Toeters en koebellen

Een reisje vanuit Turijn naar de Alpen, waar bij deze Winterspelen de sneeuwsporten worden gehouden, is niet altijd een onverdeeld genoegen. Net als bij de Zomerspelen van 1996 in Atlanta hapert het nodige aan het vervoerssysteem. In het voordeel van de Italianen spreekt, dat zij, in tegenstelling tot de Amerikanen tien jaar geleden, hun best doen oplossingen te zoeken. Als een bus niet verschijnt, is een vrijwilliger niet te beroerd je met een personenauto naar de plaats van bestemming te brengen. Maar er is een alternatief voor de bus: de trein. En wie daar voor kiest, maakt de gezelligste reis van de Spelen mee. Tussen Turijn en Oulx, het dorp van waaruit de shuttlebussen de bergen intrekken, worden de treinreizigers vermaakt door studenten, die een enthousiast verhaal houden over de spirit van de Olympische Spelen. Nadat zij in het gangpad hun teksten in alle blijheid hebben voorgedragen, volgt het uitdelen van cadeaus. De ene keer is het een kleine uitvoering van een Zwitserse koebel, de andere keer een kleine toeter met een oorverdovend geluid of twee opblaasbare stukken plastic die je tegen elkaar moet slaan om een klappend geluid te kunnen maken. Het is vanzelfsprekend bedoeld om bezoekers in een goed humeur te brengen en hen de attributen te laten gebruiken om de sporters aan te moedigen. Maar het voorspel in de trein is minstens zo vrolijk; de reizigers raken door de cadeaus in een vrolijke stemming. Er is één nadeel: de bellen en toeters worden in de coupés fanatiek getest. Wie prijs stelt op een rustige reis, kan beter de bus nemen. Maar ja, dan weet je weer niet of je op tijd aankomt.

Henk Stouwdam