Nederlandse economie is 2006 in volle vaart begonnen

De Nederlandse economie raakt steeds beter op stoom. Maar het karakter van de economische groei in het vierde kwartaal is nog steeds geen garantie voor een zorgeloos 2006.

Schijnt er licht aan het einde van de tunnel? De Nederlandse economie blijkt in het vierde kwartaal van vorig jaar een behoorlijke versnelling te hebben doorgemaakt. Met een volumegroei van het bruto binnenlands product (bbp) van 1 procent ten opzichte van het vorige kwartaal gaat de economie met een flinke vaart 2006 in.

De eerste jaren van de nieuwe eeuw waren teleurstellend. Toen volgde een achteraf bezien redelijk gunstig 2004, met een groei van 1,7 procent. Maar vorig jaar was alles bij elkaar weer teleurstellend, met een groei van 0,9 procent. Naar nu blijkt is dat een tijdelijke dip geweest, die met name in het begin van 2005 plaatsvond. In de loop van 2005 heeft zich een forse versnelling voorgedaan, en dat voorspelt vooralsnog veel goeds voor 2006. De prognoses voor dit jaar variëren nog, van iets onder de 2 procent tot de 2,5 procent groei die het Centraal Planbureau voorziet.

Veel hangt af van de bestendigheid van de economische groei zoals die zich in de tweede helft van vorig jaar aftekende. Positief is dat de Nederlandse consument eindelijk lijkt te zijn ontwaakt uit een lethargie die zo'n vier jaar heeft geduurd. In de tweede helft van 2005 namen de bestedingen door huishoudens flink toe, en de uitgaven aan duurzame goederen, zoals auto's, meubels en computers, stegen op jaarbasis met meer dan 5 procent.

Ook de overheid gaf meer geld uit, na de forse bezuinigingen van de afgelopen jaren.

Dat is goed nieuws. In de klassieke opeenvolging in een economisch herstel zullen de binnenlandse bestedingen het over moeten nemen van de export en de investeringen. Zo ontstaat de binnenlandse dynamiek die kan zorgen voor een duurzame welvaartsgroei.

Toch zitten er adders onder het gras. De gunstige economische groei in het vierde kwartaal van vorig jaar, waarover het CBS vanmorgen berichtte, heeft een merkwaardige samenstelling. Van kwartaal op kwartaal is er sprake van een groei van 1 procent, en dat oogt uitstekend. Maar ander dan in kwartaal twee en drie is het toch weer de export die de economie redt, samen met de overheidsuitgaven. De bestedingen van huishoudens blijven goed op het peil van het derde kwartaal, maar groeien kwartaalsgewijs weinig, en de investeringen zijn zelfs gedaald. Bovendien zijn er meer voorraden opgebouwd, die de groei wat flatteren.

Nu is één kwartaal een te korte periode om grote conclusies uit te trekken. En bovendien betreft het hier een eerste raming, waar gewoonlijk nog wat aan wordt bijgesteld in latere berekeningen. Maar de cijfers geven wel aan dat het zelfdrijvend vermogen van de Nederlandse economie nog geen uitgemaakte zaak is.

Hoe het in één kwartaal kan verkeren wezen vanmorgen gegevens van Eurostat uit, het statistische bureau van de Europese Unie. Dat rapporteerde dat volgens een eerste schatting de economische groei in de eurozone in het eerste kwartaal flink terugviel, tot 0,3 procent van kwartaal op kwartaal. Grote boosdoener is hier vooral Duitsland, dat vanmorgen een nulgroei meldde en het euro-gemiddelde flink naar beneden trok.

De eerste reacties op de financiële markten waren vanmorgen dat het hier een tijdelijke dip betreft. De toonaangevende Ifo-index wijst op een verbeterend economisch klimaat, hoewel vanmorgen de ZEW-index voor de stemming onder beleggers wel tegenviel.

Zo heeft Nederland over het vierde kwartaal de eer een van de sterkste groeiers te zijn in de eurozone. Dat voelt onwennig. Want het is een hele tijd geleden dat ons land, tijdens de dotcom-hype, in de voorhoede van Europa meeliep.