De eenzame kwab

Deze week wordt er voor mijn deur buitengewoon doortastend geheid. Meterslange betonnen palen worden met grof geweld het IJburgse zand ingehengst. Elke ochtend, klokslag zeven uur, barst het gedreun los. Pannen ratelen in hun rekje, glazen vallen uit de kast. Kaboem, kaboem, kaboem.

Daar ik dus dringend nieuw glaswerk nodig heb, besluit ik de drukte te trotseren en vertrek ik zondagmiddag richting Hema Kalvertoren. Aldaar zoek ik vergeefs naar ouderwetse knielappen, om zoon's geliefde spijkerbroek een tweede leven te bezorgen. Een verkoopster meldt dat ze wegens gebrek aan belangstelling uit het assortiment zijn gehaald. Dapper worstel ik me door de mensenmassa naar de wijnglazen.

Kaboem. Hoor ik ineens op zo'n twintig meter afstand. En een gruwelijke gil. Doodsbang werp ik me op de grond. Kortsluiting in mijn hersenen. Slechts een klein achteraf-kwabje is nog in staat tot een gedachte. Al komt ook die niet veel verder dan: “Dit lijkt wel een film.“ Voor mij een schap met koekenpannen, achter mij opruimdozen in vrolijke kleuren. En het gaat maar door; kaboemboemboem. Als het stil is geworden kruip ik hyperventilerend richting nooduitgang. Ik wil niet dood, denkt de eenzame kwab. En ik wil al helemaal niet in de Hema worden neergemaaid door een gevaarlijke gek wiens vriendinnetje het heeft gewaagd met een half oog naar een andere man te knipperen. Samen met honderden andere moeders, baby's en buggy's, vlucht ik door een nauwe gang die bezaaid ligt met beha's en andere zooi. Ondanks grote paniek wordt er niet geduwd. Kinderwagens worden met vereende krachten de trap opgezeuld.

Stinkend naar angst en zonder glazen kom ik thuis. De tv leert mij dat de dader van 19 is opgepakt. Zijn slachtoffer is buiten levensgevaar. Ik drink wijn uit een beker en lig de hele nacht wakker. Bij het ochtendgloren, word ik uit mijn zinloze overpeinzingen (zouden er kinderen naast hebben gestaan?) opgeschrikt door een luid; Kaboemboem.

Nog een paar dagen. Dan zijn ze klaar.