Jarmusch' wit op de pagina

Aan de Amerikaanse regisseur Jim Jarmusch, koning van de existentiële roadmovie, werd ooit gevraagd welke boodschap hij met zijn films wil uitdragen. Hij antwoordde: “We don't have no stinking message.“

Dat blijkt. Zijn laatste film, Broken Flowers, waar een gedesillusioneerde, depressieve Bill Murray door Amerika trekt en een bezoek brengt aan al zijn ex-vriendinnen, drijft volledig in het luchtledige.

Toch bleef er iets hangen. Iets waar ik niet meteen de vinger op kon leggen. Een soort “Jarmusch-gevoel'. Er is iets wat zijn films typeert. Maar wat?

Ik dacht eerst dat het aan de casting lag. Jarmusch heeft een voorkeur voor ongrijpbare figuren, losers en mafkezen die rondzwerven in auto's en taxi's (Stranger Than Paradise, Night on Earth), op de vlucht zijn (Down By Law) of hangen in cafés (Coffee en Cigarettes). En ja, Bill Murray was in deze film ondoorgrondelijk en vaag en reed rond in een auto. Maar dat was het niet.

Zijn improviserende manier van werken dan? Jarmusch laat zijn acteurs vaak maar wat doen in de hoop dat er iets moois ontstaat. Zo bestaat Coffee en Cigarettes uit verschillende sketches, opgenomen in zwart-wit, met als rode draad dat de acteurs aan tafel zitten, koffie drinken en roken. Er wordt gepraat maar er zijn vooral veel pauzes. Het zwijgen overheerst.

Die leegte is ook voelbaar in Broken Flowers. Maar er was toch nog iets anders: aan het eind van een scène laat de regisseur de camera telkens een paar seconden langer doordraaien.

Een soort: .... Daarna wordt het scherm zwart en begint de volgende scène.

Waarom? Ik ging op zoek naar oude interviews met Jarmusch en ontdekte dat hij deze techniek al langer toepast. Eigenlijk maakt hij geen films, maar toont hij korte verhalen. In een interview met de Britse krant The Guardian, een paar jaar terug, legt hij dit uit: “Poëzie is mooi, maar de leegte op een pagina heeft evenveel betekenis als de tekst zelf. Als Miles Davis niet speelt, is dat ook ontroerend.''

Dat kunstenaars op zoek gaan naar “de leegte' of “de stilte' in hun kunstvormen is niet nieuw. Moderne dichters als Van Ostaijen of Hans Faverey - ongetwijfeld onbekend bij Jarmusch, die zweert bij Robert Frost en Walt Whitman - maakten bewust gebruik van het wit in de poëzie. Ook componisten en muzikanten hebben zich het hoofd gebroken over de betekenis van de stilte in de muziek. John Cage schreef zelfs een volledig stil stuk in drie delen, getiteld 4'33'', waarbij een pianist 4 minuten en 33 seconden voor de piano zit zonder deze aan te raken en vervolgens het podium weer verlaat.

Cage wilde een kader scheppen waarbinnen de stilte kan plaatsvinden, maar waarbij hij tegelijkertijd ruimte kon creëren voor de geluiden van de buitenwereld om binnen te treden. Hij speelde op die manier met de grenzen tussen kunst en werkelijkheid.

Aangezien Jarmusch gevoelig is voor het wit op de pagina en de stiltes van Miles Davis moet hij in zijn films ook naar iets dergelijks op zoek zijn. Alleen gebruikt hij geen wit maar zwart. En “...'.

Ook hij speelt op die manier met die grens tussen kunst en werkelijkheid. Want als ik het “Jarmusch-gevoel' probeer te definiëren, kom ik hier op uit: ik zit niet “in' de film, ik kijk “naar' een film. Doordat de acteurs seconden lang bijna blanco in beeld verschijnen, veranderen ze op die momenten even in zichzelf. In plaats van meegesleurd te worden in een groot drama, zoals ik gewend ben van een lekkere Hollywoodproductie, wijst Jarmusch me er telkens op dat ik kijk naar een bedenksel, uitgevoerd door mensen en gemaakt door iemand die ongetwijfeld erg moest grinniken om zijn eigen vage scenario. Daardoor verdwijnt de afstand tussen mij, het scherm en de maker en krijg ik bovendien enorme zin om ook koffie te gaan drinken in een rokerig café in New Orleans. Als dat nog kan.

Rosan Hollak