Solidariteit is bij Bos geen loos begrip

In zijn boek Dit land kan zoveel beter gaat PvdA-fractieleider Wouter Bos onder meer in op zijn plannen met Nederland. Hij kijkt op een andere manier dan in linkse kring gebruikelijk is tegen het begrip solidariteit aan, hij ziet in en hij maakt bespreekbaar dat er een scherpe tegenstelling bestaat tussen wat de kosmopolitische, linkse intellectuelen bedenken en wat de “volksen' in de achterban ervaren.

Solidariteit blijft bij Bos geen abstractie of een morele categorie. Hij vraagt zich af hoe mensen solidariteit ervaren en hoe ze tot solidair gedrag komen. Hij werkt uit waarom en hoe de publieke sector vorm kan geven aan solidariteit. Maar de burger, die voor de solidariteit betaalt en vaak uit de middenklasse afkomstig is, moet er wel van overtuigd kunnen zijn dat ook rekening wordt gehouden met zijn belangen en moet zich kunnen verplaatsen in degenen met wie hij solidair zou moeten zijn. Omdat hij waarde hecht aan solidariteit, maar beseft dat de rek er uit kan gaan, schetst hij het einde van de solidariteit als mantra van links.

Bij hem staat solidariteit nooit los van begrippen als saamhorigheid en lotsverbondenheid. Daarom is de sociale cohesie in een samenleving een belangrijk thema voor hem. Hij deinst niet terug voor termen als teamgeest, gedeelde waarden en nationale identiteit. Dat is een benadering waar linkse intellectuelen van oudsher niet zo veel affiniteit mee hebben.

Interessant is in dit verband zijn reactie (Opiniepagina 8 februari) op Elsbeth Etty's kritiek. Etty heeft de indruk, niet onbegrijpelijk overigens, dat Bos over haar hoofd heen afstand neemt van een links kabinet (Opiniepagina, 14 februari). Maar in zijn reactie onder de de kop “Oud-links helpt solidariteit om zeep' lijkt me nog een belangrijker thema te spelen en dat is de rol van linkse intellectuelen. De kosmopolitische linkse intellectuelen tot wie hij Etty rekent (en mogelijk ook even voor gebruikt), zouden door hun oud-linkse manier van denken er de oorzaak van zijn dat de linkse partijen op terreinen zoals de integratie en Europa in het defensief zijn gekomen. Ze zouden ideeën verkondigen die haaks staan op de belevingswereld van de “volksen' in de achterban.

Ik denk dat Bos hiermee een sterk punt heeft. Het probleem van deze manier van denken is namelijk dat er weinig rekening mee werd en wordt gehouden hoe de mens werkelijk in elkaar steekt en dat thema's te weinig vanuit concrete situaties worden doordacht. Hierdoor worden linkse partijen nogal eens met wereldvreemde oplossingen opgezadeld, waardoor het aan draagvlak ontbreekt. Kritiek erop afkomstig uit de traditionele achterban en gebaseerd op eigen ervaringen (zoals de immigratieproblematiek in de volkswijken), werd weinig serieus genomen. Door dit “emotionele tekort' van links schaarde een groot deel van de achterban zich bij de “verweesde samenleving' waarvan Pim Fortuyn sprak en waarover hij zich als geen ander wist te ontfermen. Het lijkt me dat de benadering die Wouter Bos voorstaat, het populisme de wind uit de zeilen kan nemen.

Coos Huijsen is historicus en auteur van onder meer “Nog is links niet verloren'.