Niet bij brood alleen, Wouter Bos!

PvdA-leider Wouter Bos spreekt zich vooralsnog niet duidelijk uit tegen de optie van een links kabinet met SP en GroenLinks. Want waarom zou hij de voorstanders daarvan in zijn eigen partij vroegtijdig tegen de haren instrijken? Waarschijnlijk krijgen de drie linkse partijen geen meerderheid bij volgende Kamerverkiezingen, dus dat probleem verdwijnt dan vanzelf. En mochten zij toch een (kleine) meerderheid verwerven, dan is het handig om de mogelijkheid open te houden als drukmiddel op het CDA.

Daarom pakt Bos zijn linkse concurrenten niet rechtstreeks aan. Over mijn hoofd heen, heb ik het idee, betoogde hij op 8 februari in deze krant dat er toch echt grenzen aan de solidariteit zijn. En dat je rekening moet houden met de belangen van de mensen die die solidariteit moeten opbrengen in materiële zin. Ik zou dat ontkend hebben, oud-linkse denkfouten maken, klassieke morele reflexen vertonen, me schuldig maken aan wensdenken en uitgaan van een niet-bestaande samenleving.

Allemachtig. Het lijkt wel alsof ik zijn tegenkandidaat ben en premier wil worden van een links kabinet. Hij gebruikt mij als strovrouw, een patsy , de katvanger van links. Ten onrechte, want ik voorzie voornamelijk zwarigheden met een zuiver links kabinet.

Ook als de SP bereid zou zijn tot het sluiten van compromissen - zoals al gebeurt op lokaal niveau - is niet te verwachten dat deze partij kan bijdragen tot een stabiele coalitie. Zij moet zich ten opzichte van de PvdA blijven profileren. Het is bovendien moeilijk in te zien hoe in combinatie met de SP een verantwoordelijk buitenlands beleid kan worden gevoerd. GroenLinks op zijn beurt zou uitstekende bestuurders met moderne ideeën kunnen leveren, maar is zonder deelname van de SP niet nodig voor een meerderheid. De partij van Halsema kan dus beter in de oppositie de rechtsstaat en het milieu blijven bewaken.

Daar komt nog iets bij. Ik heb weliswaar vertrouwen in de democratie, maar houd mijn hart vast voor wat een links kabinet teweeg zou brengen aan populistische rechtse backlash. Als je alleen al ziet welk drab er omhoog kwam borrelen na Paars, welke haat tegen de 'linkse kerk' een deel van het land beving, dan zeg ik: liever in de huidige omstandigheden centrum-links dan experimenten met vergaande polarisatie. Nederland is nog niet rijp voor een politiek tweestromenland, zelfs als het schoon genoeg heeft van het heersende neoliberalisme en conservatisme.

Wat is dan volgens Bos mijn voornaamste 'oud-linkse' denkfout? Die is dat ik niet zou inzien dat een sociale politiek mede gebaseerd moet zijn op welbegrepen eigenbelang. Onzin, dat eigenbelang, met name van de arbeiders, is nu juist waar 'oud-links' zich van oudsher mede op heeft gebaseerd. De arbeidersbeweging was primair gericht op lotsverbetering van haar - in de meeste opzichten tamelijk homogene - achterban.

Het probleem dat de PvdA-leider aan de orde stelt wuif ik niet wensdenkend weg, het is reëel en urgent. Hij werpt de vraag op welke gevolgen de teloorgang van homogeniteit - in de zin van gedeelde geschiedenis, omstandigheden, cultuur, taal en tot op zekere hoogte godsdienst - heeft voor de toekomst van allerlei in het verleden bevochten sociale arrangementen. In Groot-Brittannië (waar de arbeidersklasse historisch gezien homogener van samenstelling was dan in Nederland) wordt in progressieve kringen een fel debat gevoerd over de verhouding tussen (etnische) diversiteit en (sociaal-economische) solidariteit.

De hoofdredacteur van het tijdschrift Prospect, David Goodhart, aan wie Bos in zijn boek zonder bronvermelding het nodige heeft ontleend, sprak in dit verband van een dilemma. Belastingbetalers willen de verzekering hebben dat hun geld wordt besteed aan de lotsverbetering van mensen met wie zij kunnen sympathiseren. Het idee van 'samen delen', of 'eerlijk delen' gaat vaak alleen op voor de 'eigen soort', aldus dit betoog. Een ruimere, in beginsel alle mensen omvattend, idee van solidariteit miskent volgens Goodhart het feit dat de rechten van de ene groep niet automatisch een verplichting scheppen voor de andere groep om voor die rechten van de ander te betalen. Vandaar Goodharts (en Bos') voorstel om sociale voorzieningen conditioneel te maken, afhankelijk van de mate van integratie van nieuwkomers.

Dat zijn beslist geen onzinnige gedachten. Het hangt er maar vanaf hoe zij worden uitgewerkt en of zij in de praktijk bijdragen tot het in stand houden van een draagvlak voor de sociale zekerheid of juist nieuwe onrechtvaardigheden scheppen, die tot onaanvaardbare kloven in de samenleving leiden.

Het is een reëel dilemma. Bos loopt echter het gevaar door te schieten in de richting van het groepsdenken. Zoals zijn goeroe Goodhart schreef: 'Denken over het conflict tussen solidariteit en diversiteit is een andere manier om een vraag te stellen die zo oud is als de mensheid zelf: wie is mijn broeder, met wie deel ik wederzijdse verplichtingen?' Welnu, daar bestaat een antwoord op dat, naar Goodhart terecht opmerkt, wordt geassocieerd met de universalistische aspecten van het christendom en de islam, met de universele ethiek van Kant en met het (oud?)linkse internationalisme. Dat antwoord luidt dat rechtvaardigheid niet beperkt kan blijven tot onze verwanten, onze plaatsgenoten, onze natie: wij zijn in zekere zin in gelijke mate jegens alle mensen verplicht tot rechtvaardigheid.

Ik blijf het principieel oneens met Bos als hij over de lauwe reactie op de gevangenisbrand op Schiphol in relatie tot de café brand in Volendam schrijft: 'Of we het nu leuk vinden of niet, zelfs bij solidariteit is het hemd nader dan de rok.' Dat lijkt een feitelijk oordeel (het is nu eenmaal zo), maar is tevens een morele uitspraak over het karakter van het begrip solidariteit. Hij legitimeert op deze wijze de onverschilligheid jegens de 'vreemde'.

Ik ontken niet dat groepsidentificatie en eigenbelang een rol spelen. Evenmin dat dit consequenties kan hebben voor het socialezekerheidsbeleid. Maar de metafoor van het eigenbelang is een platitude. Hadden mensen het daarbij gehouden, dan was de slavernij nooit afgeschaft, werkten achtjarige kinderen nog in de fabrieken en waren vrouwen overal het rechteloze vee dat zij in veel landen nog zijn. Als dit oud-links is, dan zij het zo: de mens leeft niet bij brood alleen, Bos.