Propaganda VS werkt niet

De regering-Bush schiet met de door haar gefinancierde propagandazender Al-Hurra mis in het Midden-Oosten, menen Anatol Lieven en David Chambers.

De verpletterende overwinning van Hamas heeft het failliet aan het licht gebracht van de strategie van de regering-Bush om te proberen de Arabieren te democratiseren zonder rekening te houden met hun gevoelens en opvattingen. Democratie is representatief. Als de Arabieren het optreden van de Verenigde Staten zien als strijdig met hun belangen, zal de Arabische democratie resultaten opleveren die strijdig zijn met de Amerikaanse belangen.

Tot de voornaamste middelen waarmee de democratie zou worden verkondigd aan de Arabieren, behoren het Amerikaanse, Arabischtalige televisiestation Al-Hurra (“de Vrije') en zijn zusterstation Radio Sawa (“Samen'). Maar zoals het nu is, staan deze door Washington betaalde zenders voor alle fouten en misvattingen van de officiële Amerikaanse benadering van de Arabische wereld.

De onder moslims wijdverbreide woede over de karikaturen van de profeet Mohammed in de Europese media, en het wijdverbreide westerse onbegrip voor die woede, illustreren hoezeer wij langs elkaar heen praten. Er is dringend behoefte aan media om deze kloof te overbruggen. Willen die succes hebben, dan zullen ze voor moslims geloofwaardig moeten zijn en Al-Hurra is dat niet.

Toch heeft Bush verzocht het budget van Al-Hurra met 13 procent te verhogen, en dat terwijl het volgens een recente peiling voor slechts één procent van de Arabische kijkers de eerste keuze is. Al-Hurra beweert 21,3 miljoen kijkers te hebben, maar weigert de peiling waarop dit cijfer gebaseerd zou zijn, openbaar te maken. De meeste Arabieren beschouwen de zender met recht als een spreekbuis van de regering-Bush.

Dat komt doordat Al-Hurra fundamenteel verkeerd is opgezet. Zoals de naam aangeeft is het geënt op Amerikaanse zenders als Radio Free Europe, die tijdens de Koude Oorlog waren opgericht om de sovjetcommunistische propaganda tegenspel te bieden en het democratische gedachtegoed te verbreiden. In dat conflict hebben zij een nuttige rol vervuld. Maar in de Koude Oorlog stonden de VS tegenover een vijandig, totalitair rijk en monolithische media onder strikt toezicht van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie.

De situatie in de Arabische wereld is volstrekt anders. De Arabieren worden weliswaar door hun eigen regeringen onderdrukt, maar zij streven, met uitzondering van de Palestijnen en een aantal Irakezen, niet naar bevrijding van buitenlandse overheersers. Ook zijn hun media tegenwoordig heel gevarieerd: meer dan tweehonderd satelliettelevisiekanalen concurreren met elkaar. De zenders met serieuze nieuwsprogramma's stellen zich weliswaar inschikkelijk op ten aanzien van de regimes die hen steunen, maar die Arabische regimes zelf verschillen sterk in cultuur, opvattingen en beleid.

De Arabische kijkers hebben dan ook toegang tot een breed spectrum van opvattingen over democratie, terrorisme, religie, de positie van de vrouw, economische hervormingen en de betrekkingen met Iran. De bekendste Arabische zenders, Al-Jazeera en Al-Arabiya, bezitten een zekere mate van onafhankelijkheid.

Omdat die zenders tegen de Amerikaanse inval in Irak waren, daar kritisch over berichtten en ruimschoots aandacht hebben geschonken aan ongunstig nieuws over het Amerikaanse beleid, zijn zij en de Arabische media door de regering-Bush, de Amerikaanse media en vele Amerikaanse politici als vijanden behandeld. Als wij echter kijken naar de houding van deze zenders jegens onze oorspronkelijke vijanden in de “oorlog tegen het terrorisme' - de daders van de aanslagen van “9/11' - ziet de toestand er heel anders uit. De bestuurders en de journalisten van deze zenders weten wat de Talibaan en Al-Qaeda in Afghanistan hebben gedaan, en wat een Al-Qaedaregime hun persoonlijk zou aandoen. De meesten van hen wensen democratische vooruitgang voor hun landen.

Deze zenders hebben verklaringen van Al-Qaeda als nieuws gepresenteerd, maar zij hebben ook felle kritiek op Al-Qaeda's optreden en ideologie uitgezonden. En dat hebben ze geweten. Nadat islamistische rebellen kritiek hadden geleverd op Al-Arabiya, is het bureau van die zender in Bagdad door een zelfmoordaanslag verwoest; daarbij zijn vijf medewerkers om het leven gekomen.

De propagandatechnieken van de Koude Oorlog waren indertijd niet zonder nut. Maar dat soort staatspropaganda is voor Amerikanen niet gepast. Laten wij ons liever baseren op het credo van Oliver Wendell Holmes dat “de beste toets voor de waarheid van een opvatting de mate is waarin zij in staat is om zich te midden van de concurrentie van de markt te doen gelden''. De Arabische media vormen zo'n markt. Laten wij daarin de concurrentie aangaan door middel van onafhankelijke media van hoge kwaliteit, die de VS kunnen produceren en die de Arabieren kunnen respecteren. Al-Hurra moet onmiddellijk worden opgeheven.

Anatol Lieven is medewerker van de New America Foundation en auteur van “America right or wrong'. David Chambers, een voormalig lid van de Werkgroep Kunst en Amusement van het Witte Huis, is specialist op het gebied van zenders in het Midden-Oosten. © LA Times