CIA-vluchten dikwijls via Nederland

Een groot deel van de vliegtuigen die mogelijk geheime vluchten hebben uitgevoerd met terreurgevangenen voor de CIA, is de afgelopen jaren in Nederland geland of in het Nederlandse luchtruim geweest.

Dat blijkt uit informatie van het ministerie van Verkeer en Waterstaat die NRC Handelsblad heeft verkregen na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). Zo hebben acht van de tien vliegtuigen waarover mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch de grootste verdenkingen koestert, in de periode 2001-2005 Nederland aangedaan. Wat de vliegtuigen in Nederland deden, is onduidelijk.

Eind vorig jaar ontstond grote ophef over illegale transporten van terreurverdachten naar geheime gevangenissen waar de CIA, de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst, gevangenen zou folteren. Europese regeringen, waaronder de Nederlandse, vroegen toen om opheldering aan de Amerikaanse autoriteiten en namen genoegen met ontkenningen van de Amerikaanse minister Rice van Buitenlandse Zaken. Wel doet de Raad van Europa nog onderzoek naar de beschuldigingen.

Naar nu blijkt was het vliegtuig waarmee de van terrorisme verdachte Egyptische imam Abu Omar in februari 2003 van Duitsland naar Egypte zou zijn vervoerd, enkele maanden eerder in Nederland. Abu Omar was kort voor zijn transport naar Egypte door de CIA op straat in Milaan gekidnapt. Ook de Gulfstream die hoogstwaarschijnlijk de Canadese Syriër Maher Arar van de Verenigde Staten naar Jordanië transporteerde, heeft ervoor en erna Nederland aangedaan. Zowel Abu Omar als Arar heeft gezegd na arrestatie langdurig te zijn gemarteld in geheime gevangenissen in het Midden-Oosten. De kidnap van Abu Omar leidde tot een diplomatieke rel tussen de VS en Italië. Maher Arar heeft na zijn vrijlating de Amerikaanse staat aangeklaagd.

Onderzoeker Dick Marty van de Raad van Europa heeft zich in een tussenrapportage al beklaagd over het gebrek aan initiatief van Europese lidstaten om de zaak rond de vluchten en gevangenissen op te helderen. Bovendien sprak hij het vermoeden uit dat de Europese autoriteiten op de hoogte zijn geweest van de vluchten. Vragen van Tweede-Kamerleden over vluchten in het Nederlandse luchtruim zijn merendeels nog onbeantwoord gebleven.

In de internationale media en op internet circuleren tientallen lijsten met honderden vliegtuignummers die in verband gebracht worden met operaties van de CIA. Vaak is niet precies duidelijk waarom de vliegtuigen aan de CIA worden toegeschreven. NRC Handelsblad heeft zich vooral gebaseerd op informatie over verdachte vliegtuigen van de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in New York. HRW deed al vroeg onderzoek naar de Amerikaanse praktijk van rendition, het ontvoeren van terreurverdachten naar geheime plekken voor ondervraging of detentie. De organisatie protesteerde hier ook tegen. [Vervolg CIA-VLUCHTEN: pagina 2]

CIA-VLUCHTEN

Op Schiphol en Guantánamo

[Vervolg van pagina 1] Ook de Raad van Europa maakt bij zijn onderzoek gebruik van een lijst van HRW. Van de tien vliegtuigtuigen waartegen HRW eind vorig jaar de meest serieuze verdenkingen koesterde en die aan deze krant zijn gemeld, zijn er in de periode 2001-2005 acht in Nederland te geweest, sommige meerdere keren. Maar ook andere vliegtuigen die de CIA misschien gebruikt - ze zijn bijvoorbeeld gezien bij detentiecentrum Guantánamo Bay - hebben Nederland aangedaan.

Het vliegtuig dat begin 2003 de Egyptische imam Abu Omar zou hebben vervoerd, een Gulfstream IV met registratienummer N85VM, vloog volgens de officiële vluchtgegevens op 13 september 2002 van Washington naar Schiphol. Nog diezelfde dag vertrok het toestel naar de Jordaanse hoofdstad Amman. Wat het doel van de vlucht was en wat het vliegtuig in Nederland deed, kan Verkeer en Waterstaat niet zeggen. Het ministerie baseert zich op gegevens van de Luchtverkeersleiding. Het gaat officieel om een niet-gereguleerde vlucht. Dergelijke vluchten worden niet gecontroleerd, behalve als de vliegveiligheid in het geding is.

Het vliegtuig dat volgens The New York Times gebruikt werd voor de bekritiseerde uitzetting van de Syrische Canadees Maher Arar, was vaker in Nederland. Het gaat om een Gulfstream III met de registratie N829MG, van de Amerikaanse firma Presidential Aviation. Op 20 juli 2002 - twee maanden voordat het toestel Arar zou hebben vervoerd - landde het op Schiphol, komend uit Antwerpen. Een dag later vertrok het volgens het vluchtplan naar het Amerikaanse Bangor. Zes maanden na de verdwijning van Arar in een geheime Syrische gevangenis maakte het vliegtuig meerdere omzwervingen in Nederland.

Op 8 april 2004 kwam het uit het Canadese Gander naar Schiphol om een dag later door te vliegen naar Stockholm. Twee dagen later was de N829MG terug op Schiphol. Met een tussenstop op Groningen Airport Eelde vloog het twee dagen later naar Bangor. Nadere informatie over de vlucht kan havenmeester O. de Jong van Groningen Airport niet verstrekken, om reden van “privacy“. Maar aanvullende informatie wordt ook eigenlijk niet geregistreerd, zegt hij: “Als ze maar betalen, dat is voor ons het belangrijkste.“

Andere verdachte vliegtuigen die Nederland aandeden, zijn veelvuldig gezien in de Afghanistan en Irak of op het vliegveld van Camp Peary, een trainingscentrum van de CIA in de VS.

Reacties en tips: ciavluchten@nrc.nl