Wennemars en Bos stellen teleur op sprint

De Nederlandse sprinters hebben gisteren teleurstellende prestaties geleverd op de olympische 500 meter. Op ruime afstand van de Amerikaanse winnaar Joey Cheek eindigde Jan Bos als elfde, Erben Wennemars als zestiende, Simon Kuipers als 23ste en Beorn Nijenhuis als 35ste.

De Nederlandse schaatsers behoorden niet tot de favorieten op het koningsnummer. Ze zijn eerder kanshebber op de 1.000 en 1.500 meter in Turijn. Op de 500 meter mochten ze rekenen op een plaats in de subtop en slechts stilletjes hopen op een podiumplaats.

De laatste Nederlandse medaillewinnaar op de 500 meter was Jan Ykema in 1988. De Fries profiteerde in Calgary van een 'pikstart' en veroverde zilver.

In Turijn werden nationaal afstandskampioen Bos medaillekansen toegeschreven op de 500 meter. De nummer drie van de WK sprint reed een zwakke eerste manche (35.68) en een redelijke tweede (35.43). Bos had geen baat bij de nieuwe ijzers onder zijn schaatsen. Hij rijdt in Turijn op ijzers die dunner zijn dan de gebruikelijke 1,1 millimeter. Hij klaagde over het zachte ijs.

Wennemars, rijdend op hetzelfde materiaal als Bos, rekende na de eerste manche (35.46) stilletjes op een podiumplaats. In de tweede (35.84) schaatste hij weer te gehaast. Wennemars, die vorige maand na onenigheid met coach Jac Orie uit de ploeg van Postcodeloterij werd gezet en nu mag meetrainen met TVM, maakte vlak na de finish een halve pirouette en kwam vervolgens ten val.

De tweevoudig wereldkampioen sprint (Nagano, Salt Lake City) hield geen verwondingen over aan de duikeling. Hij toonde zelfkritiek over zijn slordig gereden tweede manche. 'Ik wilde alles riskeren, maar moet me leren te beheersen', sprak de 30-jarige routinier. 'Ik ben blij dat het nu gebeurt en niet straks op de 1.000 meter of de 1.500 meter.'

Beorn Nijenhuis was dé schlemiel van de dag. In de eerste manche brak bij zijn rechterschaats een beugel van het klapmechanisme af. Hij kwam in de eerste bocht een paar keer bijna ten val en reed de race vervolgens als een toerist uit. Een soortgelijk euvel overkwam Nijenhuis begin december bij wereldbekerwedstrijden in Turijn.

'Ik speelde met vuur, want ik wist dat er veel flexibiliteit in de beugel zat', erkende de Canadese Nederlander. 'Ik durfde de gok aan, omdat het in de training geweldig ging. Zo goed, dat ik waarschijnlijk te veel druk op de schaats heb gezet.'

Simon Kuipers, pas hersteld van een liesblessure, maakte door gebrek aan wedstrijdritme een paar misslagen. Volgens zijn coach Orie stonden de zwakke tijden van zijn pupil en de andere Nederlanders niet op zichzelf. Zo stelde de Japanse wereldrecordhouder Joji Kato met twee matige sprints en een zesde plaats in het klassement ook teleur.

Orie: 'Cheek was de enige die op niveau heeft gepresteerd. De rest was allemaal onder de maat. Een gevolg van de veel te zware selectiewedstrijden.'