Kinderen worden heksen in Congo

De zeven miljoen inwoners van de Congolese hoofdstad Kinshasa leven ieder voor zich. Zieken worden aan hun lot overgelaten, kinderen uit armoede beschuldigd van hekserij.

Bij de ingang van het grote ziekenhuis van Kinshasa houdt een kreupele patiënt met een etterende wond zijn hand op: “Geef me wat geld, ik wacht al vier dagen op medische hulp.“ Bij de eerste hulp houdt dokter Kabamba Mbwebwe zijn hand op. “Eerst betalen, anders behandelen we niemand“, zegt hij. “We hebben financiële hulp nodig. Tien dollar voor het eerste consult“. Tien dollar is vele malen het gemiddelde maandsalaris in de Congolese hoofdstad.

Een man van middelbare leeftijd kan zijn rechterarm niet meer bewegen. “Ik ging naar de medicijnman, maar die kon de slechte geesten niet verdrijven. Daarom bedel ik nu hier, om te worden behandeld.“ In Afrika zoekt menigeen voor zijn ziekte eerst soelaas bij de oude en gerespecteerde “dorpsdokter' die contacten onderhoudt met de spirituele wereld.

Maar in Congo is ook de wereld van de geesten gecorrumpeerd. “Kijk, daar vliegt weer zo'n kinderheks“, wijst de man met zijn nog bewegende arm naar een grote vogel die over het ziekenhuis scheert. “Zij daar in de lucht maken ons ziek.“ Op de grond in de gang van het hospitaal liggen twee lichamen wild te ademen. Deze twee daklozen werden vannacht bij een auto-ongeluk gewond. Ze stinken naar afval en niemand slaat acht op ze. “We wachten tot een familielid tien dollar komt betalen“, zegt een verpleegkundige. Maar misschien hebben deze arme sloebers geen familie? “Dan worden ze niet geholpen.“

Dokter Kabamba drukt een wild spartelende vrouw op een vettige matras. Ze valt nauwelijks te bedwingen en schreeuwt het uit van de pijn. Haar maag barstte vannacht open. Er is haast geboden. Maar haar mee gekomen familie kan de medicijnen en injectienaalden niet betalen. De patiënt komt naast de stinkende bedelaars op de gang te liggen. “Ja, er sterven dagelijks patiënten wegens geldgebrek“, excuseert dokter Kabamba zich.

Het hoofdziekenhuis van Kinshasa droeg vroeger de naam Mama Yemo. De in 1997 afgezette kleptocratische president Mobutu wilde met het hospitaal zijn moeder eren. Het moest het beste ziekenhuis van Afrika worden, maar het werd een symbool van de Congolese ziekte. “Onder Mobutu ontving ik drie dollar per maand. Soms moest ik een jaar op mijn salaris wachten“, vertelt dokter Kabamba.

Elektriciteit was een uitzondering. De geur van rottende lijken in het lijkenhuis drong in de longen van de levenden. Meteen na zijn machtsovername in 1997 bezocht president Laurent Kabila het ziekenhuis en liet hij de buste van Mobutu's moeder verwijderen. Een symbolisch gebaar dat moest uitdrukken: het zal allemaal beter worden in Congo.

Tegen de avond sluipen daklozen uit de omliggende straten binnen. Ook regeringssoldaten zonder dak boven het hoofd zoeken onder de balustraden van het ziekenhuis bescherming tegen de motregens. Is negen jaar na het vertrek van Mobutu het hospitaal nog steeds het symbool voor wanbeleid en armoede? “Het is een beetje verbeterd“, lacht dokter Kabamba. “Het dokterssalaris is verhoogd tot twintig dollar en ik hoef er nog maar drie maanden op te wachten.“

Een verpleegkundige die voor een buitenlandse hulporganisatie werkt ziet geen verbetering. “De artsen in het ziekenhuis zijn nog corrupter dan vroeger“, vertelt hij. “Van hun salaris kunnen ze niet leven, dus ze houden er allemaal een privékliniek op na. Ze weigeren patiënten te helpen om ze te kunnen doorsturen naar hun eigen kliniek. Ze stelen apparatuur en medicijnen en verkopen die door. Congo is al decennia lang een land zonder wetten en nu heeft het een bevolking gekregen zonder moraal. We zijn een man-eet-mansamenleving geworden.“

Het is een wonder hoe de zeven miljoen inwoners van Kinshasa overleven, zonder staatsstructuren en zonder autoriteiten die het opnemen voor hun onderdanen. De helft van de inwoners leeft al jaren op één maaltijd per dag. Iedereen steelt en bedelt. [Vervolg CONGO: pagina 4]

CONGO

Priesters slaan de geesten uit de kinderen

[Vervolg van pagina 1] In Kinshasa hoopt een magistraat met zijn vonnis geld te verdienen van een aangeklaagde. Een politieagent blijft op de boulevard stokstijf voor een auto staan tot de chauffeur hem wat toeschuift. Een moeder van vijf kinderen verkoopt één hoopje tomaten per dag terwijl haar zonen bedelen of stelen. En als het de moeders van Kinshasa niet meer lukt om de kindermonden te voeden, dan worden de kinderen tot heksen verklaard.

Remy Mafu richtte in Kinshasa een organisatie op voor hulp aan van hekserij beschuldigde kinderen. Hij schat dat er alleen al in de hoofdstad 25.000 tot 50.000 straatkinderen zijn, van wie vele duizenden zogenaamde heksenkinderen. “Het is een sociaal probleem“, vertelt Mafu. “Contacten met de geesten was altijd het domein van ouderen. Kinderen werden nooit van hekserij beschuldigd. Dit is iets geheel nieuws in Congo. Hekserij geeft arme en wanhopige ouders een excuus om kinderen het huis uit te gooien. De kinderen geloven in hun eigen hekserij omdat zij anders niet kunnen verklaren waarom hun moeders hen in de steek laten.“

De veertienjarige Nelphy Lelu droomde vorige jaar over een man in zwarte kleren die een mes in zijn lichaam stak. Hij had deze droom net nadat er iemand in zijn familie was gestorven. “Ik vertelde de droom aan mijn moeder en ze begon me van hekserij te beschuldigen. Ze zei dat ik verantwoordelijk was voor het sterfgeval en gooide me het huis uit. Ik ging naar mijn oma en die sloeg me dagelijks om de slechte geesten uit mijn lichaam te verdrijven. Ik kon de pijn niet meer verdragen en leef nu op straat en steel.“

Is hij werkelijk een heks? Nelphy piekert lang voordat hij de vraag beantwoordt. “Veel van mijn vriendjes op straat geloven heksten te zijn. Ze vertrekken “s nachts naar een onzichtbare wereld van heksen en geesten. Maar ik kan daar niet in geloven.“

Aan ieders misère valt te verdienen in de Congolese hoofdstad. “Priesters van duizenden born-again-kerkjes drijven tegen betaling van tien dollar de geesten uit“, vertelt Mafu. “Ze slaan de kinderen om de duivel in hen te verslaan. Dat is een lucratieve business geworden.“ Mafu pleit voor een hard optreden tegen deze kerken, maar weet dat er geen staatsgezag is om ze aan te pakken. Het probleem van de heksenkinderen wordt steeds groter. Hij verzucht: “Kinderen zijn de toekomst. Maar wat is de toekomst van ons land met dit soort kinderen?“