Meer dan het kindvrouwtje

Opgewekt, onschuldig en dromerig. De Asssepoester in Cinderella van James Kirkwood (1914) is zo'n rol die helemaal past in de mal van Mary Pickford. Met haar 1 meter 50, haar lange gouden vlechten en haar meisjesgezicht was de Canadees-Amerikaanse actrice vrijwel veroordeeld tot de categorie van de kindvrouwtjes. Ondanks alle zwoegen en zweten voor haar stiefmoeder en lelijke stiefzusters (met haakneuzen en wratten) blijft Pickfords Assepoester er in haar kapotte jurkje en met vieze vegen op haar wangetjes aandoenlijk uitzien. Geen wonder dus dat Prince Charming, die haar slapend in het bos aantreft, als een blok voor het lieve, frisse meisje valt.

De Amerikaanse filmhistorica Christel Schmidt deed jarenlang onderzoek naar de films van Mary Pickford. Ze raakte er van overtuigd dat Pickford meer is dan “America's Sweetheart'. Ze stelde een programma samen met de beste kopieën van Pickford-films uit allerlei internationale filmarchieven. Een deel daarvan is tot eind februari te zien in het Filmmuseum in Amsterdam, een van de archieven waaruit Schmidt putte. De geselecteerde films geven een beeld van wat het Pickfordimago behelst en beogen dit idee vervolgens flink te nuanceren.

In Behind the Scenes (1914) is Pickford bijvoorbeeld een danseresje dat trouwt met een van haar aanbidders. Als die aan lager wal raakt, verhuist het paar naar het platteland. Maar zij kan niet aarden en wil weer naar de stad. Ze verlaat hem en keert terug naar het theater. Pickford speelt een echtgenote met een eigen wil. Het levert een van de mooiste scènes uit de film op als ze stilzwijgend besluit hem te verlaten. Pickford acteert heel naturel - ze was, hoewel afkomstig van het toneel, een echte filmactrice. Haar personage twijfelt nog, maar meer en meer ongenoegen kruipt op haar gezicht en ze neemt gedecideerd haar drastische stap.

In het prachtig gefilmde, bizarre en Dickensiaanse melodrama Sparrows (William Beaudine, 1926) speelt Pickford een heldin die niet zou misstaan in een moderne actiefilm. Ze redt de kinderen die als slaven werken op een boerderij in een moeras, leidt ze door een eng bos en over een meertje met krokodillen naar de vrijheid. Pickford huurde voor het camerawerk van Sparrows Charles Rosher en Karl Struss in. De Duitse meester F.W. Murnau vond Sparrows zo prachtig gefilmd dat hij beide cameralieden vroeg zijn Sunrise (1927) te fotograferen. Dat is een ander, vergeten aspect van “Little Mary': ze had een neus voor nieuw talent.

Mary Pickford: ster van de stille film. 17 t/m 28 februari. In: Filmmuseum Vondelpark, Amsterdam. Informatie: www.filmmuseum.nl