Koopkracht lekt weg naar de olielanden

De koopkracht groeit minder snel dan verwacht, ondanks de belofte van de politiek dat deze op 1,25 procent zou uitkomen. De hoge olieprijs is de oorzaak.

De groei van de Nederlandse economie trekt stevig aan, maar de koopkracht lekt weg naar de olieproducerende landen. Hogere olieprijzen zetten een domper op de rooskleurige verwachtingen van het kabinet dat de koopkracht dit jaar over een brede linie zal verbeteren.

In een nog vertrouwelijke notitie van het Centraal Planbureau (CPB) die het kabinet gebruikt bij de voorbereidingen van de begroting voor 2007, is de groeiraming voor dit jaar opgetrokken van 2,5 naar 2,75 procent. Voor volgend jaar verwacht het CPB een groei van 3 procent, het hoogste percentage sinds 2000.

De koopkracht groeit ook, maar minder snel dan verwacht. Het CPB heeft de gemiddelde verbetering van de koopkracht voor dit jaar naar beneden bijgesteld tot 1 procent. Oorzaak, aldus het Planbureau: de structureel hogere olieprijzen. Het CPB verwacht dit jaar een gemiddelde prijs van 60 dollar per vat, vijf dollar hoger dan de voorspelling van december.

Afgelopen december brak een knallende ruzie uit in de boezem van het kabinet over de koopkracht, waarbij minister van Financiën Zalm (VVD) en premier Balkenende (CDA) lijnrecht tegenover elkaar stonden. Het CDA had bij monde van fractievoorzitter Verhagen aangedrongen op extra geld voor de koopkracht in verband met de gestegen energieprijzen. Balkenende gaf politieke dekking aan Verhagen. Zalm hield op grond van de toen beschikbare koopkrachtcijfers - onder meer de lager dan verwachte ziektekostenpremies - vast aan het vigerende kabinetsbeleid: geen verdere maatregelen ter ondersteuning van de koopkracht. Een premier die zijn minister van Financiën niet steunt, is een gegarandeerd recept voor politieke onmin. De crisis werd beslecht in een wankel compromis om specifieke groepen mensen een klein beetje tegemoet te komen.

Dit jaar loopt, zoals deze krant vrijdag al meldde, het financieringstekort van de overheid volgens het CPB op - tot 1,2 procent. De stijging van het tekort is opmerkelijk. Het afgelopen jaar was sprake van een forse daling tot 0,75 procent van het bruto binnenlandse product (bbp). Dat het tekort dit jaar, ondanks de aantrekkende economie, tóch stijgt, wordt in hoofdzaak veroorzaakt door slim belastinggedrag van ondernemingen. Aangezien de belastingdienst een hogere rente vergoedt op te veel betaalde belastingen dan de banken uitkeren op kasgeld, hebben bedrijven vorig jaar op grote schaal voorlopige aanslagen van de belasting voor 2006 betaald. Dit betekent dat het tekort in 2005 extra omlaagging, maar dat de belastinginkomsten in 2006 tegenvallen en het tekort weer stijgt. In totaal is met schatkistbankieren zo'n 1,5 miljard euro gemoeid. Als het tekort hiervoor geschoond wordt, zou het in 2005 0,3 procent hoger zijn uitgevallen en in 2006 0,3 procent lager uitkomen.

Het hogere tekort komt voor bewindslieden en parlementariërs als een koude douche. Gisteren bleek in reacties op de uitgelekte gegevens van het CPB dat politici nu al voorsorteren op extra maatregelen van het kabinet om de koopkracht in het pre-verkiezingsjaar 2006 te verbeteren. Volgens de regels van het begrotingsspel houdt het kabinet het kruit droog en zullen de bewindslieden pas bij de behandeling van de Voorjaarsnota in april of mei bekijken of er nog iets “extra's' gedaan zal worden. Het is de vraag of Kamerleden zo lang willen wachten.