Richtingenstrijd over Boksersopstand

Een weekblad van de communistische jeugd in China kreeg vorige week een verschijningsverbod. Nu bemoeien oudgedienden zich ermee, tot onvrede van de partij.

De wekelijkse bijlage van het invloedrijke dagblad China Youth Daily heette Bingdian - “Vriespunt'. Vorige maand kregen betrokken functionarissen van de Jeugdliga van de Communistische Partij van hogerhand te horen dat het weekblad niet langer mag verschijnen.

Dat komt door de onafhankelijke en kritische koers die de redactie van “Vriespunt' aanhield. Al eerder werden eigenzinnige journalisten om soortgelijke reden gestraft. Begin januari nog werd de hoofdredacteur van Beijing News op non-actief gesteld. Volgens waarnemers is de censuur in China alleen maar toegenomen - ondanks voortschrijdende economische liberalisering. Volgens het staatspersbureau Nieuw China werden vorig jaar 79 kranten en tijdschriften in de ban gedaan, en lang niet allemaal omdat ze pornografische afbeeldingen toonden.

De sluiting van Beijing News leidde tot openlijke protesten onder redacteuren in Peking, wat opmerkelijk is in China. Ook tegen het verschijningsverbod van Bingdian is de afgelopen weken fel geprotesteerd. En juist die affaire lijkt nu voor het communistische leiderschap onaangename proporties te krijgen. Gisteren werd bekend dat prominente oudgedienden in de partij zich hebben aangesloten bij het protest.

Tot de ondertekenaars van een open brief waarin de sluiting van Bingdian een “historisch incident“ wordt genoemd, behoren Li Rui (vroegere secretaris en biograaf van Mao), Hu Jiwei (ex-hoofdredacteur van het Volksdagblad, de communistische partijkrant), Zhu Houze (vroeger hoofd van de partijpropaganda), en andere functionarissen en wetenschappers die in de jaren '80 werkten onder de relatief liberale en later weggezuiverde premiers Zhao Ziyang en Hu Yaobang. “De geschiedenis laat zien dat alleen een totalitair systeem het censureren van nieuws nodig heeft, in de waan dat het het volk opgesloten kan houden in onwetendheid“, schrijven ze.

De open brief (van 2 februari) raakt het prestige van partijleider Hu Jintao, de eerste onder het Chinese leiderschap van de “vierde generatie' - de generatie van leiders die Mao's bevrijdingsstrijd niet hebben meegemaakt, ten tijde van de Culturele Revolutie nog jong waren en geen verantwoordelijkheid droegen voor “1989', het bloedig neerslaan van de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede. Als hij eenmaal zijn gezag heeft gevestigd, zal hij ook in politiek opzicht de teugels laten vieren, voorspelden sommige commentatoren toen Hu eind 2002 partijleider werd. Maar na zijn promotie tot president (2003) en tot voorzitter van de machtige Centrale Militaire Commissie (2004) duidt anno 2006 steeds meer op het tegenovergestelde.

Hu laat herhaaldelijk blijken dat aan het absolute gezag van de partij niet getornd mag worden, en dat daarom ook alleen door de partij geregisseerde kritiek mag worden geventileerd. Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek kan niet - is ook de boodschap van de sluiting van Bingdian.

Formeel was een essay van de historicus Yuan Weishi de druppel die de emmer deed overlopen. In zijn artikel hekelde Yuan nationalistische vertekening in schoolboekjes, zoals de verheerlijking van de Boksersopstand in 1900. Yuan doet zijn uiterste best om de “misdaden van buitenlandse imperialisten te verdoezelen“ en hij “kwetste de nationale gevoelens van het Chinese volk diep“, kreeg de redactie van Bingdian te horen.

Met de interventie van de prominente briefschrijvers heeft de affaire-Bingdian kenmerken gekregen van een sluimerende richtingenstrijd binnen de communistische partij - tussen politieke hervormers en relatieve vrijdenkers enerzijds, en politieke conservatieven en communistische hardliners anderszijds. Volgens de Hongkongse krant South China Morning Post is zo'n richtingenstrijd ook gaande over het economisch beleid. In academische kringen rond de partij zouden kanttekingen worden gezet hij de economische groeidoelstellingen. De regering zou zich meer moeten bekommeren om een eerlijker verdeling van de welvaart.

De staatsmedia schrijven niet over de open brief. Een regeringswoordvoerder meldde vanochtend alleen dat, anders dan de afgelopen tijd is geschreven, in China nog nooit iemand is opgepakt voor meningsuiting op internet.