Lekken mag niet,maar moet blijven

Ernstige nieuwjaarsbijeenkomsten voor de parlementaire pers waren dat, een paar decennia geleden aan het Binnenhof. In een volgepakt klein zaaltje: de Handelingenkamer. Een glaasje jus d'orange voor het journaille kon er wel af bij de toenmalige voorzitter van de Tweede Kamer, de PvdA'er Anne Vondeling. Dat was een man die de Kamer als leeuw en niet als lam wenste, een echte parlementaire democraat. En een geheelonthouder die het goede voor had met de medemens en daarom vrijwel direct na zijn aantreden als voorzitter de sympathiek ruime jenever - en andere glazen in de persbuffetten had laten vervangen door kleinere glaasjes met een horizontaal Haags streepje erin. Dat streepje betekende: tot hier schenken en niet verder. Kortom: het waren nieuwjaarsbijeenkomsten met een glaasje jus. Maar daarmee was de vermaaksgrens meteen bepaald, want overigens stond de door Vondeling belegde bijeenkomst vooral in het teken van vertoog en vermaan. Je moest je er als journalist bijvoorbeeld niet over verbazen wanneer de voorzitter uit een speciaal voor de gelegenheid vervaardigd mapje enkele knipsels trok die naar zijn smaak wel een kritisch woord verdienden. Ook dat was goed bedoeld, want zijn gehoor moest immers beseffen hoe belangrijk het werk van de parlementaire pers was. U bent samen de slaperdijk in de democratie, daarvan moet u zich steeds bewust zijn, zei hij. Je zat, niet helemaal fair, te denken aan Wim Kan die in die jaren in een van zijn oudejaarsconférences sprak: Een goede pers, daar kan je over lopen!

Niet ver van die Handelingenkamer, in een van de buffetten achter de perstribunes, hing een oude foto van de parlementaire persclub tussen de beide wereldoorlogen. Een verzuild gezelschap mannen in driedelig pak, met snorren en hoeden op, gefotografeerd voor het fonteintje met de roomse koning op het Binnenhof. Het was alsof Vondeling met veertig jaar vertraging dat gezelschap toesprak. In elk geval raakte het moderne, naar kleding en werkopvatting zwaar veranderde journaille in de Handelingenkamer doorgaans knap narrig van Vondelings nieuwjaarsbrevier. Ik zat er als jong journalist tussen en herinner me dat de irritatie zwaar in de lucht hing. De verzuiling liep op zijn eind, of misschien moest je zeggen dat er een zekere herzuiling gaande was. Namelijk in links en rechts, in progressief en conservatief, al waren er nauwelijks journalisten die zichzelf niet opstandig en dus progressief vonden. Maar goed, parlementaire redacteuren zaten niet meer, zoals nog in de jaren vijftig en zestig, 'incestueus' bij de fractievergaderingen van de partij waarmee hun krant of weekblad zich ideologisch verbonden voelde. En er waren geen Kamerleden meer, of zelfs fractieleiders, zoals Romme (de Volkskrant) en Bruins Slot (Trouw), die tevens hoofdredacteur van een krant waren. Nee, die journalisten tot wie Vondeling sprak beschouwden zichzelf niet als slaperdijk voor wie of wat dan ook maar als een groep eindelijk vrijgemaakten, mensen in hun eigen jongensboek, en niet gelieerd aan het ene of andere staatkundige belang. Schone schijn was en is dat: leve ons als van harte ongebonden dilettanten, in Ter Braakse zin als het ware, die - als een constante - niet graag door derden worden bekritiseerd.

Dezer dagen, ruim dertig jaar later, heeft de nieuwe PvdA-voorzitter, Michiel van Hulten, gepleit voor een code die een einde moet maken aan de volgens hem nu bestaande incestueuze verhouding aan het Binnenhof tussen politici en parlementaire journalisten.

Hij vindt dat politici de media niet meer anoniem te woord moeten staan en dat media politici alleen 'on the record' en compleet moeten citeren. Anders voorziet hij (verdere) schade aan het politieke bedrijf. Hij staat, zie Vondeling, in zekere zin in een partijtraditie. Zij het dat hij, zoals hij zei in een toelichting, zijn oproep allereerst adresseert aan politici. Wat opvalt is: 1) Van Hultens oproep had een eigenaardige timing, want kwam kort nadat de internationale deining over de Deense Mohammed-cartoons het zwaailicht zette op de vrijheid van meningsuiting; 2) Uit de mediawereld waren bijna alleen geërgerde of spottende reacties te horen, met name ook van journalisten die zelf geregeld anonieme bronnen in hun stukken te hulp roepen; 3) de grote meerderheid van de politieke reacties was kritisch, alhoewel niemand in die kring ontkende zelf wel eens anoniem te opereren. Of, vrij naar Wim Kan: naar een goede pers moet de goede politicus kunnen blijven lekken, er komt - ook om allerlei andere redenen - geen code-Van Hulten.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.