Humor van de wereldstrategie

Het comfortabele van het wereldconflict om de spotprenten is, dat iedereen er verstand van heeft. Er is een partij die vindt dat tegen alle heiligen, profeten en goden de humoristische aanval geoorloofd is, of de laatste tijd zelfs, dat je als rechtgeaard vechter voor de vrijheid daartoe verplicht bent. Andermans taboe volstaat om er leuk tegen tekeer te gaan. Dan komt de beledigde partij om de aanval op dit heiligste van het heilige te wreken. Terwijl ik aan dit stukje bezig was, keek ik af en toe naar BBC World; zag hoe de gelovigen in Lahore en andere Pakistaanse steden probeerden profane gebouwen in brand te steken. De ingewikkelde verhoudingen tussen het Midden-Oosten (of misschien zelfs de islam) en het Westen zijn dankzij de humor vereenvoudigd tot de strijd om een paar tekeningen. Geloof tegen vrijheid van meningsuiting. Kruisvaarders botsen op elkaar. Simpeler kan het niet. Dat bedoel ik met het comfortabele: de werkelijkheid bevroren in een absolute tegenstelling.

Hoe gaat het intussen met de echte werkelijkheid? Volgens de laatste geruchten zijn steeds meer Nederlandse soldaten geneigd, liever niet naar Uruzgan te gaan. Dat blijkt mee te vallen. Generaal Dick Berlijn was te gast bij Andries Knevel. Vanzelfsprekend was er hier en daar aarzeling, zei de opperbevelhebber. Maar deze strijdkrachten zijn uitstekend uitgerust en voorbereid, en hij zal er zo vlug mogelijk zelf gaan kijken. Het was een plezier te horen hoe de generaal, zonder praatjes, omzichtige bijzinnen, Haagse omslachtigheid of opschepperij zijn uitleg gaf. Een verademing, deze kalme vakman tegenover onze christelijke hiphopper. Niet aan de orde kwam de politieke context van de missie. Dat hoort dan ook niet tot de taak van de militair.

Ik blijf tegen. Niet vanwege de gevaren waarvoor nu eenmaal iedere beroepsmilitair heeft getekend, maar juist vanwege het groter politiek verband waarin deze expeditie wordt ondernomen. Sinds de Amerikaanse tegenaanval na de overval van 11 september 2001 is Afghanistan frontgebied. Misschien had dat anders kunnen zijn als de Amerikanen na de overwinning op de Talibaan zich om te beginnen volledig op de opbouw van dit land hadden geconcentreerd. Bovendien was en is er in het Midden-Oosten nog een vraagstuk van de eerste orde: het Israëlisch-Palestijnse conflict. In plaats van zich eerst verder met de Afghanen, de Israëliërs en de Palestijnen te bemoeien, is Washington de aanval op Irak begonnen, overhaast, met te veel zelfvertrouwen en een gebrekkige voorbereiding, zoals intussen ruimschoots is gebleken. In de afgelopen drie jaar heeft deze onderneming een scala van slechte resultaten opgeleverd, langzamerhand zo overtuigend dat president Bush en de zijnen zich gedwongen hebben gezien hun verwachtingen en hun strategie op lange termijn drastisch bij te stellen.

Begin deze maand heeft de Amerikaanse generaal Mark Kimmitt in een toespraak voor het Institute for Strategic Studies het nieuwe concept van “de lange oorlog' verklaard. De tijd waarin snelle overwinningen werden verwacht, is voorbij. Het uithoudingsvermogen, de capaciteiten en het doel van de tegenstander is onderschat. Zo is bijvoorbeeld het opperbevel verrast door de doelmatigheid waarmee de radicale islamieten internet gebruiken. Aan Amerikaanse kant wordt nu beseft dat een langdurige militaire aanwezigheid in de regio kan bijdragen tot het anti-Amerikanisme.

In de nieuwe “lange oorlog' dienen de Amerikanen de bondgenoten weer bij de strijd te betrekken. Kimmitt liet zich er niet over uit of dit een afscheid van het unilateralisme betekent. In het hele Midden-Oosten zijn op het ogenblik ongeveer 300.000 Amerikaanse soldaten, van wie 135.000 in Irak en de rest verspreid over een aantal bases. De defensiebegroting voor 2007 zal op 550 miljard dollar uitkomen. De Amerikanen kunnen niet toelaten dat een eind zal komen aan hun invloed in de regio. Mocht dat nodig zijn, dan zal blijken dat de Amerikaanse strijdkachten nooit ver weg zijn.

Op het eerste gezicht is de doctrine van de lange oorlog een gespleten theorie. Erkend wordt dat de vreemde militaire aanwezigheid het verzet bevordert. Maar aan de andere kant kunnen de Amerikanen zich niet uit de regio terugtrekken, omdat hun nationaal belang dat niet toestaat, en omdat het strijdig is met hun boodschap van de verlichting, het verspreiden van de democratie. Tegelijkertijd is het iedere dag duidelijker dat het nu gevoerde beleid contraproductief werkt. Zo heeft bijvoorbeeld in Palestina Hamas de verkiezingen gewonnen, wordt de Iraanse president Ahmadinejad er steeds ernstiger van verdacht een atoombom te willen maken (terwijl hij Israël wil wegvagen), en heeft minister Rumsfeld laten weten dat desnoods geweld zal worden gebruikt voor de Iraanse bom voltooid is. Intussen is het westelijk bondgenootschap nog altijd niet van zijn fragmentatie van drie jaar geleden bekomen.

Zoals generaal Kimmitt het heeft uitgelegd, lijkt de lange oorlog veel op een voortzetting van de oude macrostrategische mislukking in een nieuw uniform. Misschien moeten we nog tweeënhalf jaar wachten tot de volgende Amerikaanse president het Westen bevrijdt uit de greep waarin het zichzelf heeft vastgezet. Intussen maken 1.400 Nederlandse soldaten zich op om deel te nemen aan de nieuwe lange oorlog. Hoop dat ze zich niet te veel door hun gevoel voor humor laten leiden.