Moord oppositieleider Kazachstan

In Kazachstan is voor de tweede keer in korte tijd een oppositieleider vermoord.

Altynbek Sarsenbajoeli, een van de leiders van de oppositiecoalitie Voor een Rechtvaardig Kazachstan, werd gisteren op een landweg in de buurt van Almaty gevonden; hij was gedood met een kogel in de borst en een in het achterhoofd. Ook zijn chauffeur en zijn lijfwacht werden dood gevonden; zij waren geboeid en herhaaldelijk in de rug en het achterhoofd geschoten.

Sarsenbajoeli (43) was tot 2003 achtereenvolgens minister van Informatie, secretaris van de Veiligheidsraad en ambassadeur in Moskou. In 2003 brak hij met president Noersoeltan Nazarbajev en liep hij over naar de oppositie, maar het jaar daarop werd hij opnieuw minister van Informatie. Na drie maanden brak hij opnieuw met de president, uit protest tegen de vervalsing van de parlementsverkiezingen. Vorig jaar werd hij veroordeeld wegens het belasteren van de president; hij had kritiek geuit op de dochter van Nazarbajev, Dariga, die een belangrijk deel van de media in Kazachstan controleert.

Drie maanden geleden werd een andere leider van het oppositieblok vermoord. Zamanbek Noerkadilov, eveneens een voormalige medewerker van president Nazarbajev die naar de oppositie was overgelopen, werd met twee kogels in de borst en een in het hoofd thuis gevonden. De politie oordeelde dat hij zelfmoord had gepleegd, maar volgens critici was dat fysiek onmogelijk.

Politieke analisten in Kazachstan gaan er van uit dat de moord op Sarsenbajoeli een politieke achtergrond heeft. Hij had geen banden met de georganiseerde misdaad en volgens de analisten is het onwaarschijnlijk dat de daders uit de hoek van de maffia komen.

Volgens een medewerker van de Kazachstaanse televisie heeft Nazarbajev de staatstelevisie opdracht gegeven zo weinig mogelijk aandacht te besteden aan de moord.