Marshallplan voor Curaçao werkt niet

Een Marshallplan voor Curaçao: dat is volgens Antony Colijn dè oplossing voor dit in moeilijkheden verkerende (ei)land (Opiniepagina, 6 februari). En Singapore zou daarbij als voorbeeld moeten fungeren.

Op het eerste gezicht lijken beide (ei)landen sterk op elkaar. Ze zijn (relatief) klein, ex-koloniën van een Europese mogendheid, en liggen in een dynamische regio. Beide hebben een religieus gediversifieerde bevolking, en zijn zoveel rijker dan hun buurlanden dat ze een grote aantrekkingskracht uitoefenen op de armere inwoners daar.

Bij nader inzien zijn de verschillen veel groter. Allereerst heeft Curaçao - officieel - tslechts 134.000 inwoners, terwijl Singapore met 4,5 miljoen inwoners groter is dan Nieuw-Zeeland. Verder dankt Singapore zijn economisch succes aan de charismatische en visionaire politicus Lee Kuan Yew, iemand die in Curaçao in geen velden of wegen te bekennen is.

De Caraïbische regio is bovendien aanzienlijk minder dynamisch dan Oost-Azië, al is dat verschil nu duidelijker dan toen Singapore zich in 1965 losmaakte van de Maleisische federatie. De buurlanden van Curaçao zijn merendeels 'dwergen' en, met uitzondering van Colombia en Venezuela, kleiner dan Maleisië en veel kleiner dan Thailand, om nog maar te zwijgen van Indonesië en China. Toch heeft Singapore een groot gedeelte van zijn economisch succes te danken aan zijn entrepotfunctie binnen de Oost- Aziatische handel.

Nog veel groter zijn de verschillen in cultuur. Uit mijn eigen bezoeken aan Singapore herinner ik mij dat daar 's ochtends vroeg tot 's avonds laat hard gewerkt wordt. Kom daar maar eens om in Curaçao. Antillianen willen best werken, maar stellen hoge eisen aan hun werkgevers. Middagpauze's van twaalf tot twee uur, nooit dienst op zondag, geen koopavonden, en bij voorkeur alleen werken waar airconditioning is. Hierdoor moet veel werk worden gedaan door immigranten uit Colombia, Haïti en de Dominicaanse Republiek. Of deze mentaliteit terug te voeren valt op het slavernijverleden is onduidelijk (en vormt op Curaçao een populair discussiethema), maar wel duidelijk is dat een cultuuromslag lang zal duren.

Dit maakt ook meteen duidelijk waarom een Marshallplan voor Curaçao tot mislukken gedoemd is. Het Europese Marshallplan was zo succesvol omdat daar weliswaar de fysieke infrastructuur in puin lag, maar menselijk kapitaal nog wel aanwezig was. Voordat Curaçao over voldoende hoogwaardig menselijk kapitaal beschikt, is allereerst een goed onderwijssysteem nodig. Maar onderzoek heeft aangetoond dat goed onderwijs pas tot economische groei (en dus welzijn) leidt wanneer sprake is van goed openbaar bestuur.

Nederland moet de Antillen steunen in die sectoren waar ze wel degelijk reële perspectieven hebben, zoals toerisme en de financiële offshore sector. En Nederland moet bij justitiële samenwerking meer aandacht besteden aan de belangen van de Antillen.

Als Nederland binnen een bepaalde termijn weggaat, is het enige positieve gevolg dat Curaçao minder aantrekkelijk wordt voor de internationale drugstransporten. Verder zal de georganiseerde misdaad het eiland snel overnemen, iets dat al eerder dreigde tijdens het kabinet-Godett.

Dat zal de zekerste weg naar de 'Haïtiaanse' verloedering zijn. Het is duidelijk dat de Curaçaose bevolking daar geen zin in heeft. En daarom heeft slechts 5 procent van de bevolking vorig jaar tijdens het referendum gestemd voor totale onafhankelijkheid van Nederland.

www.nrc.nl/opinie:Artikel Colijn

Dr. M.A. de Ruyter van Steveninck is ontwikkelingseconoom en werkt voor de overheid van de Nederlandse Antillen.