Guantánamo-film: bom in Berlijn

In Berlijn ging “The Road to Guantánamo' in première, over Pakistaans-Engelse vrienden die in Guantánamo Bay belandden.

De Britse regisseur Michael Winterbottom, gisteren in Berlijn, tussen de hoofdrolspelers van zijn “The Road to Guantánamo': links de acteur Arfan Usman, rechts de ex-gevangenen Ruhel Ahmed en Shafiq Rasul. Foto Reuters British actor Arfan Usman (L) and director Michael Winterbottom (2ndL) pose next to compatriot actors and former U.S. Guantanamo Bay prison camp detainees Ruhel Ahmed and Shafiq Rasul (R) to present their film 'The Road to Guantanamo' running in competition at the 56th Berlinale International Film Festival in Berlin February 14, 2006. The festival runs from February 9-19. REUTERS/Tobias Schwarz REUTERS

Met The Road to Guantánamo heeft festivaldirecteur Dieter Kosslick een bom geplaatst halverwege de 65ste Internationale Filmfestspiele Berlin. De protestfilm van de Brit Michael Winterbottom niet bekronen is een even groot politiek statement als hem wél bekronen. Zie als jury maar eens aan dat dilemma te ontkomen.

Winterbottom reconstrueert in het half-documentaire The Road to Guantánamo de geschiedenis van de Tipton Three: Pakistaans-Engelse vrienden die naar Pakistan reisden voor het huwelijk van een van hen en vervolgens in een moskee in Karachi werden aangespoord om hun Afghaanse “broeders' te helpen. Via Kandahar, Kabul en Konduz eindigde hun avontuur in Guantánamo Bay. Dat was oktober 2001.

Het verhaal van de Tipton Three haalde de wereldpers omdat het van die “gewone Engelse jongens“ waren, aldus regisseur Michael Winterbottom. Eerder naïeve avonturiers dan religieuze terroristen, volgens hun eigen verhalen in de film. Toch meenden de Engelse en Amerikaanse militaire geheime diensten dat de jongens, samen met 11 september-vliegtuigkaper Mohammed Atta, te zien waren op de video-opname van een toespraak van Osama Bin Laden. Na ruim twee jaar in Amerikaanse gevangenkampen te hebben doorgebracht en honderden keren te zijn gemarteld, kwamen ze een jaar geleden vrij doordat ze een heel goed alibi hadden. Ten tijde van de videobeelden waren ze door de Engelse politie onder huisarrest geplaatst.

Twee van hen zaten gisteren op het podium in Berlijn, bij de drukst bezochte persconferentie van het festival tot nu toe. En inderdaad: de weinig spraakzame Shafiq Rasul en Ruhel Ahmed lijken niet getraind in het houden van religieuze betogen om hun daden te rechtvaardigen. “We zijn pas religieus geworden ín Guantánamo Bay“, aldus Shafiq Rasul. “Zonder de koran was ik er niet door gekomen.“

Ze zijn eerder verlegen dan onwillig. Op veel vragen weten ze geen antwoord, ze hebben geen andere mening over de Mohammed-cartoons dan dat ze “hopen dat de situatie niet erger wordt“ en ze geloven dat de kloof tussen Westen en islam best te slechten is “als men lijfelijk om de tafel gaat zitten.“

Maar de jongens hebben hun vertrouwen in de samenleving waarin ze opgroeiden totaal verloren. [Vervolg FILMFESTIVAL: pagina 11]

FILMFESTIVAL

“Pervers systeem'

[Vervolg van pagina 1] Het doel van de beide regisseurs Winterbottom en Whitecross is duidelijk: niet rehabilitatie voor de jongens, maar een aanklacht tegen de manier waarop in Guantánamo Bay krijgsgevangenen worden behandeld. Winterbottom zei gisteren: “Er is geen rechtvaardiging voor het feit dat de VS in andere landen strafkampen inricht waar ze de gevangenen op een manier behandelen die in Amerika niet mag. De film gaat over een pervers systeem, over een plek die er niet zou mogen zijn.“

De terugkeer in de maatschappij verliep voor de beide jonge mannen niet geruisloos. Shafiq Rasul: “Je kunt niet slapen, wordt zwetend wakker. In je hoofd hoor je de soldaten op je celdeur bonzen. We werden elk uur wakker gemaakt. Dus je rekent er bijna op dat ze dat nu weer komen doen. Het moeilijkste was om familieleden te ontmoeten van de Engelsen die daar nu nog zitten. Wat kun je ze zeggen?“

Ruhel Ahmed: “We werden in de moslimgemeenschap met wantrouwen bekeken. In hun ogen zijn we schuldig.“

Winterbottom: ,,Uit gesprekken die ik met verhoorofficieren heb gevoerd blijkt dat de meeste aantijgingen zo vaag zijn, dat je ze met de beste wil van de wereld niet kunt ontkrachten. Shafiq en Ruhel hebben geluk gehad dat ze van iets heel specifieks zijn beschuldigd. Misschien dat men zich door hun verhaal ook vragen gaat stellen over de 500 die er nog zitten.“