Schaatscoryfeeën met koptelefoon

Voormalige olympische schaatskampioenen werken in Turijn als commentator. Ze zijn deskundigen die de verslaggevers aanvullen of verbeteren. “Amerikanen willen ook drama zien.“

Dan Jansen, Adne Søndral, Gaetan Boucher en Catriona LeMay. Vier schaatscoryfeeën uit de vorige eeuw, afkomstig uit vier verschillende landen of taalgebieden, in het bezit van een of twee gouden olympische medailles. In de Oval Lingotto zitten ze, met koptelefoon, op een paar meter afstand van elkaar. De deskundigen hebben geen heimwee naar de ijsbaan, ze missen wel de kick van de overwinning.

De Amerikaan Dan Jansen (40) werd in 1994 olympisch kampioen op de 1.000 meter. Zijn gouden medaille had een zwart randje; bij de Spelen van 1988 kwam hij twee keer ten val. Zijn jonge zus was toen net aan kanker overleden. Zes jaar later nam hij revanche. Nu zit hij op de commentaarpositie van de tv-zender NBC.

“Ik werk veertien uur per dag. We zenden hooguit acht ritten van de 500 meter uit, bij elkaar nog geen kwartier. Wij doen rechtstreeks verslag en dan beslissen de bazen welke beelden geschikt zijn voor de samenvatting. Schaatsen is een kleine sport in Amerika. NBC denkt dat het tv-publiek alleen kampioenen wil zien, ik denk dat ze ook drama willen.“

Zijn valpartijen in 1988 en zijn zegetocht in 1994 waren destijds hot items voor de Amerikaanse tv-kijker. Nu vergaapt deze zich aan de schaatszeges van Chad Hedrick en Joey Cheek. Het verhaal achter de winnaars krijgt hij niet te zien. Alleen bij de tien kilometer krijgt gastcommentator Jansen de gelegenheid iets meer over de achtergrond van de Amerikaanse schaatsers te vertellen. “Omdat de beelden zo saai gevonden worden.“

Jansen heeft in North Carolina een bedrijf in medische apparatuur voor orthopedisch chirurgen. In deze staat zijn de winters niet koud genoeg om te schaatsen op natuurijs. “Mijn kinderen weten niet wat het is.“

Een paar treden lager op de perstribune zitten een man en een vrouw van dezelfde Canadese televisiezender die onafhankelijk van elkaar werken. Gaetan Boucher is schaatsdeskundige voor een Franstalig kanaal, Catriona LeMay voor een Engelstalig kanaal. De winnares van de olympische 500 meter in Nagano (1998) en Salt Lake City (2002) heeft haar gezin in Calgary achtergelaten voor de commentaarpositie in Turijn.

LeMay (35) is bang kritiek te leveren op rijders of rijdsters tegen wie ze zelf nog heeft gestreden, vertelde ze onlangs in een interview met een Nederlands schaatsblad. “Ik wil niemand kwetsen en daarom voel ik me geen echte journalist.“ Tijd voor een gesprek heeft ze niet, want LeMay is deze middag bijna vier uur aan het woord. Schaatsen wordt, mede dankzij haar goldrush op de sprint, steeds populairder in Canada.

Dat komt mooi uit, want over vier jaar zijn de Winterspelen in Vancouver. LeMay zit in het organisatiecomité. “Als schaatser leefde ik in een luchtbel, nu besef ik wat er allemaal achter de schermen gebeurt om een wedstrijd te organiseren“, zei ze in hetzelfde interview. Schaatsen doet ze soms nog op de Olympic Oval in Calgary. “Maar als ik na een paar rondjes rugpijn krijg, neem ik liever een biertje aan de bar“, aldus LeMay.

Naast haar heeft collega Boucher (47) het minder druk. In zijn woonplaats Montréal en omstreken is schaatsen no big deal, verklaart de tweevoudig olympisch kampioen bij de Spelen van Sarajevo. In 1984 was Boucher, eerder wereldkampioen bij het hardrijden én het shorttrack, eindelijk verlost van zijn Amerikaanse kwelgeest die in 1980 voor zijn neus vijf keer goud weg kaapte. “Eric Heiden is een vriend van me, dus kan ik leven met de gedachte dat hij mij zo vaak heeft verslagen.“

Boucher geeft alleen commentaar tijdens de Spelen. Hij ontwikkelt voor Nike ijshockeyschaatsen in de staat Quebec. “Ik heb weinig aan mijn naamsbekendheid. Als verkoper had ik er misschien wel baat bij gehad“, vertelt de kleine man die zulke mooie bochten kon rijden. “Gewoon schaatsen doe ik nooit meer, ook omdat we bij mij in de buurt geen overdekte baan hebben (Calgary ligt op een paar uur vliegen van Montréal, red.) en schaatsen in de open lucht is in de winter geen aanrader.“

Adne Søndral (35), olympisch kampioen op de 1.500 bij de Spelen van Nagano in 1998, is bijna elk weekeinde op pad voor de Noorse publieke zender NRK. Hij vliegt vrijdagavond heen en zondagavond terug. Door de week werkt hij bij een bank en sluit hij grote deals, vertelt de kaalgeschoren Noor trots.

Het tv-werk heeft hij te danken aan het feit dat de Noren weer naar schaatsen willen kijken. “Zaterdag hadden we tijdens de vijf kilometer bijna een miljoen kijkers op een bevolking van vier miljoen“, vertelt de man die steeds vaker op de stoel van de verslaggever zit. “Ik vind het ook leuk om te interviewen en filmpjes te maken.“

Søndral geniet van alle aandacht in Noorwegen; hij heeft ook de mindere jaren meegemaakt. “Toen domineerden de Nederlanders het schaatsen. Nu niet meer, doordat er bij jullie zoveel commerciële ploegen zijn. Sindsdien winnen jullie schaatsers minder, maar verdienen ze meer. Ik weet niet wat beter is“, grijnst de bankier uit het Noorse gehucht Hol.