Mensenhandel op de korrel

Met heldere indicatoren wil juriste Anne Gallagher landen ontmaskeren die de bestrijding van mensenhandel niet serieus nemen.

Exacte cijfers zijn moeilijk te geven, maar de Australische juriste Anne Gallagher vermoedt dat het aantal slachtoffers van mensenhandel in de miljoenen loopt. 'Wereldwijd worden grote groepen vrouwen en kinderen en in mindere mate mannen, verplaatst met als doel ze uit te buiten. Als dat gepaard gaat met dwang of misleiding spreken we van mensenhandel.' Morgen promoveert Gallagher in Utrecht op een onderzoek naar mensenhandel, de rol van het internationaal recht daarin en de aansprakelijkheid van staten. De Australische was de eerste adviseur op het gebied van mensenhandel van de Hoge Commissaris van de Mensenrechten bij de Verenigde Naties en werkt sinds drie jaar in Thailand als teamleider van de Asia Regional Cooperation to Prevent People Trafficking.

'Mensenhandel is lastig te bestrijden', zegt ze. 'Als de douane in een vrachtwagen een lading drugs aantreft, heeft justitie meteen een zaak. Als in diezelfde vrachtwagen zes minderjarige meisjes zitten en de chauffeur zegt dat het zijn nichtjes zijn die hij meeneemt op een uitstapje, dan heb je niks. Hooguit het begin van een onderzoek. Alleen al het identificeren van mogelijke slachtoffers van mensenhandel is een probleem. Het verschil met een illegale immigrant is moeilijk te zien. Daar komt nog bij dat de slachtoffers in zulke benarde omstandigheden verkeren dat ze niet geneigd zijn om medewerking te verlenen aan de politie.'

Het allergrootste probleem is volgens Gallagher dat landen geneigd zijn om de verantwoordelijkheid voor de aanpak van mensenhandel af te schuiven: 'De internationale verdragen over mensenhandel zijn vaag geformuleerd. Landen die wel zouden willen optreden weten vaak niet wat ze concreet kunnen doen. Landen die dat niet willen, kunnen makkelijk zeggen dat ze mensenhandel zien als een probleem van privé-personen en niet als nationale verantwoordelijkheid.'

Gallagher heeft gezocht naar juridische aanknopingspunten om de vrijblijvendheid rond de aanpak van mensenhandel op te heffen. Ze wilde meten of landen aan hun verplichtingen voldoen. Enerzijds analyseerde ze wetten en verdragen op het gebied van mensenhandel en afspraken op overlappende terreinen, zoals discriminatieverboden en de rechten van het kind. Anderzijds onderzocht ze regels die beschrijven onder welke omstandigheden een land verantwoordelijk gehouden kan worden voor de overtreding van internationale regels. Gallagher combineerde deze analyses om duidelijk te maken wat er op basis van internationale afspraken precies strafbaar is als het gaat om mensenhandel en welke verantwoordelijkheden landen hebben bij de bestrijding.

Dat resulteerde in tien verplichtingen, elk met zijn eigen indicatoren. De eerste verplichting is dat landen op basis van het internationale recht mensenhandel strafbaar moeten stellen maar ook deelaspecten daarvan of daden die vaak in combinatie met mensenhandel voorkomen. Een indicator om te meten of een land zich hieraan houdt is de mate waarin er in de nationale wetgeving strafbaarstelling is voor bijvoorbeeld slavernij, gedwongen arbeid, ernstige vormen van kinderarbeid, gedwongen huwelijken en gedwongen prostitutie.

'De indicatoren kunnen dienen als basis voor politieke druk', zegt Gallagher. 'Maar ze bieden ook handvatten voor landen die de situatie willen verbeteren.' Gallagher paste de indicatoren toe in Australië, Laos en Thailand. 'Australië heeft nog een lange weg te gaan', concludeert ze. 'Vrouwen die slachtoffer zijn van mensenhandel worden er alleen erkend voor zover ze kunnen dienen als bewijs of middel om daders te vervolgen. ' Gallagher vindt dat juist rijke landen zoals Nederland en Australië een speciale verantwoordelijkheid hebben: 'Mensenhandel is ook een kwestie van vraag en aanbod. De vraag naar goedkope arbeid en goedkope seks lijkt alleen maar te groeien. En die vraag komt vooral uit rijke landen.'