Identiteit hoort in Grondwet

Op de Nationale Conventie, die de kloof tussen burger en politiek moet dichten, is aanpassing van de Grondwet een cruciaal punt. Sophie van Bijsterveld meent dat de nieuwe constitutie moet aangeven wat Nederlanders bindt. Volgens Omar Ramadan moet de nieuwe Grondwet ook basale spelregels tussen burgers onderling formuleren. Wim Voermans betoogt dat vertrouwen van de burger in de politiek toeneemt als het nationale parlement meer betrokken wordt bij Europese wetgeving.

De Grondwet moet een verplicht onderdeel van het lespakket worden op scholen, zo stelde Minister Pechtold onlangs. Dit is een goed idee. Maar om de Grondwet een document te laten zijn dat de benodigde oriëntatie kan bieden, moet die dan wel een aantal basiswaarden expliciet maken. Wat dit betreft kunnen wij leren van de Europese Grondwet.

De Nederlandse Grondwet belichaamt de waarden van de democratische rechtsstaat. Dit valt af te leiden uit het samenstel van alle bepalingen. De Grondwet maakt de constitutionele waarden nauwelijks expliciet. Daarmee is het helaas vooral een procedureel en weinig inspirerend document.

De tekst van de Grondwet bevat bijvoorbeeld geen preambule die de Grondwet als funderend document positioneert. Een bepaling over de bron van het overheidsgezag is vermeden. Symbolen zijn niet in de Grondwet te vinden. Of het moet zijn de enigszins verborgen vermelding dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is in het artikel over de inhuldiging van de koning.

Dit alles is niet toevallig. Een van de uitgangspunten bij de opstelling van de Grondwet was juist zoveel mogelijk te schrappen. Inderdaad, een groot aantal overbodige bepalingen is geschrapt. Maar over een aantal belangrijke terreinen zegt de Grondwet erg nu weinig. Al met al is het een kaal document.

De Grondwet leek tijdloos; het was, zo blijkt achteraf, toch ook een kind van de maakbare samenleving en de verzorgingsstaat. Daarvan getuigt het grote geloof in de wetgever, waaraan veel werd overgelaten. Zo gezien heeft de Grondwet een zekere “houdbaarheidsdatum'. Dit betekent niet dat hij niet meer functioneert; wel dat hij nu anders geformuleerd zou worden.

De laatste jaren is de Grondwet op onderdelen gewijzigd en zijn er discussies gaande over onder meer referenda, de gekozen burgermeester en de herziening van het kiesstelsel. In toenemende mate raken discussies over de Grondwet ook een fundamentele, zelfs existentiële snaar. Dit blijkt bijvoorbeeld uit discussies over de rol van de Grondwet in de context van immigratie en inburgering, en in verband daarmee ideeën over het afleggen van een eed op de Grondwet. Maar ook uit de actuele discussies over de inhoud en grenzen van vrijheden in de pluriforme samenleving. De uitlatingen van minister Pechtold zijn in dit kader te begrijpen.

Juist voor de formulering van een constitutionele identiteit kunnen wij leren van de Europese Grondwet. Die is op dit punt veel moderner dan onze Grondwet. De preambules en de eerste artikelen van de Europese Grondwet bevatten de contouren van een mens- en maatschappijbeeld. Het deel over de grondrechten maakt ook de achterliggende waarden achter deze rechten zichtbaar. De Europese Grondwet noemt op verschillende plaatsen expliciet rechtsstaat en democratie als basis: niet alleen in klassieke 19de en 20ste-eeuwse zin, maar ook in 21ste-eeuwse bewoordingen, zoals transparantie en dialoog.

Er zijn meer sprekende voorbeelden. Ook de Grondwet van de Verenigde Staten, de Declaration of Independence en onze eigen Bataafse Grondwet van 1798 verwoorden samenbindende waarden. Zulke uitgangspunten kunnen richting bieden aan en een inspiratie vormen voor openbaar bestuur en samenleving. Zeker als die als zodanig worden (h)erkend en vervolgens geïnternaliseerd en vruchtbaar gemaakt voor de politiek-bestuurlijke cultuur.

Voorspelbare kritiek dat een Grondwet geen grabbelton van allerlei mooie (al of niet onverzoenlijke) waarden en gedachten moet zijn of van onbereikbare aspiraties gaat naar mijn idee voorbij aan de wezenlijke betekenis van constitutionele teksten. Hoewel er altijd over concrete formuleringen getwist kan worden, geven dergelijke teksten wel aan waarvoor wij als politieke gemeenschap staan en waarheen wij willen gaan.

Constitutionele bewustwording komt niet vanzelf; die moet tot leven worden gewekt. Een preambule, eventueel in combinatie met openingsartikelen, die basiswaarden expliciteert, vormt daarvoor een goede basis, niet alleen voor burgers maar ook voor politici en bestuurders. Voor de Nationale Conventie ligt hier een mooie taak.

Sophie van Bijsterveld is verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Tilburg en is adviseur van de Nationale Conventie.

www.nrc.nl/opinie:

Jos de Beus en anderen “Doorbreek de vicieuze cirkel van ontevreden kiezers en onzekere gekozenen'