Kwaliteit onderwijs grote steden duidelijk beter

`Slechte leerling verdwijnt uit de statistiek' kopt NRC Handelsblad op 7 februari. `Scholen houden zwakke leerlingen weg van de Cito-toets om stigma te vermijden en voor hogere score` lezen we verder in het artikel van redacteur Mark Duursma. Daarbij wordt Rotterdam, gestaafd door cijfers, als voorbeeld genoemd. Zo steeg - aldus Duursma - het aantal Rotterdamse zorgleerlingen van 15,2 procent in 2004 naar 18,8 procent in 2005. De helft daarvan - vorig jaar waren dat zeshonderd leerlingen - deed geen toets. Die cijfers kloppen. Ze staan in het openbare rapport `Resultaten van de Rotterdamse basisscholen op de Eindtoets basisonderwijs 2005`, (zie www.fokor.nl). Achter die cijfers schuilt echter een andere werkelijkheid dan in het artikel wordt gesuggereerd.

Het rapport geeft zowel inzicht in de gemiddelde Rotterdamse cijfers als in de eindscores per school. Die gegevens zijn onder andere gebruikt om de taalprestaties aan het eind van de basisschool te analyseren. De meeste Rotterdamse scholen scoren namelijk onder het landelijk gemiddelde. Uit het rapport blijkt dat het verschil in scores tussen Rotterdamse scholen en het landelijk gemiddelde afneemt. Dat is goed nieuws. Uit een nadere analyse van de gegevens - uitgevoerd in samenwerking met een onderwijsinspectie - blijkt dat de zogenoemde achterstandsleerlingen op het onderdeel taal van de Cito-eindtoets in twee jaar een verbetering van ruim 15 procent laten zien. Daarmee komen we al een heel eind in de richting van de landelijke doelstelling om de taalprestaties van deze leerlingen in vier jaar met 25 procent te verbeteren. Dankzij de grote inzet van alle Rotterdamse basisscholen gaan we hier dus echt de goede kant op. Dat wordt overigens bevestigd door de constatering in het jongste `Onderwijsjaarverslag` van de Onderwijsinspectie, namelijk dat de kwaliteit van het onderwijs in de vier grote steden duidelijk is verbeterd. Is dit resultaat nu te danken aan het feit dat zwakke leerlingen van de Cito-toets worden uitgesloten? Natuurlijk niet. Immers:

Niet iedere achterstandsleerling is een zorgleerling.

Uit onze gegevens blijkt dat er in Rotterdam procentueel beduidend meer zorgleerlingen deelnemen aan de Cito-eindtoets dan in de rest van Nederland.

De Cito-eindtoets op zichzelf zegt heel weinig over de kwaliteit van het onderwijs.