogan 25.000 euro van het blad Penguen, dat vorig jaar een serie cartoons publiceerde onder de titel Wereld van Tayyips. Daarin waren een kikker, een kameel, een aap, een slang, een eend en een olifant voorzien van Erdogans hoofd.

Penguen had de prenten gepubliceerd als blijk van solidariteit met de cartoonist Musa Kart. Deze had Erdogan in april 2004 in de krant Cumhuriyet afgebeeld als een kat die was verstrikt in een kluwen wol nadat een wet door de seculiere president was afgewezen. Erdogans klacht tegen Kart werd in maart 2005 wél toegewezen. Maar een andere rechtbank verwierp even later Erdogans klacht tegen een krant, Sakarya, die de cartoon had herdrukt. Met een woord van advies: “Mensen die in de publieke schijnwerpers staan zijn gedwongen kritiek te verdragen op dezelfde manier als waarop zij applaus verdragen.“