Actrices zorgen voor kippenvel in “Cabaret'

Voor Cabaret, misschien wel de meest sinistere musical van allemaal, is Theater Carré de komende maanden heringericht tot een nachtclub in Berlijn, anno 1930. De stallesstoelen zijn vervangen door dicht opeengepakte tafeltjes en stoelen en overal zijn lampjes en knipperlichtjes, als in een mini-versie van het Lido in Parijs. Voor aanvang worden er zelfs, mondjesmaat, consumpties bezorgd.

Pia Douwes als Sally Bowles in 'Cabaret' (Foto Deen van Meer) Cabaret door Joop van den Ende Theaterproducties première 14.02.06 Koninklijk Theater Carré regie: BT McNicholl op de foto: Pia Douwes (Sally Bowles) fotograaf Deen van Meer, aangesloten bij de beroepsvereniging van fotografen GKf bij gebruik naamsvermelding verplicht deze foto mag vrij van auteursrechtvergoeding gebruikt worden voor persdoeleinden in het kader van de produktie fotograaf Deen van Meer Oudezijdsvoorburgwal 221 1012 EX Amsterdam tel.: 06.53617774 Postbank 3560388 t.n.v. In Beeld email: deeninbeeld@wanadoo.nl Meer, Deen van

Maar het gaat natuurlijk om het schouwspel op het toneel. Daar zijn de twee locaties - de club en het pension waar de Amerikaanse schrijver woont - samengesmolten tot één, volgens de recente enscenering van de Britse regisseur Sam Mendes, die hier getrouw wordt nagevolgd. Bij een scène in het pension kijken de dansers uit de club vaak zwijgend toe.

Met het onweerstaanbare Willkommen, bienvenue, welcome... van de katachtige ceremoniemeester begint de show waarin zo schamel en scharminkelig op de vulkaan wordt gedanst. In de nieuwe Nederlandse versie die gisteravond in première ging, wordt die centrale rol gespeeld door de hoogst getalenteerde Ara Halici. Hij zingt en speelt met alle allure die men maar kan verlangen, maar overtuigend vind ik hem niet: net iets te aardig en te charmant, net niet vervuld van de androgyne verdorvenheid die dit diabolische creatuur kenmerkt.

Hetzelfde geldt een beetje voor de hele Kit Kat Klub, vooral vóór de pauze: net iets te braafjes om de voorstelling meteen onder spanning te zetten. Pas in de tweede helft wordt het noodlot onontkoombaar en de club een inferno.

Cabaret bevat ook twee liefdesgeschiedenissen: die van de schrijver en het Kit Kat-zangeresje Sally Bowles, en die van zijn hospita en een weduwnaar die joods blijkt te zijn. Daarin schitteren vooral Pia Douwes als Sally - een fladdervrouwtje, dat allengs desperater aan haar sjofele carrière hecht - en Anne-Wil Blankers als de hospita die alles op alles zet om te overleven, en daaraan ook haar late kans op geluk opoffert. Alletwee creëren ze kippenvelmomenten: Douwes in haar ijselijke credo Life is a cabaret (“leven is cabaret m'n schat, leven is louter show“) en Blankers in haar gespierd gezongen dilemmalied, haar tranen verbijtend en haar ogen met uitzicht op een peilloze diepte.

Tegenover hen vertonen Chris Tates en Wim van Rooij precies de geserreerde dienstbaarheid die bij hun personages past. Tates als de ietwat onbestemde observator die in de verte op de schrijver Christopher Isherwood werd gebaseerd, en Van Rooij als de zorgzame weduwnaar wiens beperkte zangstem des te meer bijdraagt aan de zorgvuldige typering. In de rest van het ensemble levert Frédérique Sluyterman van Loo mooi precisiewerk als verlopen hoertje.

Daniël Cohen schreef een nieuwe vertaling voor de fenomenale songs van het Amerikaanse musicalduo John Kander (muziek) en Fred Ebb (teksten) die de tijdgeest zo pakkend verklanken. Ze kregen lenige equivalenten en ingenieuze binnenrijmen die voor het origineel niet of nauwelijks onderdoen: “Een vrouw wil wel 's meer, mein Herr / meer dan elke keer maar op en neer, mein Herr / bij u draait alles om uw jongeheer, mein Herr...“ En het vaak schetterend schelle salonorkestje van Jeroen Sleyfer benadert het idioom van de jazz-kapel die in die dagen ongetwijfeld in zo'n club zou hebben gespeeld. Inclusief de dissonanten die het einde betekenen.

Maar als de ceremoniemeester zich in het slotbeeld van deze Cabaret van zijn lange leren jas ontdoet, en daaronder een vuil concentratiekamppak met een jodenster blijkt te dragen, is dat te veel, te vet en te expliciet. Op een Angelsaksisch publiek zal zoiets misschien een diepe indruk maken, maar voor Nederlands gebruik is het nogal smakeloos. En het is volkomen overbodig in een voorstelling die juist door de suggestie zo veel weet op te roepen.

Voorstelling: Cabaret, van Joe Masteroff, John Kander en Fred Ebb, door Joop van den Ende Theaterproducties. Regie: BT McNicholl. Gezien: 14/2 Carré, Amsterdam. Aldaar t/m 3/5. Inl. 0900-3005000, www.musicals.nl