“De vooruitgang gaat per generatie'

Kevin van der Perren (23) wordt door kenners een grote toekomst als kunstrijder toegedicht. Voorlopig staat hij in de schaduw van Jevgeni Ploesjenko.

Zelfs in de schaduw van de Russische grootmeester Jevgeni Ploesjenko viel Kevin van der Perren gisteravond op. De Belgische kunstrijder is een uitbundig mens met de neiging tot lichte provocatie. Wie durft er bij de Olympische Winterspelen nu een pak te dragen met het woord “exit' op zijn rug? Van der Perren dus. “Om een excuus te vinden als het niet goed gaat“, verklaarde hij na afloop met een veelbetekenende lach.

En het ging niet zoals Van der Perren had gewild, want hij verspeelde vier punten door een val na een drievoudige flip. “Dom“, noemde de Belg dat schoonheidsfoutje. Vooral omdat het hem voor de tweede keer in dezelfde hal overkwam. De eerste keer was een jaar geleden bij de Europese kampioenschappen in Turijn. De val kostte hem geen finaleplaats; zijn score van 65,36 punten was goed voor een dertiende plaats, die uitzicht biedt op verbetering van zijn prestatie bij de Winterspelen in Salt Lake City, waar Van der Perren twaalfde werd.

Mooi die Spelen, vindt Van der Perren, maar hij keek gisteravond alvast verder dan “Turijn' - als Ploesjenko en een aantal andere concurrenten zijn gestopt. Dan schuift de Belg vanzelf op in de hiërarchie en verwacht hij bovendien een hogere waardering voor zijn oefeningen.

Hoe langer je meeloopt, hoe hoger de jurywaardering - volgens Van der Perren is het een automatisme. “Ik verwacht vanaf volgend jaar te profiteren van mijn investeringen. De jury kent mij dan goed en als er vervolgens een aantal rijders uitvalt, komt het voordeel vanzelf mijn kant op.

“Zeg dat ik nu 69 punten voor de korte kür krijg, dan wordt dat vanaf volgend jaar 71 of 72 punten. Ja, zo werkt dat. De vooruitgang gaat per generatie. Je moet je tijd afwachten.“

Tenzij je Ploesjenko heet en van een niveau bent waar geen maat op staat. De Rus reed gisteravond een vlekkeloze korte kür, die werd gewaardeerd met 90,66 punten, zelfs voor de vijfvoudige Europese en drievoudige wereldkampioen een unieke score.

De Rus hoeft morgenavond voor zijn eerste olympische gouden medaille eigenlijk alleen maar op de been te blijven, zo groot is zijn voorsprong op de Amerikaan Johnny Weir (tweede met 80 punten) en de Zwitserse oud-wereldkampioen Stephane Lambiel (derde met 79,04 punten).

Ondanks diens overwicht durft Van der Perren een vergelijking met Ploesjenko best aan. “Springtechnisch ben ik in staat hetzelfde te doen, maar die jongen heeft veel meer ervaring. Ik moet nog een naam opbouwen. En leren het gevoel van de warming-up mee te nemen in de wedstrijd. Dat lukt nog moeilijk. Ik moest nu veertig minuten wachten en besloot om die reden de viervoudige Rietberger achterwege te laten. Ik vond het voor de korte kür een te groot risico. In de vrije kür doe ik die sprong zeker, dan moét ik wel risico nemen.“

Hoewel Van der Perren bij grote kampioenschappen ver van podiumplaatsen is verwijderd, dichten insiders hem de kwaliteiten toe dat niveau in de toekomst te bereiken. De Belg geldt als een goede springer, die drievoudige sprongen gemakkelijk combineert. Hij moet vooral leren de elementen van zijn oefening aaneen te smeden. Tegenover de Vlaamse krant De Morgen zei zijn trainster Vera Vandecavye daarover: “Vroeger dacht hij alleen aan springen. Wat daartussen moest gebeuren, zag hij als van de ene naar de andere sprong rijden.“

Het nieuwe jurysysteem dwingt Van der Perren om meer aandacht aan zijn mindere kant te besteden, want de kunstrijders worden tegenwoordig ook beoordeeld op hun presentatie en de overgangen tussen de sprongen. Vandecavye in De Morgen: “Maar technisch springt Kevin zo goed, dat iedereen die iets van het kunstrijden weet hem vroeg of laat aan de top verwacht.“

Mocht het ooit zo ver komen dan had Van der Perren dat tien jaar geleden niet verwacht. Hij begon toen met kunstrijden, omdat hij geïnspireerd was geraakt na een bezoekje aan de show Holiday on Ice.

Pas nadat Van der Perren zijn aanleg ontdekte, besloot hij zich op kunstrijden toe te leggen. Hij had het geluk in aanraking te komen met Vandecavye, de enige Belgische coach die de vijfjarige opleiding volgde aan de befaamde trainersschool in München. Vanaf het moment dat talent en kennis waren verenigd, ging het snel met Van der Perren, die in 2002 als eerste Belg een (zilveren) medaille won bij het WK voor junioren.

Inmiddels heeft Van der Perren, die wegens ijsgebrek in België in de zomermaanden in Zoetermeer traint, zijn ambities aangepast; hij wil naar de top, het liefst op een wat eigenwijze manier. De Belg kiest bijvoorbeeld voor een kür op uptempo muziek, waar zijn concurrenten in meerderheid een conservatieve keus maken. Van de Perren vindt dat maar saai.

Hij zou graag willen dat een avond kunstrijden nog meer entertainment biedt dan nu al het geval is. Hijzelf laat zich in ieder geval weinig gelegen liggen aan tradities.